Onbegonnen Hekwerk

IMG_0460Als ik moegefietst en uitgeblust, met zwarte wallen en een aan wanhoop grenzende blik de ruimte van dranklokaal Onder De Linde binnentreed word ik door een goedlachse serveerster ontvangen. Terwijl ik mij ontferm over mijn dwangneuroses  ontkurkt het meisje ongevraagd een fles van mijn favoriete bier. Ze wenkt me en zet flesje en glas voor me neer en wijst me mijn plek. Ik neem plaats en neem mijn ipad en koptelefoon uit mijn rugzak. Even verderop zit een luidruchtig gezelschap, een vijftal jongeren en hun ouders. Met name de ouders hebben al behoorlijk wat drank achter de kiezen. Het rumoer verhindert me helder na te denken over mijn persbericht. Ik wens de verstoorders naar de maan en vijf minuten later zijn ze inderdaad vertrokken.

Het is zaterdagnamiddag en de kroeg zit vol. Ik zit aan mijn vaste tafel in mijn vaste stek in Amersfoort. Ik heb een koptelefoon op mijn hoofd. De kussentjes van het ding zijn vanmiddag in mijn rugzak losgeraakt. Zo eenvoudig als ze zich hebben onthecht, zo lastig zijn ze weer te bevestigen. Maar het is me uiteindelijk gelukt.  Aan mijn tafel zitten twee stellen. Twee dertigers, zichtbaar oningenomen mannen met een bril, spelen met elkaar Stratego en een getormenteerde jongen en zijn naïeve trouwe vriendin van ergens midden in de twintig spelen stelletje. Allevier kijken ze regelmatig in mijn richting, maar ik negeer alle blikken, want ik ben aan het werk.

Als ik klaar ben met het persbericht zijn al mijn tafelgenoten vertrokken en ontvang ik mijn derde glas bier. Ik waag me aan de beginregels van mijn interview met Han Bennink. Ik mocht hem gisteren interviewen in zijn kleedkamer in het Bimhuis, het podium waar hij van Goede Vrijdag tot en met Eerste Paasdag heer en meester is.  Als het interview driekwart klaar is, komen de technische jongens van BIM binnen.  Ze vragen aan Han waar wat moet worden opgesteld. De gehavende slagwerker overhandigt ze een drietal A4-tjes met namen en opstellingen en vraagt ze er kopieën van te maken. Slaafs lopen de jongens de gang op naar de kopieermachine.  Als een van hen terug komt is Han al weg. De technicus legt twee maal elf kopietjes neer. “Zeg maar dat dit het is.”  Ik kijk naar de stukken en hef mijn blik richting technicus, een bebrilde jongeman met heldere, vragende, blik, een wit t-shirt met opdruk. “Ik zal mijn best doen, maar de kans dat ik Han vandaag nog tref, acht ik erg klein,” De jongen is inmiddels vertrokken.

Het is zaterdagavond. Voor velen moet de avond nog beginnen, maar ik ben er klaar mee. Vermoeid fiets ik over de markten, langs de grachten van Amersfoort naar de plek net buiten de ring waar mijn Bed and Breakfast zich bevindt.

Posted in jazz, music, Persoonlijk, persoonlijk | Tagged , , , , | Leave a comment

Nooit te vroeg, maar altijd te laat

IMG_1456Amersfoort, pension. Ik zit in mijn eenpersoonskamer met het nummer 10. Dit is nu de derde keer. Twee weken eerder had ik een ander onderkomen. Een bezemkast met uitzicht op de schaars gevulde herenhuizen. Het verblijf van de gelukkige middenklasse. Om de week ben ik hier een weekend. Ik arriveer op de zaterdag, werk dan wat aan mijn interviews en mijn persberichten in het biercafe Onder de Linde, achter de kerk en de dag erna ga ik weer per fiets terug naar Haarlem. Zeventig kilometer.

Vandaag zat ik in het café aan de leestafel naast een andere schrijver. Een man van middelbare leeftijd zonder antennes. Hij bemerkte pas na een half uur dat hij en ik hetzelfde type bier dronken. Bovendien dronken we in hetzelfde tempo. Nadat de barvrouw ons beiden een nieuw flesje had gebracht keek hij mij en mijn flesje onderzoekend aan. Hij schonk vervolgens zijn glas vol en bracht een toost uit op het schrijverschap. Even later zonk hij weer weg in zijn eigen verhaal. Een schrijver op afstand dus.

De week is voorbij gevlogen. Ik ben nog bezig met het uitwerken van het twee uur durende interview met Eric Ineke die 1 april zijn zeventigste verjaardag zal vieren. Ondertussen ben ik ook bezig met het voorbereiden van het interview met zijn collega Han Bennink, die in april zijn 75e verjaardag zal vieren. Twee tegenpolen. Ik vind het heerlijk om het materiaal van beiden tegelijk onder handen te kunnen nemen. Ik vraag me af hoe de man zonder antennes dat zou doen.

 

Posted in jazz, music, Persoonlijk, persoonlijk | Tagged , , , , , , | Leave a comment

De stilte, de rust en alles wat daarop volgde

img_0351

Uden. Een plaats aan een snelweg, net als onze jeugdherberg. We, Sjaal en twee puberdochters, zitten in een gemoderniseerde schuur met een keuken, een eenvoudige badkamer en een door een wenteltrap ontsloten zolder met drie bedden. Het is vijf uur in de middag. Ik zit aan de keukentafel en kijk door het raam, over de heg naar de doorzichtige geluidswal die ons van de snelweg scheidt. Auto’s razen voorbij. Jomma vindt het prachtig. Ze wil het hele gebeuren straks als het donker is met haar polaroidcamera vastleggen. Ik bereid me voor op mijn jubileuminterview met de legendarische slagwerker Eric Ineke en beluister de Weill- opnames van het Dave Liebmantrio (inclusief Ineke) met gastgitarist Jesse van Ruller. De kinderen liggen op hun bed en vermaken zich met hun iPad. Ze storen zich nergens aan, zelfs niet aan de muziek die hun vader via de reisspeaker de ruimte in laat galmen. Er komen via messenger twee berichtjes binnen. Een perspakketje, een album onder embargo, van een van de meest spannende bands van Haarlem. En een berichtje van Joris over een bijdrage. Hij heeft me blijkbaar gebeld toen ik met de kinderen in de Albert Heijn stond. Ik herkende zijn nummer niet en stopte vervolgens mijn aanhoudend brommende iPhone terug in de binnenzak van mijn jas. Zodra Joris een half uur later bemerkt dat ik online ben, belt hij me wederom. Als ik hem vertel waar ik me bevind brengt zijn voorzichtig uitgesproken vraag, “In Uden?” me in verwarring over de juistheid van mijn keuze. Ik meen dat Joris Noord-Brabant wel redelijk kent.

Uden dus. De jeugdherberg waar we zijn neergestreken is enkele jaren terug door accomodatiekeurmerk Zoover verkozen tot beste hostel van Nederland, zo verkondigt het houten bord voor de ingang. Volkel bevindt zich nabij en dat hoor je, maar daar storen we ons niet aan. Van de snelweg hebben we ook geen last. De jeugdherbergier ontvangt ons bijzonder gastvrij. Het is alsof we de enige gasten zijn. Ik moet denken aan een kort verhaal van Roald Dahl over een mevrouw die jonge studenten een bed, een kop thee en (daarmee) een kaartje naar het hiernamaals biedt om ze vervolgens op te kunnen zetten. Bed and death. Enfin, zo’n vaart loopt het hier allemaal niet. De spraakzame herbergier vertelt me alles over de streek en de accommodatie. Hij heeft een week eerder voor een paar honderd euro een ouderwetse kassa op de kop getikt, eentje die de prijs aangeeft in Deutsch Mark en Pfennig. “De meeste mensen die hier komen weten niet eens meer wat dat betekent.” Hij lokt me uit tot een gesprek. Ik wijs naar Zajra. “Deze dame is in 2002 geboren. Het jaar dat we de gulden verwisselden voor de euro.” Het gesprek waar ik net aan begonnen ben wordt niet gewaardeerd door mijn reisgenoten. “Kom papa, we gaan naar het huisje!” roept een zacht stemmetje waar een dwingende hand aan vast kleeft. De hand trekt me de gang en de klapdeuren van de boerderette door naar buiten, het paadje over naar ons tijdelijk verblijf, de schuur. De eigenaar drukt me tijdens mijn vlucht nog enkele folders in mijn hand. Een brasserie, een dierentuin en klooster. Dat is wat er hier te beleven is.

Een dag later vertrekken we na een geweldig ontbijt, onder de snelweg door, naar Uden. We lopen langs over een fietspad richting de grote kerk. Ik ben op de kaart naarstig op zoek naar een oud centrum terwijl de kinderen verveeld om zich heen kijken naar de jaren ’70 en ’80-architectuur van een gemiddelde randstedelijke buitenwijk. Aan de rand van Uden bevindt zich een katholiek complex, een klooster, een abdij, het museum voor religieuze kunst. Ik besluit ons bezoek aan het dorp hier te beginnen. We lopen door een tot kniehoogte gesnoeid heggenstelstel, begrensd door inheemse gewassen. Als we eenmaal binnen zijn zien we aan onze linkerhand een leeg museumrestaurant  waar een bebrilde man met pluizig asgrijs gewas op zijn hoofd in gesprek is met een felgrijze vrouwelijke collega. Aan onze rechterzijde bevindt zich een witte gefineerde balie. Daarachter treffen we een mannetje met fijn, vettig zwart haar en een bril met donker montuur. “Jullie zijn de eersten van vandaag” horen we. Wellicht komen deze woorden uit de mond van de man achter de balie. Ik wend me tot hem en geef aan dat ik een museumkaart bij me draag. ” Dan is het volledig gratis voor u.” hoor ik nu duidelijk uit de mond van het mannetje. Mijn kaart wordt gescand en er wordt gewezen naar de toonzaal naast de kantine. “Als u daar geweest bent, wendt u zich tot gene zijde. Daar bevindt zich de rest van de tentoonstelling.” Nadat we onze tassen en jassen in de kluisjes hebben geplaatst lopen we door naar de expositieruimte. We worstelen ons door het leengoed, een levensgroot beeld van Ignatio de Loyola in marmer dat ooit door koningin Wilhelmina wegens de katholieke oorsprong, uit de huiscollectie van het koninklijk huis is verbannen, enkele Jezussen aan het kruis, moderne kunst, een tentoonstelling over religieuze gebruiken en een tentoonstelling over de abdij. Eenmaal terug bij de balie vertelt de bebrilde vrijwilliger ronduit. De kinderen dwalen wat rond terwijl vader zijn interesses deelt. Zodra het onderwerp Jazz In Haarlem wordt aangesneden rukken de kinderen hun vader aan zijn hand het museum uit, de heggentuin in.

Uden blijkt, behalve het klooster, weinig historische plekken te bevatten. Een kerk met twee torens en een koepel, nog een kerk, een molen. Een marktterrein waar ter ere van Sint Carnaval een tent wordt opgetrokken. Een bejaardenhuis, een pastorie, een rotonde en enkele winkelstraten die loodrecht op elkaar staan. Een V&D. Of beter: een net voor het faillissement opgetrokken complex waarvandaan het warenhuis de stad zou gaan regeren. Alle middenstanders vestigden zich rond dit Colosseum van het stadshart. En tegenwoordig prijkt alleen het logo van de V&D nog aan de gevel. Binnenin treffen we een miljoen boeken op lange tafels in een lege winkel. Ongelezen boeken, bestsellers, ramsj, vergeten juweeltjes en onterecht gedrukt werk. En dan opgesteld in een ruimte ter grootte van een gemiddeld warenhuis. Helaas zijn de prijzen net zo grillig als de opstelling. Ik neem slechts een beduimeld werkje van Seneca mee, genaamd De lengte van het leven. Ik reken 3 euro 95 af bij een van de twee medewerkers. Ik kijk haar meewarig aan. Ze kijkt uitgeblust terug. Ik kan me er alles bij voorstellen. Ze is opgesloten in een magazijn vol boeken. En om de zoveel tijd rekent er iemand af. Ongewild is ze een non geworden in een klooster dat wordt geteisterd door de onverschilligheid. De boeken, de wijsheid, de kennis, het stelt niet zo veel meer voor in deze tijd. “Kom papa, we gaan naar het huisje” hoor ik naast me. Een kinderhand trekt aan mijn nieuwe aankoop. Het is tijd om te gaan.

 

 

 

Posted in music, Persoonlijk, persoonlijk | Tagged , , , , , , | Leave a comment

Afspeellijst

img_0339Een dag na de negentiende verjaardag van mijn oudste dochter ga ik op reis met mijn jongste dochters. Het is voorjaarsvakantie en twee weken terug heb ik een reisje geboekt waar ik nu aan vast zit. Ik zat op een schimmige zaterdagavond met teveel bier op achter mijn ipad en keek wat rond op een website waar hotels, jeugdherbergen en aanbieders van Bed & Ontbijt elkaar naar de kroon steken. De handelaars in kortdurend verblijf hadden plezierige plaatjes  van authentieke, rustieke buitenplaatsen aangeboden bij de vakantiemakelaar, die via de overkoepelende site van de branchevereniging de nodige vergoedingen ontvangt. Het systeem klopt al niet. Het kan allemaal veel goedkoper zodra de makelaar niet meer in beeld is. En dat is meestal het geval bij de tweede boeking.

Deze keer heeft de makelaar ons in Uden gebracht. Uden, Noord-Brabant. Een plaats die overal even ver van af ligt. Oss, Den Bosch, Eindhoven, Nijmegen. Een half uur met de bus reizen en je bent er. Maar als je ergens slechts een dag, of in hoteltermen: twee nachten, bent dan is elke minuut reizen teveel van het goede.

Dochters Zajra, Jomma en ik lopen met twee rolkoffers, een gevulde boodschappentas (want je weet maar nooit) en een rugzak met een te zware laptop en twee iPads erin naar de bushalte in Haarlem. Het miezert. Een vlezige puber met lang sliertig haar, een te strakke spijkerbroek en een sigaret in haar linkerhand kijkt stuurs voor zich uit. Ze pakt een bus eerder. Vijf minuten later nemen we bus 73 richting Schipholweg. “Die rolkoffers kosten jullie 5 euro per stuk.” zegt de loensende buschauffeur. Ik weet al meteen dat het om een grap gaat, maar de kinderen kijken hem begriploos aan. “Net als op Schiphol. Dat moet je ook doen als je met het vliegtuig gaat, toch?” Ik laat de hork begaan. Maken de kinderen zo’n behandeling ook eens mee. Na een halve minuut over en weer gestaar tussen de kinderen en de grappenmaker geef ik een knipoog richting de chauffeur en duw ik de kinderen lichtjes naar de dichtstbijzijnde vierpersoonsplek. Twee haltes verderop verlaten we de bus alweer om over te stappen naar de bus richting Zuid. De kinderen lopen steevast de verkeerde richting uit. Ik sis ze terug, maar weet dat we nu onze aansluiting missen. We wandelen over het zebrapad en zien (inderdaad) verderop bus 346 vertrekken. Het is inmiddels weer begonnen met regenen.

Na  een kwartier wachten zitten we in de volgende bus. Deze arriveert een klein half uur later op station Zuid, na het pinnen van onze kaartjes loop ik zoekend naar reisinformatie door de sfeerloze stationshal. Ik heb zin in koffie en loop een kiosk binnen. In de verte klinkt de stem van de omroepster. Trein van 12.56 richting Den Bosch stopt ook op enkele tussengelegen stations . Trein van 12.56, dat is onze trein!  Het is inmiddels 12.54. Ik laat de koffie zitten, maar weet nog steeds niet vanaf welk spoor de trein vertrekt. Uiteindelijk kies ik op goed geluk spoor 2, de kinderen trippelen met hun rolkoffers achter me aan om even later op een winderig sfeerloos perron voor onze neus de deuren van de trein van 12.56 richting Den Bosch te zien sluiten. “Nu heb je alle tijd om koffie te halen papa” klinkt een lief stemmetje naast me. Achja, een half uur extra reistijd overleven we ook wel. Even voor half drie arriveren we op station Den Bosch. Ons resteert nog anderhalf uur reizen voordat we kunnen aankloppen bij onze jeugdherberg in Uden, 26 kilometer verderop.

Het busstation in Den Bosch staat vol met breedgeschouderde, vlasharige, gepukkelde scholieren. De meesten staan op het perron waar bus 306 vertrekt. De bus naar Veghel en via Uden naar Oss. Onze bus. Het spettert nog steeds. Ik trek mijn capuchon tot ver over mijn ogen. Als de koets van Arriva eindelijk aankomt op perron F lopen snel enkele gehaaide pubers langs ons beduusde gezelschap naar de geopende deur. “Dat wordt staan”, zeg ik geërgerd tegen mezelf. In het gangpad proberen we elkaar houvast te geven en de rolkoffers en boodschappentas in balans te houden. Clark Kent kijkt met zijn doffe blik mijn kant uit, bang om herkend te worden. Ik groet hem. Hij draait zijn hoofd snel om. We rijden door Veghel. We stappen uit aan de rand van de wereld. Een uit beton, asfalt en systeemplaten samengesteld bedrijventerrein waar de zwaarmoedigheid Heer en Meester is.

De vermoeid ogende ongeschoren loonslaven lopen hier gewapend met een brandende sigaret over straat. Er posten er drie bij de bushalte.”Hierna nog een overstap jongens, en dan zijn we over 25 minuten in Uden” roept de reisleider met zwakke stem richting de meisjes die elkaar lopen te klieren. Stoep en straat glanzen van het hemelwater. Ik vraag me stilletjes af of de zon op deze plek ooit geschenen heeft. Bus 305 rijdt aarzelend voorbij, de volgende bus stopt. We stappen in. Het blijkt ook inderdaad een stopbus te zijn. Vijfentwintig minuten lang rijden we door het eentonige Brabantse landschap. We hebben gelukkig een zitplek, maar daar is verder alles mee gezegd. “Volgende keer nemen we een hotel in het hart van de stad!” verkondig ik aan mijn vermoeide reisgenoten. We worden aan een drukke straat afgezet. Google Maps vertelt me dat we de straat moeten oversteken en dat we een woonwijk moeten doorkruisen en vervolgens via het tunneltje aan de andere kant van de snelweg onze eindbestemming bereiken. Ik kijk nogmaals. Langs de snelweg? Deze tocht had ons vanuit Haarlem slechts 1,5 uur gekost als we met de auto waren gegaan. Het is vanaf de bushalte slechts 8 minuten lopen, maar ik vervloek mezelf omdat ik nooit mijn rijbewijs heb gehaald.

Posted in music, Persoonlijk, persoonlijk | Tagged , , , , , , , , | Leave a comment

Good vibrations

img_0194De voorjaarsvakantie is begonnen. In ons deel van het land, het midden, het noorden. Het zuiden gaat pas volgende week los. Ik merk het al vrij snel vanochtend in de straten van Haarlem, op weg naar de sportschool, middenin de Burchtwalbuurt. De 1,6 kilometer van mijn huis naar de gymnastiekzaal heb ik ongeveer 3 mensen gezien. Een vrouw die haar hond uitlaat, een mevrouw met kind in wandelwagen (ok 4!) en een verwarde man op een bankje. Die man zat er gisteren trouwens ook al. Ik parkeer mijn fiets tegen het Rosa Huessy-Stockhuis, vertrekplaats voor bedevaartsgangers richting Santiago de Compostela. Jan, de conciërge, opent de lange smalle, donkergroen geverfde deur en maant me naar binnen. Jan wacht met het ontsteken van de verlichting van de ruimte tot ik binnentreed. Hij veegt vermoeid met zijn wijsvingers, onder zijn brillenglazen  over zijn oogleden. Zou hij hier geslapen hebben? Ik kleed me om. Als ik de kleedkamer verlaat hoor ik de Beach Boys. Good Vibrations. Ik stap op de loopband. Ik neem me voor een half uurtje te gaan lopen in plaats van de gebruikelijke 60 minuten. Met een fietstocht naar Amersfoort in het vooruitzicht is dat wat mij betreft voldoende inspanning. Vanaf mijn loopband observeer ik Jan aan de balie achter zijn scherm. Hij bekijkt beelden van de Clintons. Bill met gitzwart haar, Hillary met koket opgestoken kapsel. Hij maakt notities en draait de beelden terug. Ik zie telkens weer dezelfde beelden. En ik hoor nog steeds de Beach Boys. Good Vibrations.

Als ik van de loopband stap klinkt  dezelfde muziek. Tijdens het verstellen van gewicht en nekrol van de buikspiertrainer roep  ik quasi- achteloos “Zou je niet eens een ander nummer opzetten?” in Jans richting. Vervolgens klinkt Dusty Springfield uit de luidsprekers. De Beach Boys hebben zich inmiddels in mijn systeem genesteld. Bij het verlaten van de sportschool herhaal ik in mijn hoofd de melodie en stapel ik de tempowisselingen en melodiewijzigingen als legoblokjes op elkaar. Ik fiets naar huis en pak mijn weekendspullen. Misja kijkt me trouw, maar droevig aan. “Zou je dat nou wel doen, weer naar Amersfoort met de fiets?” Ik geef haar een kleffe zoen op haar brakke lippen. “Ik ben morgen voor het eten weer terug!”, antwoord ik. Een tijdje terug heb ik met mezelf afgesproken dat het goed is om mezelf op te laden in een andere stad. Dat is dus Amersfoort geworden. Gewoontedier als ik ben ga ik nu om het weekend op de fiets via dezelfde route, naar dezelfde stad. En vervolgens ga ik naar dezelfde kroeg om bij dezelfde serveerster hetzelfde glas bier te bestellen.

Tijdens mijn fietstocht draait Good Vibrations zich om en om. De vorige keer zat ik in de rookruimte. Nu zit ik in het niet-roken gedeelte van de kroeg. Een tafel naast me zit een gezelschap grijze, naar de voor hen geschikte mode gekapte, oma’s. Vrouwen met een luide stem en een slok op. Hun echtgenoten zitten er als dode vogeltjes naast. Ik benijd ze niet. Een tafel verderop zit een pokerend gezin. Een meisje en haar vader met een scherpe kin en bruine ogen. De vader heeft asgrijs haar, zijn dochter draagt het donkerbruine haar in een knot op haar uitgekiende kop. Haar vriend naast haar geeft haar aanmoedigende klopjes op haar schouder. Winnen is niet zijn ding. Schuin tegenover haar zit haar broer, een troetelbeer met gitzwart onstuimig haar en een vlasbaardje, naast zijn naïeve vriendin. Een lichtblondgelokt schaapje dat wat onnozel om zich heen kijkt. De moeder, een oplettende vrouw van middelbare leeftijd, doet niet mee aan het kaartspel. Zij drinkt vruchtensap en zal even later het gezelschap tot de orde roepen. Ze kijkt af en toe misprijzend in mijn richting. Ik weet niet wat ze denkt. Misschien wil ik het niet weten ook. Geluk is … aanlanden aan een vierpersoonstafel naast het raam en daar, met een glas speciaalbier onder handbereik,  in je eentje een blog mogen schrijven. Wellicht denkt zij er anders over.

Als het tijd is om te gaan verlaat ik de kroeg. Het vaste meisje groet me. Ik fiets langs de grachten, miniatuuruitvoeringen van de waterlopen die we in Amsterdam en Haarlem zien, naar de herberg net achter de stadsring. Een herberg waar veel oost-Europeanen verblijven. Als ik mijn fiets tegen de wand van de buren parkeer arriveert de pensioneigenaaar. Ali. Hij kijkt me loensend aan. “Heb je voldoende licht?”vraagt hij in mijn richting en ik antwoord hem: “Alles goed. Jammer dat je geen stalling hebt, ik heb geen fietsstandaard.” Hij loopt hoofdschuddend met de zojuist op de markt aangeschafte vis naar binnen en laat me verder worstelen met mijn fiets. En voordat ik het weet klinkt het nummer weerom. Good Vibrations.

 

Posted in jazz, music, Uncategorized | Tagged , , , , , , , , , | Leave a comment

In de wachtkamer

img_0119Zaterdagmiddag 17.00 uur. Rookruimte Café  onder De Linde, Amersfoort. De ruimte is leeg, wat op zich vreemd is, want buiten slaat de koude winterregen op het trottoir en het plein achter de kerk (onder de linden). Er wordt dus amper gerookt in dit café, want binnen is het redelijk druk.  Het is alsof ik in een historische wachtkamer zit waar de rook van de overleden wachtenden is blijven hangen.

Delen van het oude centrum van Amersfoort doen Vlaams aan. Middeleeuwse markten rondom gothische kerktorens, gestileerde stadswallen en -grachten beschermen de oude nederzetting voor de kwelgeest van de vooruitgang. Net als in Brugge draait het hier om friet en bier.  Maar het zou ook kunnen zijn dat alle steden in de Lage Landen, waar het monster van de oorlog en zijn strijdmakker, de stadsvernieuwing, geen diepe wonden hebben achtergelaten, op elkaar lijken.

Eindelijk loopt er een donkerblonde, kortgeknipte mevrouw met een streng gezicht, druk bellend, de rookruimte in. Het zal u niet verbazen dat ze Vlaams spreekt. Ze heeft geen sigaret in de hand. Waarschijnlijk wil ze de ruimte gebruiken om ongestoord te kunnen bellen. Van mij heeft ze geen last. Ik weiger haar af te luisteren. Ik heb een koptelefoon op het hoofd en ik luister naar het nieuwe album van Brad Mehldau en Chris Thile. Ze ziet me niet zitten. Ze is te druk met haar gesprek bezig. Het gesprek wil niet vlotten. De vrouw loopt de ruimte weer uit. Het is alsof ze me nog steeds niet heeft gezien. Een minuut later komt ze weer terug. Ze gaat aan een tafel zitten. Ze heeft nu wel een sigaret in de hand en haar telefoon ligt op tafel. Ze kijkt langs me heen. Dan gaat haar mobiel. Ze neemt hem op en vervolgt haar gesprek. Nu moet ik toch luisteren. Ze spreekt over een verdwenen voorwerp. Haar gesprekspartner werkt niet mee en de vrouw maakt hoekige gebaren in de lucht. Ik heb medelijden met de persoon aan de andere kant van de lijn. Ze zijn het niet met elkaar eens. De vrouw beëindigt het gesprek en loopt met een rood hoofd de ruimte weer uit.

Ik kijk naar buiten. De schemering heeft de lichtgrijze hemel ingeruild voor een donkerblauwe. Het felgele straatlantaarnlicht weerkaatst op de natte straattegels, en zet de paraplu’s en de felgekleurde capuchons van de voorbijgangers korte tijd in de etalage. Een mollige jongen met dun haar en een slordige baard komt de ruimte in. Hij ziet dat ik op mijn ipad aan het werk ben en nestelt zich bescheiden met zijn kelk en sigaret aan de tafel aan een wand die volgeplakt is met bierviltjes. Kort na hem komt er een langblondharige mevrouw van een jaar of vijftig met een zalmroze jurk binnen. De jongen en de moeder beginnen met elkaar te praten. Ze vinden elkaar in een gesprek, maar zijn, getuige hun blikken in mijn richting, toch ook verlegen om mijn aandacht. De vrouw lijkt iets tegen me te willen zeggen. Ik schuif mijn koptelefoon van het hoofd. “Weet jij dat? Wanneer het roken hier in Nederland uit de cafés verbannen is? “, vraagt ze me in keurig Nederlands. Ik weet het werkelijk niet en schat in dat het zo’n zes jaar geleden is. De jonge baardman neemt het gesprek over “Ja,  bij ons in Vlaanderen zal het ook rond die tijd zijn geweest. Eerst werden de uitbaters verplicht om dure installaties aan te schaffen, vervolgens moesten er scheidingswanden worden aangebracht en na twee jaar kwam er toch nog een algeheel verbod. Er zijn er al veel aan failliet gegaan.”. Ik plaats mijn koptelefoon op mijn hoofd om aan te geven dat ik weer aan het werk wil. Zodra ik me buiten het gesprek plaats taaien de twee af.

Het mooie van contact in een plaats waar je voor het eerst bent is dat je ermee kunt doen wat je wil. Een jaar of wat geleden zou ik me gedwongen gevoeld hebben om het gesprek op gang te houden. Maar dat is niet meer nodig. Mensen praten toch wel.

Na een uur Onder De Linden houd ik het voor gezien. Ik heb vandaag gratis meegerookt in de meest stille ruimte van een gezellig café. Maar het is tijd om te gaan. Ik ben moe na mijn 70 kilometers tellende fietstocht vanuit Haarlem. Ik wandel op goed geluk het stadshart van Amersfoort door, een stadspoort door. Gewoontegetrouw loop ik de verkeerde kant uit, de stadsring op. Na een minuut of vijf kijk ik op mijn mobiel op Google Maps. Ik loop al vijf minuten in de verkeerde richting. Zeven minuten later ben ik waar ik moet zijn, een drie verdiepingen tellend herenhuis uit 1902. Mijn fiets staat netjes onder een afdakje. De eigenaresse kijkt tv in de woonkamer. Ik loop stilletjes twee met roodgekleurd tapijt bedekte trappen op naar mijn  bescheiden zolderlogeerkamer een ruimte van 3 bij 2 met uitzicht op de huiskamer van de overburen en de overburen daaronder. In beide kamers zijn dappere huisvaders aan het werk. In de kamer op de eerste verdieping, aan de buitenwereld ontsloten via een erker met solide raamwerk en bovenaan glas in lood, soldeert een jongeman in een lichtblauwe sweater, aan iets wat mogelijk een racebaan is. Een verdieping boven hem ligt een jongeling op zijn canapé onder een Ikea schemerlamp. Hij doet iets met een mobiele telefoon. Hij heeft zijn benen over elkaar gekruisd en toont me zijn kousen voeten. Welkom in het gordijnloze Nederland. De kinderen van beide jonge vaders zijn waarschijnlijk net naar bed. Mogelijk is de man van de tweede verdieping een vader in wording.

Ach, wat weet ik wel? Ik verblijf, God mag weten waarom, in Amersfoort in een kamer. Morgen ben ik weer terug in Haarlem.

 

 

Posted in music, Persoonlijk, persoonlijk | Tagged , , , , , , | Leave a comment

Het kind zit pas net!

img_0243Op de vrijdagochtend fietsen we, het samengestelde gezin, over de Zomerkade. Daar staat, zoals u gisteren heeft kunnen lezen, de markt.We wurmen ons, samen met de overige ouders met kinderen uit onze straat, tussen de marktkramen door totdat het ongeremde autoverkeer op de Nachtzaamstraat ons ophoudt. Als Mies mee is groet ze alle marktkooplui die hun waar uitpakken en in de etalage plaatsen. De een reageert enthousiaster dan de ander. De ene week reageert de een enthousiast, de andere week de ander. De Volendamse visboer reageert meestal wel vrolijk. Hij weet dat we een halve dag met onze fiets aan de hand terugkomen om een pond kibbeling te kopen. Wat hij niet weet is, dat we ook terugkomen als hij ‘s ochtends minder vrolijk groet. De kwaliteit van de kibbeling is van hoog niveau. Bovendien staat hij op een strategisch punt. Een geweldige plek om de markt en het gebeuren rondom te observeren.

Vandaag staat er een man met zijn scootmobiel. Een zestiger met rode konen, ongewassen grijze manen en scheve, azuurblauw gekleurde ogen.  Hij zit er op zijn gemak, alsof hij in de kroeg aan de bar hangt. Hij straalt een bepaalde gemoedelijkheid uit, als u begrijpt wat ik bedoel. De Volendammer baas achter de toonbank reikt hem een flink gezouten haring aan. “Wat krijg je van me?” Vraagt de klant. “Zes euro vijftig”, liegt de eigenaar. De smulpaap heeft inmiddels een pond kibbeling en  een lekkerbek achter de kiezen. “Ahjoh, ik geef je er acht om van het gezeik af te zijn.”, reageert de vaste klant. De man zit vastgeklonken in zijn kar en is op zoek naar zijn portemonnee. Ik kijk om me heen. De kinderen, waar ik de bestelling voor heb geplaatst, zijn inmiddels verdwenen. Naast me staat een Peruaan met zijn koopwaar. In felle kleuren gebreide poeven, onderzetters en handwarmers. Hij lult wat met de man naast hem. Een koopman met schaars zwart haar dat in verdwaalde plukken over zijn verbolgen schedel geplakt is, gespecialiseerd in Turks brood met knoflooksaus, reageert. Ik kan hem niet verstaan. Een collegamarktkoopman die naar zijn auto verderop loopt om wat koopwaar op te halen zegt: “Let niet op hen. Ze spreken toch nooit de waarheid!”, hij kijkt me knipogend aan. Ik knipoog plichtmatig terug en neem de bestelling in ontvangst. Als ik de broodbakkerskar ben gepasseerd stap ik weer op de fiets. Snel naar huis. Anders wordt de kibbeling koud.

 

 

Posted in jazz, music, Persoonlijk, persoonlijk | Tagged , , , , , , | Leave a comment