Een Benelux Jazzfeest in de Alpen

IMG_0410.JPGSchiphol, 3 uur 55. Ik dool slaapdronken door de lange luxe winkelgangen op zoek naar mijn vertrekpunt, de gate met het nummer C18. Als ik in de juiste vertrekhal ben beland sta ik in de tientallen meters lange bagagerij voor een vlucht naar Lissabon. Vijf minuten later stap ik weer uit de rij. Ik heb immers al ingecheckt, ik heb alleen een rugzakje, dus ik kan zo doorlopen. Bovendien is mijn bestemming Verona. Ik loop naar het bord met vluchtinformatie. Een geüniformeerde kijkt me wantrouwend aan. Ik kijk langs hem heen en tuur naar de mij bekende info. Gate C18. De douaniere verderop vraagt me in welke taal ze mij mag benaderen. Ik noem mijn naam voordat ik de cabine van de bodyscan in stap. Ze lacht “Het is nog vroeg he?” Dat is het. Bovendien voel ik me allesbehalve op mijn gemak bij de controle op Schiphol. Ik heb niks te verbergen, maar ik heb het gevoel dat ik dat onomstotelijk moet bewijzen om maar enigszins in de buurt te kunnen komen van de verlossende poort C18. Mijn rugzak maakt een omweggetje op de rolbank en belandt achter een transparant scherm. Ik kijk de vrouw van de douane schuldbewust aan. Ze vraagt me welke taal ik spreek. Ik noem mijn naam. “Het is nog vroeg he?” meld ik, voordat zij het kan zeggen. Ze vraagt me de tas te openen. Ze grijpt erin en haalt er even later een gereedschapssetje in etui van de Hema uit. De tas draag ik 15.000 fietskilometers per jaar op mijn rug. Het gereedschap heb ik in Verona niet nodig. De vrouw veegt met een vies gezicht de door zweet- en regenwater aaneengeklonterde brood- en koekkruimels van de etui. Ze bekijkt nu al minder vriendelijk dan voorheen. “Ik vraag even na of dit mee mag.” Ik meld haar dat ik het ding kan missen als kiespijn. Ze negeert mijn opmerking en loopt in onbestemde richting. Ik vraag me af of mensen van de douane zelf ook gefouilleerd moeten worden. En zoja, wie zou dat dan doen? Twee minuten later komt de gezette blondine terug en geeft het in mijn ogen waardeloze ding terug. “Neem maar mee.” zegt ze achteloos terwijl ze zich over de volgende verdachte rugzak buigt. “En dan krijg ik dat gezeik op de terugweg weer in Verona”, denk ik vele stappen vooruit.

Als ik bij gate C18 arriveer zit het gezelschap van de vlucht naar Las Palmas er nog. Het duurt zeker twee uur voordat de vlucht naar Verona vertrekt. Waarom wil ik toch in godsnaam zo vroeg op Schiphol zijn? Ik had nog twee uur kunnen slapen en dan was ik braaf achter in de rij gaan staan om ruimschoots op tijd het toestel in te kunnen stappen. Ik kijk geërgerd naar de halve liters bier drinkende jongeren. Af en toe stapt een vermoeide toerist in de door de ING-bank gesponsorde massagecabine. De door dezelfde bank gefinancierde oplaadpunten zijn zijn buiten gebruik. Ik verveel me. Het duurt me allemaal te lang en ik begin me steeds meer aan de Las Palmas-gangers te ergeren. Het gezelschap stapt op het moment dat ik ze te lijf dreig te als op commando op om slaafs in de rij te wachten totdat het grondpersoneel de kaartjes geknipt heeft. Dat proces neemt van begin tot einde rij nog een kwartier in beslag, maar dat mag mijn pret over hun vertrek niet drukken. Weg. Ik haal van verveling nog maar een kartonnen beker gevuld met waterige koffie. Er zit cafeïne in. Dat merk ik even later aan mijn hartkloppingen.

Na een voorspoedige vlucht landen we op de juiste tijd op Verona. Een sober vliegveld waar men weinig kan dolen of dwalen. Buiten staat een tiental taxi’s te wachten op het moment dat iemand besluit de shuttlebus te negeren. De shuttlebus staat inmiddels klaar voor vertrek. Een medewerker van de maatschappij, lichtblauw overhemd strak gespannen over de gevulde buik, een onmodieuze bril op de neus, die van de smalle lippen wordt gescheiden door een kort geknipte snor, roept de wachtenden die willen instappen tot de orde en loopt met de toeristen naar een automaat in de aankomsthal van het vliegtuig. Het is onduidelijk wat er precies gebeurt. Sommigen drukt hij een kaartje in de hand na zes euro te hebben ontvangen. Anderen wachten in de rij van de automaat, die slechts – per transactie- een kaartje afdrukt mits er met contant geld betaald wordt. Het zal wel loslopen allemaal. Ik heb geld en tijd genoeg. Het is kwart over negen en ik kan pas rond tweeën inchecken en Bolzano ligt slechts twee uur reizen verderop.

Na een prachtige rit door het vriendelijke berglandschap arriveer ik in Bolzano. Een klassiek, overzichtelijk plaatsje dat is ingeklemd tussen groene Alpencols. Italiaans Oostenrijk. Altoadige, Sudtirol. Ik ben uitgenodigd door de organisatie om verslag te doen van het Jazzfestival. Nederland is dit jaar het themaland, samen met België en Luxemburg. De jonge Nederlandse gitarist Reinier Baas is artist in residence en mag het openingsconcert verzorgen met zijn onnavolgbare jazzopera Princess Discombobulatrix. De organisatie heeft mijn hotel en maaltijden geregeld. Ik ontvang de sleutel van een eenpersoonskamer en consumptiebonnen voor een taveerne 500 meter verderop. Een shuttlebus zal me op gezette tijden naar idyllische plekken in de bergen vervoeren. Wat een zaligheid. Ik wandel de dorpsstraat uit en ga achter het museum voor moderne kunst op een bankje zitten met uitzicht op een wilde bergbeek en de deels achter sluierbewolking verscholen Alpenweiden (wordt vervolgd).

Advertisements
This entry was posted in jazz, music, Persoonlijk, persoonlijk and tagged , , , , , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s