Jazz, jazz en nog eens jazz

IMG_0254Een tijdje terug stelde een Amerikaanse vriend, een drummer in een (verder) Italiaans trio, me voor om wat zaken door te nemen op het festival. Het Jazzahead! Festival in Bremen. Alsof het de normaalste zaak van de wereld was dat ik er zou zijn. Ik kende het festival niet en keek op internet. Aldaar presenteerde de organisatie het festival als een internationaal gebeuren waar iedereen die maar iets met jazz heeft aanwezig dient te zijn. Ik besliste dat ik niet achter kon blijven en schreef mijn eindredacteur en vervolgens de festivalorganisatie aan met een acreditatieverzoek. Door beide partijen werd positief gereageerd. Een week later boekte ik het hotel en drie weken erna reserveerde ik een plaatsje in een zogenaamde Flix-bus (een touringcarmaatschappij die je voor een onmogelijk laag tarief door vrijwel heel Europa vervoert) van Amsterdam Sloterdijk naar Bremen Hauptbahnhof. De openingsdag van de conferentie viel samen met Koningsdag. Nadat ik me eenmaal ingeschreven had ontving ik per mail de ene uitnodiging na de andere. Labels, artiesten, radiostations, tijdschriften…ze wilden me allemaal wel even zien en spreken. Ik noteerde alle afspraken netjes in mijn agenda en constateerde eergisteren dat ik ze onmogelijk allemaal kon nakomen.

Koningsdag. De FlixBus rijdt Bremen in met een half uur vertraging. We rijden door een landschap van betonnen flats en viaducten de binnenstad in. De onbeholpen Duits-Nederlands sprekende Groningse buschauffeur meldt door de installatie dat we het station bereiken. Ik pak mijn spullen bij elkaar en doe mijn winterjas aan. De busthermometer  toont ons een temperatuur van 11 graden. De deur gaat open en aangezien ik geen ruimbagage mee heb, kan ik meteen door naar mijn bestemming. Ik loop-op mijn gevoel- de richting uit waar we vandaan kwamen en sla vervolgens linksaf. Het stationsplein doemt op. Bremen heeft een station en een bijbehorend plein waar men in Amsterdam jaloers op mag zijn.  Ik zie geen enkele omheining of bouwkeet. Het station is vermoedelijk klaar. Natuurlijk zijn er de nodige zwervers, bedelaars en alcoholisten, maar ze spreken niemand aan. Iedereen kent hier zijn plaats. Ik neem tramlijn 1 richting Mahndorf. Een station nabij mijn tijdelijke verblijf, een gasthuis aan een provinciestraat.

Op de stoep voor de herberg tref ik een lange loensende blondine. Ze kijkt me argwanend aan. Een bejaarde Duitser graait in een berg – in een brievenbus gedeponeerde- sleutels. Triomfantelijk steekt hij er een in de lucht. “Dat is voor u!” Zegt hij tegen de blondine. Plots ziet hij mij staan. “U hoort bij hem?” Vraagt hij aan de vrouw naast me. “Nee” roepen we eenstemmig. De grijsaard lacht en loopt voor ons naar binnen en wijst ons onze kamers. Kamer 5 en 6. Bij het inspecteren van de kamers bemerkt hij dat op mijn kamer geen instructies aanwezig zijn. “Ik kom meteen weer terug.”, meldt hij en hij beent onwaarschijnlijk snel de trap af. De blondine schudt mijn hand en ze noemt haar naam. “Jazzahead?” vraag ik haar en ze spreekt nog even door in het Engels tot ze merkt dat ik voor een Nederlandstalig tijdschrift werk. “Ah, dan kunnen we gewoon in het Nederlands praten. Ik kom uit Polen, maar woon tegenwoordig in Leiden. Ik ben zangeres.” Ze toont de tekst die op haar t-shirt ter hoogte van haar borsten staat gedrukt. “Kijk, dit is de naam van mijn band!” voegt ze er aan toe. Ik kijk kort, maar voel me er ongemakkelijk onder. Een voyeur.

De eigenaar komt langs met de instructies en neemt snel afscheid. “Als ik je nog ergens mee van dienst kan zijn hoor ik het wel. We treffen elkaar vast wel in het congrescentrum” zeg ik tegen mijn buurvrouw, vervolgens vlug mijn kamerdeur sluitend.

Een uur later neem ik de juiste trein richting centrum. Ik wandel het station uit, een enorm plein over en arriveer negen minuten later bij de juiste congreszaal. Daar ontvang ik van een blond Duits meisje een polsbandje, een plastic houdertje met een kartonnen visitekaartje en een linnentas met festivalinformatie. Ik loop het congrescentrum in en tref mijn eerste afspraak. De vrouwelijk blondinde van de Belgische delegatie. Ze is net bij de Finse afvaardiging langs geweest en heeft er een glaasje alcoholica meegepikt. Ze plaatst het glas op tafel. We hebben een prettig gesprek en ze zoekt ondertussen in kasten en tassen naar de juiste cd’s. Ze wijst me naar het paviljoen waar de leuke concerten gepland staan. We nemen afscheid en als ik richting uitgang loop zie ik een Italiaan. Het is de man van de cd die ik vorig jaar gerecenseerd heb. Rosario, de contrabassist! Ik tik hem op zijn rug en hij omarmt me zodra ik hem mijn naam heb genoemd. Ik moet denken aan het verhaal van Rein de Graaff die, zodra hij voor de eerste keer New York betreedt, Kenny Dorham tegen het lijf loopt. “Robin, je bent een geweldige schrijver. Laten we morgen afspreken voor een interview. Mijn cd’s lopen nog niet al te best in Nederland.” Ik durf geen nee te zeggen. Hij pakt zijn smartphone  tevoorschijn en we wisselen nummers uit.

Even later  worstel ik me langs de rijen luisteraars. En na enkele optredens bands met namen als Gourmet en Virta ruim ik het veld. Ik wandel over het eindeloze parkeerterrein voor het congrescentrum terug naar het station. Een uur later arriveer ik vermoeid, maar voldaan, in mijn slaapkamer. Morgen een interview met Rosario!

 

Advertisements
This entry was posted in jazz, music, Persoonlijk, persoonlijk and tagged , , , , , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s