De stilte, de rust en alles wat daarop volgde

img_0351

Uden. Een plaats aan een snelweg, net als onze jeugdherberg. We, Sjaal en twee puberdochters, zitten in een gemoderniseerde schuur met een keuken, een eenvoudige badkamer en een door een wenteltrap ontsloten zolder met drie bedden. Het is vijf uur in de middag. Ik zit aan de keukentafel en kijk door het raam, over de heg naar de doorzichtige geluidswal die ons van de snelweg scheidt. Auto’s razen voorbij. Jomma vindt het prachtig. Ze wil het hele gebeuren straks als het donker is met haar polaroidcamera vastleggen. Ik bereid me voor op mijn jubileuminterview met de legendarische slagwerker Eric Ineke en beluister de Weill- opnames van het Dave Liebmantrio (inclusief Ineke) met gastgitarist Jesse van Ruller. De kinderen liggen op hun bed en vermaken zich met hun iPad. Ze storen zich nergens aan, zelfs niet aan de muziek die hun vader via de reisspeaker de ruimte in laat galmen. Er komen via messenger twee berichtjes binnen. Een perspakketje, een album onder embargo, van een van de meest spannende bands van Haarlem. En een berichtje van Joris over een bijdrage. Hij heeft me blijkbaar gebeld toen ik met de kinderen in de Albert Heijn stond. Ik herkende zijn nummer niet en stopte vervolgens mijn aanhoudend brommende iPhone terug in de binnenzak van mijn jas. Zodra Joris een half uur later bemerkt dat ik online ben, belt hij me wederom. Als ik hem vertel waar ik me bevind brengt zijn voorzichtig uitgesproken vraag, “In Uden?” me in verwarring over de juistheid van mijn keuze. Ik meen dat Joris Noord-Brabant wel redelijk kent.

Uden dus. De jeugdherberg waar we zijn neergestreken is enkele jaren terug door accomodatiekeurmerk Zoover verkozen tot beste hostel van Nederland, zo verkondigt het houten bord voor de ingang. Volkel bevindt zich nabij en dat hoor je, maar daar storen we ons niet aan. Van de snelweg hebben we ook geen last. De jeugdherbergier ontvangt ons bijzonder gastvrij. Het is alsof we de enige gasten zijn. Ik moet denken aan een kort verhaal van Roald Dahl over een mevrouw die jonge studenten een bed, een kop thee en (daarmee) een kaartje naar het hiernamaals biedt om ze vervolgens op te kunnen zetten. Bed and death. Enfin, zo’n vaart loopt het hier allemaal niet. De spraakzame herbergier vertelt me alles over de streek en de accommodatie. Hij heeft een week eerder voor een paar honderd euro een ouderwetse kassa op de kop getikt, eentje die de prijs aangeeft in Deutsch Mark en Pfennig. “De meeste mensen die hier komen weten niet eens meer wat dat betekent.” Hij lokt me uit tot een gesprek. Ik wijs naar Zajra. “Deze dame is in 2002 geboren. Het jaar dat we de gulden verwisselden voor de euro.” Het gesprek waar ik net aan begonnen ben wordt niet gewaardeerd door mijn reisgenoten. “Kom papa, we gaan naar het huisje!” roept een zacht stemmetje waar een dwingende hand aan vast kleeft. De hand trekt me de gang en de klapdeuren van de boerderette door naar buiten, het paadje over naar ons tijdelijk verblijf, de schuur. De eigenaar drukt me tijdens mijn vlucht nog enkele folders in mijn hand. Een brasserie, een dierentuin en klooster. Dat is wat er hier te beleven is.

Een dag later vertrekken we na een geweldig ontbijt, onder de snelweg door, naar Uden. We lopen langs over een fietspad richting de grote kerk. Ik ben op de kaart naarstig op zoek naar een oud centrum terwijl de kinderen verveeld om zich heen kijken naar de jaren ’70 en ’80-architectuur van een gemiddelde randstedelijke buitenwijk. Aan de rand van Uden bevindt zich een katholiek complex, een klooster, een abdij, het museum voor religieuze kunst. Ik besluit ons bezoek aan het dorp hier te beginnen. We lopen door een tot kniehoogte gesnoeid heggenstelstel, begrensd door inheemse gewassen. Als we eenmaal binnen zijn zien we aan onze linkerhand een leeg museumrestaurant  waar een bebrilde man met pluizig asgrijs gewas op zijn hoofd in gesprek is met een felgrijze vrouwelijke collega. Aan onze rechterzijde bevindt zich een witte gefineerde balie. Daarachter treffen we een mannetje met fijn, vettig zwart haar en een bril met donker montuur. “Jullie zijn de eersten van vandaag” horen we. Wellicht komen deze woorden uit de mond van de man achter de balie. Ik wend me tot hem en geef aan dat ik een museumkaart bij me draag. ” Dan is het volledig gratis voor u.” hoor ik nu duidelijk uit de mond van het mannetje. Mijn kaart wordt gescand en er wordt gewezen naar de toonzaal naast de kantine. “Als u daar geweest bent, wendt u zich tot gene zijde. Daar bevindt zich de rest van de tentoonstelling.” Nadat we onze tassen en jassen in de kluisjes hebben geplaatst lopen we door naar de expositieruimte. We worstelen ons door het leengoed, een levensgroot beeld van Ignatio de Loyola in marmer dat ooit door koningin Wilhelmina wegens de katholieke oorsprong, uit de huiscollectie van het koninklijk huis is verbannen, enkele Jezussen aan het kruis, moderne kunst, een tentoonstelling over religieuze gebruiken en een tentoonstelling over de abdij. Eenmaal terug bij de balie vertelt de bebrilde vrijwilliger ronduit. De kinderen dwalen wat rond terwijl vader zijn interesses deelt. Zodra het onderwerp Jazz In Haarlem wordt aangesneden rukken de kinderen hun vader aan zijn hand het museum uit, de heggentuin in.

Uden blijkt, behalve het klooster, weinig historische plekken te bevatten. Een kerk met twee torens en een koepel, nog een kerk, een molen. Een marktterrein waar ter ere van Sint Carnaval een tent wordt opgetrokken. Een bejaardenhuis, een pastorie, een rotonde en enkele winkelstraten die loodrecht op elkaar staan. Een V&D. Of beter: een net voor het faillissement opgetrokken complex waarvandaan het warenhuis de stad zou gaan regeren. Alle middenstanders vestigden zich rond dit Colosseum van het stadshart. En tegenwoordig prijkt alleen het logo van de V&D nog aan de gevel. Binnenin treffen we een miljoen boeken op lange tafels in een lege winkel. Ongelezen boeken, bestsellers, ramsj, vergeten juweeltjes en onterecht gedrukt werk. En dan opgesteld in een ruimte ter grootte van een gemiddeld warenhuis. Helaas zijn de prijzen net zo grillig als de opstelling. Ik neem slechts een beduimeld werkje van Seneca mee, genaamd De lengte van het leven. Ik reken 3 euro 95 af bij een van de twee medewerkers. Ik kijk haar meewarig aan. Ze kijkt uitgeblust terug. Ik kan me er alles bij voorstellen. Ze is opgesloten in een magazijn vol boeken. En om de zoveel tijd rekent er iemand af. Ongewild is ze een non geworden in een klooster dat wordt geteisterd door de onverschilligheid. De boeken, de wijsheid, de kennis, het stelt niet zo veel meer voor in deze tijd. “Kom papa, we gaan naar het huisje” hoor ik naast me. Een kinderhand trekt aan mijn nieuwe aankoop. Het is tijd om te gaan.

 

 

 

Advertisements
This entry was posted in music, Persoonlijk, persoonlijk and tagged , , , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s