Good vibrations

img_0194De voorjaarsvakantie is begonnen. In ons deel van het land, het midden, het noorden. Het zuiden gaat pas volgende week los. Ik merk het al vrij snel vanochtend in de straten van Haarlem, op weg naar de sportschool, middenin de Burchtwalbuurt. De 1,6 kilometer van mijn huis naar de gymnastiekzaal heb ik ongeveer 3 mensen gezien. Een vrouw die haar hond uitlaat, een mevrouw met kind in wandelwagen (ok 4!) en een verwarde man op een bankje. Die man zat er gisteren trouwens ook al. Ik parkeer mijn fiets tegen het Rosa Huessy-Stockhuis, vertrekplaats voor bedevaartsgangers richting Santiago de Compostela. Jan, de conciërge, opent de lange smalle, donkergroen geverfde deur en maant me naar binnen. Jan wacht met het ontsteken van de verlichting van de ruimte tot ik binnentreed. Hij veegt vermoeid met zijn wijsvingers, onder zijn brillenglazen  over zijn oogleden. Zou hij hier geslapen hebben? Ik kleed me om. Als ik de kleedkamer verlaat hoor ik de Beach Boys. Good Vibrations. Ik stap op de loopband. Ik neem me voor een half uurtje te gaan lopen in plaats van de gebruikelijke 60 minuten. Met een fietstocht naar Amersfoort in het vooruitzicht is dat wat mij betreft voldoende inspanning. Vanaf mijn loopband observeer ik Jan aan de balie achter zijn scherm. Hij bekijkt beelden van de Clintons. Bill met gitzwart haar, Hillary met koket opgestoken kapsel. Hij maakt notities en draait de beelden terug. Ik zie telkens weer dezelfde beelden. En ik hoor nog steeds de Beach Boys. Good Vibrations.

Als ik van de loopband stap klinkt  dezelfde muziek. Tijdens het verstellen van gewicht en nekrol van de buikspiertrainer roep  ik quasi- achteloos “Zou je niet eens een ander nummer opzetten?” in Jans richting. Vervolgens klinkt Dusty Springfield uit de luidsprekers. De Beach Boys hebben zich inmiddels in mijn systeem genesteld. Bij het verlaten van de sportschool herhaal ik in mijn hoofd de melodie en stapel ik de tempowisselingen en melodiewijzigingen als legoblokjes op elkaar. Ik fiets naar huis en pak mijn weekendspullen. Misja kijkt me trouw, maar droevig aan. “Zou je dat nou wel doen, weer naar Amersfoort met de fiets?” Ik geef haar een kleffe zoen op haar brakke lippen. “Ik ben morgen voor het eten weer terug!”, antwoord ik. Een tijdje terug heb ik met mezelf afgesproken dat het goed is om mezelf op te laden in een andere stad. Dat is dus Amersfoort geworden. Gewoontedier als ik ben ga ik nu om het weekend op de fiets via dezelfde route, naar dezelfde stad. En vervolgens ga ik naar dezelfde kroeg om bij dezelfde serveerster hetzelfde glas bier te bestellen.

Tijdens mijn fietstocht draait Good Vibrations zich om en om. De vorige keer zat ik in de rookruimte. Nu zit ik in het niet-roken gedeelte van de kroeg. Een tafel naast me zit een gezelschap grijze, naar de voor hen geschikte mode gekapte, oma’s. Vrouwen met een luide stem en een slok op. Hun echtgenoten zitten er als dode vogeltjes naast. Ik benijd ze niet. Een tafel verderop zit een pokerend gezin. Een meisje en haar vader met een scherpe kin en bruine ogen. De vader heeft asgrijs haar, zijn dochter draagt het donkerbruine haar in een knot op haar uitgekiende kop. Haar vriend naast haar geeft haar aanmoedigende klopjes op haar schouder. Winnen is niet zijn ding. Schuin tegenover haar zit haar broer, een troetelbeer met gitzwart onstuimig haar en een vlasbaardje, naast zijn naïeve vriendin. Een lichtblondgelokt schaapje dat wat onnozel om zich heen kijkt. De moeder, een oplettende vrouw van middelbare leeftijd, doet niet mee aan het kaartspel. Zij drinkt vruchtensap en zal even later het gezelschap tot de orde roepen. Ze kijkt af en toe misprijzend in mijn richting. Ik weet niet wat ze denkt. Misschien wil ik het niet weten ook. Geluk is … aanlanden aan een vierpersoonstafel naast het raam en daar, met een glas speciaalbier onder handbereik,  in je eentje een blog mogen schrijven. Wellicht denkt zij er anders over.

Als het tijd is om te gaan verlaat ik de kroeg. Het vaste meisje groet me. Ik fiets langs de grachten, miniatuuruitvoeringen van de waterlopen die we in Amsterdam en Haarlem zien, naar de herberg net achter de stadsring. Een herberg waar veel oost-Europeanen verblijven. Als ik mijn fiets tegen de wand van de buren parkeer arriveert de pensioneigenaaar. Ali. Hij kijkt me loensend aan. “Heb je voldoende licht?”vraagt hij in mijn richting en ik antwoord hem: “Alles goed. Jammer dat je geen stalling hebt, ik heb geen fietsstandaard.” Hij loopt hoofdschuddend met de zojuist op de markt aangeschafte vis naar binnen en laat me verder worstelen met mijn fiets. En voordat ik het weet klinkt het nummer weerom. Good Vibrations.

 

Advertisements
This entry was posted in jazz, music, Uncategorized and tagged , , , , , , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s