In de wachtkamer

img_0119Zaterdagmiddag 17.00 uur. Rookruimte Café  onder De Linde, Amersfoort. De ruimte is leeg, wat op zich vreemd is, want buiten slaat de koude winterregen op het trottoir en het plein achter de kerk (onder de linden). Er wordt dus amper gerookt in dit café, want binnen is het redelijk druk.  Het is alsof ik in een historische wachtkamer zit waar de rook van de overleden wachtenden is blijven hangen.

Delen van het oude centrum van Amersfoort doen Vlaams aan. Middeleeuwse markten rondom gothische kerktorens, gestileerde stadswallen en -grachten beschermen de oude nederzetting voor de kwelgeest van de vooruitgang. Net als in Brugge draait het hier om friet en bier.  Maar het zou ook kunnen zijn dat alle steden in de Lage Landen, waar het monster van de oorlog en zijn strijdmakker, de stadsvernieuwing, geen diepe wonden hebben achtergelaten, op elkaar lijken.

Eindelijk loopt er een donkerblonde, kortgeknipte mevrouw met een streng gezicht, druk bellend, de rookruimte in. Het zal u niet verbazen dat ze Vlaams spreekt. Ze heeft geen sigaret in de hand. Waarschijnlijk wil ze de ruimte gebruiken om ongestoord te kunnen bellen. Van mij heeft ze geen last. Ik weiger haar af te luisteren. Ik heb een koptelefoon op het hoofd en ik luister naar het nieuwe album van Brad Mehldau en Chris Thile. Ze ziet me niet zitten. Ze is te druk met haar gesprek bezig. Het gesprek wil niet vlotten. De vrouw loopt de ruimte weer uit. Het is alsof ze me nog steeds niet heeft gezien. Een minuut later komt ze weer terug. Ze gaat aan een tafel zitten. Ze heeft nu wel een sigaret in de hand en haar telefoon ligt op tafel. Ze kijkt langs me heen. Dan gaat haar mobiel. Ze neemt hem op en vervolgt haar gesprek. Nu moet ik toch luisteren. Ze spreekt over een verdwenen voorwerp. Haar gesprekspartner werkt niet mee en de vrouw maakt hoekige gebaren in de lucht. Ik heb medelijden met de persoon aan de andere kant van de lijn. Ze zijn het niet met elkaar eens. De vrouw beëindigt het gesprek en loopt met een rood hoofd de ruimte weer uit.

Ik kijk naar buiten. De schemering heeft de lichtgrijze hemel ingeruild voor een donkerblauwe. Het felgele straatlantaarnlicht weerkaatst op de natte straattegels, en zet de paraplu’s en de felgekleurde capuchons van de voorbijgangers korte tijd in de etalage. Een mollige jongen met dun haar en een slordige baard komt de ruimte in. Hij ziet dat ik op mijn ipad aan het werk ben en nestelt zich bescheiden met zijn kelk en sigaret aan de tafel aan een wand die volgeplakt is met bierviltjes. Kort na hem komt er een langblondharige mevrouw van een jaar of vijftig met een zalmroze jurk binnen. De jongen en de moeder beginnen met elkaar te praten. Ze vinden elkaar in een gesprek, maar zijn, getuige hun blikken in mijn richting, toch ook verlegen om mijn aandacht. De vrouw lijkt iets tegen me te willen zeggen. Ik schuif mijn koptelefoon van het hoofd. “Weet jij dat? Wanneer het roken hier in Nederland uit de cafés verbannen is? “, vraagt ze me in keurig Nederlands. Ik weet het werkelijk niet en schat in dat het zo’n zes jaar geleden is. De jonge baardman neemt het gesprek over “Ja,  bij ons in Vlaanderen zal het ook rond die tijd zijn geweest. Eerst werden de uitbaters verplicht om dure installaties aan te schaffen, vervolgens moesten er scheidingswanden worden aangebracht en na twee jaar kwam er toch nog een algeheel verbod. Er zijn er al veel aan failliet gegaan.”. Ik plaats mijn koptelefoon op mijn hoofd om aan te geven dat ik weer aan het werk wil. Zodra ik me buiten het gesprek plaats taaien de twee af.

Het mooie van contact in een plaats waar je voor het eerst bent is dat je ermee kunt doen wat je wil. Een jaar of wat geleden zou ik me gedwongen gevoeld hebben om het gesprek op gang te houden. Maar dat is niet meer nodig. Mensen praten toch wel.

Na een uur Onder De Linden houd ik het voor gezien. Ik heb vandaag gratis meegerookt in de meest stille ruimte van een gezellig café. Maar het is tijd om te gaan. Ik ben moe na mijn 70 kilometers tellende fietstocht vanuit Haarlem. Ik wandel op goed geluk het stadshart van Amersfoort door, een stadspoort door. Gewoontegetrouw loop ik de verkeerde kant uit, de stadsring op. Na een minuut of vijf kijk ik op mijn mobiel op Google Maps. Ik loop al vijf minuten in de verkeerde richting. Zeven minuten later ben ik waar ik moet zijn, een drie verdiepingen tellend herenhuis uit 1902. Mijn fiets staat netjes onder een afdakje. De eigenaresse kijkt tv in de woonkamer. Ik loop stilletjes twee met roodgekleurd tapijt bedekte trappen op naar mijn  bescheiden zolderlogeerkamer een ruimte van 3 bij 2 met uitzicht op de huiskamer van de overburen en de overburen daaronder. In beide kamers zijn dappere huisvaders aan het werk. In de kamer op de eerste verdieping, aan de buitenwereld ontsloten via een erker met solide raamwerk en bovenaan glas in lood, soldeert een jongeman in een lichtblauwe sweater, aan iets wat mogelijk een racebaan is. Een verdieping boven hem ligt een jongeling op zijn canapé onder een Ikea schemerlamp. Hij doet iets met een mobiele telefoon. Hij heeft zijn benen over elkaar gekruisd en toont me zijn kousen voeten. Welkom in het gordijnloze Nederland. De kinderen van beide jonge vaders zijn waarschijnlijk net naar bed. Mogelijk is de man van de tweede verdieping een vader in wording.

Ach, wat weet ik wel? Ik verblijf, God mag weten waarom, in Amersfoort in een kamer. Morgen ben ik weer terug in Haarlem.

 

 

Advertisements
This entry was posted in music, Persoonlijk, persoonlijk and tagged , , , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s