Draadjesvlees op donderdag

img_0118Woensdagochtend half acht. Een uur voordat de fietsers elkaar  in de ochtendspits naar het leven staan komt de stad tot leven. Onder andere op het Haarlemmerplein. De houten skeletten van marktkramen ontwaken uit hun opgestapelde staat zoals het vergeten voorjaarsgoed in een verwaarloosd grasperk tussen twee snelwegen. Je hoeft je maar even om te draaien en het is er! Het leven. En dat verbaast je, paradoxaal gezien, steeds meer naarmate je ouder wordt.

De markt. Ik fiets er graag voorbij. Ik blijf er graag even stil staan. Op vrijdag als ik over de kaai fiets, als ik de kinderen naar school breng of weer afhaal. Als ik de markt zie, ruik ik het weekend. Woensdag is voor mij de dag dat ik over de helft ben. Vrijdag is de eerste dag van het einde van de week.

Hoe anders is een donderdag. Ik weet niet wie deze dag heeft bedacht. Ik was het in ieder geval niet. Donderdag is een dag voor doorzetters. Er is -voor zover mij bekend- nergens markt. De meeste mensen die ik ken moeten de dag erna nog werken. Er is dus geen sprake van gedeelde vreugde. Het verkeer jaagt over de provinciale wegen en de A1 tot de A- zoveel alsof het einde nabij is. Aangezien dat voor mij niet het geval is fiets ik extra behoedzaam over de kruispunten en de parallelweggetjes. Getuige dit blog heb ik het vandaag ook weer gered.

Donderdag? Een overleg zonder begin of eind. Maar ik probeer iedere dag iets nieuws. Ik heb ze allemaal gegroet, de mensen die ik niet ken. En volgens mij vonden ze het nog leuk ook.

Mijn hoofd zit vol met gedachten als ik de fietshellingbaan van het pand waar ik kantoor houd bedwing. Ik verlaat via het Oost- poortstation de stadsdeelgrens richting centrum. Een bejaarde  gesluierde mevrouw in een scootmobiel draait haar vervoersmiddel vlug aan de kant als ze mijn ingesmeerde kettingen en getergde adem hoort. Een onsympathiek ogende man op een nauwelijks opgeladen elektrische fiets volgt haar voorbeeld. Ik rijd langs Artis. Langs de Roeter, het Weesperplein, het Weteringcircuit. Onderdoor Rijksmuseum, direct naar rechts en  flux naar links de Paulus Potterstraat, Willemsparkweg en de Koninginneweg door richting Zeilweg en Zeilbrug.  En vervolgens snel weg door al die rechte lange wegen (Pieter Calandlaan) die naar de stadsgrens leiden. Afgelopen week is er nog een jongeling om zeep gebracht. Een gebeurtenis  waar heel crimescene-minnend Nederland over heeft geschreven. Een walgelijke aangelegenheid.

Ik fiets verder. Badhoevedorp dorp. Een stoplicht staat eeuwig op rood. Een meisje en een jongen, vermoedelijk haar vriend,  op een scooter voor me rijden, na lang twijfelen, door. Ik fiets ze achterna als het licht eindelijk op groen staat. Het avontuur en ik zijn elk in een ander gesternte geboren.

Wat volgt is de Haarlemmermeer. Nicolaas Beets heeft er nog geestdriftig over geschreven, even voor de demping. Het was ooit een meer en vervolgens is het gedempt. Nu staat het bekend als het vlakke land. Ik fiets en zie plots vliegtuig na vliegtuig aan de horizon. Een drietal schijnwerpers naast elkaar landt langs de -in tegengestelde richting- gedempte landingsbaanlichten. Als ik op de trappers sta vraag ik me af  wie en wat hier landt. Zijn het de hemelbestormers? De zakenlui? De gelukszoekers? En, zoja, hoeveel zijn het er? De hemelbestormers leer ik ongetwijfeld kennen. De gelukszoeker idem dito. Maar de zakenlui? Dat volk laat ik het liefst links liggen. Ik fiets snel verder. Drie kilometer verderop ligt de supermarkt.

 

Advertisements
This entry was posted in jazz, music, Persoonlijk, persoonlijk and tagged , , , , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s