De wil tot destructie en de wereld als kweekvijver van het onmogelijke

img_0115Minder opmerkzame mensen hebben me, n.a.v. berichten op dit nepforum, genaamd Facebook, gemeld dat het slecht met mij gaat. En dat geeft niet. Want een wereld zonder minder opmerkzame mensen is ook geen reet aan. En ik laaf me aan het kampvuur van hun zorgzaamheid. Ik wentel me in hun aandacht. Ik accepteer dagelijks een stuk of tien vriendschapsverzoeken van mensen die ik nog niet ken. Sommigen zijn amper meerderjarig en dragen slechts een bikini of nog minder aan het fraai gevormde lijf. Het zal wel ergens goed voor zijn. Ik geloof dat FB een vriendschapslimiet stelt bij 5000. Een virtuele muur tussen net haalbaar en onmogelijk. Wat mij betreft gaat Zuckerberg sowieso te ver en is elke grens onacceptabel. Potentiële vrienden zou ik in het dagelijkse leven niet eens aan durven kijken. Minder opmerkzame mensen zouden hierin het bewijs kunnen zien dat ik last heb van faalangst.

De laatste nieuwjaarsreceptie van Haarlem vindt traditioneel plaats in de Pletterij. Cultureel centrum, vrijplaats, podium voor debat en improvisatie. U kent het wel. Een geweldige plek voor alles wat nog niet is ingekaderd. Het warme nest voor de kanslozen en -armen, de verworpen elite, de  hemelbestormers, de dromers, de om- en dwarsdenkers, vrijstaat van de kwetsbare ziel. Sjaal en zijn Zil en Bo zijn er ook.

We zijn er stipt om 16:00 uur. Dat tijdstip stond immers op de uitnodiging. Bo houdt de tijd goed in de gaten en zorgt ervoor dat we geen minuut te laat aan de hoofdingang aan de Vest arriveren. Collega’s van de PR-afdeling staan aan de deur met consumptiemuntjes. “Sjaal, ben je er nu al?” zegt een van hen. Ik knik en kijk snel naar beneden (zoals te doen gebruikelijk). De kinderen nemen het voor me op en geven de twee dames een hand en ze stellen zich netjes voor. Ik krijg twee muntjes, de kinderen elk een. We lopen de vrijwel lege zaal in. Een donkere bar, een  stemmig verlichte ruimte met een schaars verlicht podium, aan de rechterzijde een kwetsbaar schemerlampje, een fel gekleurd spreekgestoelte in het midden, en een afgeragde  piano aan de linkerkant. Ik heb een entre-nous met de directeur, de technicien en de man achter de bar. De kinderen lopen doelloos rond. Zij komen voornamelijk voor de burgemeester. Hij zal even later de openingstoespraak houden.

De zaal stroomt vol. Ik maak kennis met geïnteresseerden, vrijwilligers en gelukzoekers. Mensen drukken mij de hand (waarschijnlijk omdat ik, formeel gekleed in blazer, dicht bij de ingang sta) en wensen mij het beste. Ik wens ze van hetzelfde. Ook Jaap Pop, de oud-burgemeester komt langs. Als hij ons is gepasseerd fluister ik de kinderen toe dat de kop op de klok boven het millenniummonument naast het oude V&D gebouw van hem is. Een icoon. De kinderen knikken instemmend en als de directeur me vraagt om enkele folders uit te delen voor het concert van aanstaande zondag grist Zil ze uit mijn hand. Ze sprint regelrecht op de oud-burgemeester af en drukt hem  een exemplaar toe. Die is binnen! Ook de andere folders gaan grif van de hand. Ik sta als een sul aan de kant en kijk toe hoe de kinderen het aan mij toebedeelde werk doen.  Een bruin jongetje met donkere ongekamde krullen, genaamd Miguel, loopt met de kinderen mee. Hij daagt ze uit en treitert ze naar tevredenheid van zijn slachtoffers. Een receptie moet voor alle bezoekers interessant blijven.

De huidige burgemeester komt binnen als de sprekers, de directeur en de voorzitter,  net zijn uitgeluld. Een man met strak wit overhemd over de volle pens en een stijlvol zwart jasje aan, een kogelrond montuur op de nieuwsgierige neus, betreedt het podium. Een man met een missie. Dat kunnen we zo wel zien. In enkele minuten bewijst de burgervader zijn bestaansrecht met een nietszeggende rede. Ik benijd de kinderen, die op het podium zitten, niet. Na zijn toespraak is het publiek alweer met andere zaken bezig. Ik praat met een mevrouw van 83 over haar pleinvrees. In mijn ooghoek zie ik dat Zilla een selfie maakt met de burgemeester. Even later doet haar broer hetzelfde. De technicien maakt er een foto van. Ik maak me los van de 83-jarige en vraag de technicien of hij me de foto wil toezenden. Uiteraard wil hij dat.

Ik spreek verlegen met het nieuwe blondharige meisje van de PR-commissie en wordt telkens weer door Bo en Zil tot de orde geroepen. Het is namelijk zes uur geweest en het is tijd om te gaan. Tijd om pannenkoeken te eten. Het meisje citeert enkele recepten. Ik knik haar verontschuldigend toe als ik door Zilla aan de arm naar de garderobe wordt getrokken.  Het is tijd om te gaan. Ik leeg mijn glas, gevuld met de IPA, genaamd “Mooie Nel”. De mensen die ik wil groeten zijn inmiddels elders. We lopen anoniem door de hal en de voordeur en openen onze fietssloten. “Iemand nog ijs?” roep ik, zonder een antwoord af te wachten. Zowel de supermarkt als de verlossing zijn nabij.

 

Advertisements
This entry was posted in Persoonlijk, persoonlijk and tagged , , , , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s