Het twaalfde uur

img_0058Oudejaarsdag. Het is 17.17 en de hulp- en dienstverleners draaien overuren. Ik hoor om de haverklap sirenes en het alarmerende geluid van klap – en knetterwerk. Het is inmiddels pikdonker (welke idioot heeft ons wijsgemaakt dat de avond om 18.00 uur begint?) en ik weiger het licht aan te doen in de kamer. Alle kinderen zijn het huis uit en Mies en ik zijn alleen thuis. Er valt wat ons betreft niets te vieren vanavond. Een dag als alle anderen, maar dan zonder kinderen. De katten zijn in geen velden of wegen te bekennen. Misja ligt al ruim een uur op de bank te slapen. Ze heeft me gevraagd haar om vijf uur wakker te maken, aangezien ze nog een boodschap wilde halen, maar om 17.10 draaide ze haar rug knorrig naar me toe toen ik haar met een zacht duwtje probeerde te wekken. Ik heb haar maar zo laten liggen. Mies is klaar met dit jaar. En wie niet? En hoe het nieuwe jaar verloopt zien we wel weer. Naast me ligt een zojuist aangeschafte klassieker, Het Lijden van de jonge Werther van JW Goethe, vertaald door Therese Cornips, met een nawoord door Gerrit Komrij. Het verhaal past bij mijn stemming.

Gisteren nog naar Amsterdam Noord afgereisd voor een interview met de improvisatiekolos, de Amerikaanse drummer Michael Vatcher. Een jazzheld, hoewel hij zelf niet blij is met dit predicaat. Een prettig gesprek op een mooie plek. We zitten op twee, aan een tafel van 1 bij 1 meter, opgestelde  stoelen in de keuken. De melk pruttelt op het gasfornuis. Zoonlief oefent schaak in de belendende woonkamer, terwijl zijn moeder gebogen zit over haar proefschrift. We praten twee uur lang over de meest uiteenlopende onderwerpen, zoals de muziek van Captain Beefheart, Miles Davis en Misha Mengelberg, de nieuwe president van zijn geboorteland, drank, drugs, pooiers en de holocaust.

Het jaar telde nog veel meer interviews en gesprekken, reisjes en blije momenten , maar ook minder aangename momenten en ergernissen. Met gemengde gevoelens kijken we terug naar onze deelname aan het televisieprogramma “Help, ik kan niet stoppen met shoppen” op RTL 5. Mies zat aan tafel bij Humberto Tan en werd geïnterviewd door de journalisten van de VPRO-gids en de Margriet. Ik stopte na de confrontatie met mijn vadsige lijf op de beeldbuis van schrik met eten en raakte twintig kilo kwijt.

Misja wordt wakker van mijn luide getik. Het is inmiddels zes uur geweest. “Wil je eten?” vraag ik haar, “ik heb pasta bolognese met groenten en kaas.” Misja kijkt me vermoeid aan en schudt nee. “Beetje grieperig”, mompelt ze en ze legt haar zware hoofd terug op het kussen. Ze heeft vanavond genoeg aan de appelbeignets, de XXL-zak naturel chips en een zakje blokjes jong-belegen kaas.

“Alles is zo stil om me heen, en er heerst zo’n rust in mij. Ik dank u, God, dat u aan deze laatste ogenblikken deze warmte, die kracht geeft.” lees ik in het slothoofdstuk van Het Lijden. Ja, het is rustig. Ik heb al een tijd geen sirenes meer gehoord en het geknal lijkt vooralsnog aan onze straat voorbij te gaan. Op de bank klinkt gesnurk. De katten zijn nog steeds verstopt. “Het slaat twaalf uur! Zo zij het dan!”. We zijn inmiddels een jaar verder, maar we leven nog steeds met de waan van de dag.

Advertisements
This entry was posted in jazz, music, Persoonlijk, persoonlijk and tagged , , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s