The night the WiFi burnt down

imageTweede kerstdag is een dag om snel te vergeten. Misja en ik gaan ieder ons weegs. Ik vertrek met mijn kinderen naar Noord-Brabant en mijn heldin blijft in Haarlem met haar kroost. We nemen overdreven lang afscheid. Ik loop met mijn dochters naar de supermarkt om een tas met levensmiddelen te vullen. In Haarlem zijn met kerst alle supermarkten geopend, maar dat is in Noord-Brabant niet gegarandeerd. We lopen met de zware boodschappentas, twee rolkoffers, twee plastic tassen en een rugzak naar de bushalte aan de Byzantiumstraat, een kilometer verderop. Na tien minuten arriveert bus 73. Er zit een aardige buschauffeusse achter het stuur, die ons met verbaasde blik nakijkt als we de bus slechts twee haltes later weer verlaten (met onze rolkoffers, rugzak en plastic tassen). Vandaar lopen we de Europaweg over naar de halte Schipholweg alwaar, volgens het aankondigingsbord, twaalf minuten later bus 346 zal verschijnen om ons naar Amsterdam-Zuid te brengen. Een verdwaasde vrouw van onbestemde leeftijd, grijs en fultloos haar, een door rimpels ontzield gezicht, maar in het bezit van een paar krachtige bovenbenen, waar een twintiger “u” tegen zegt, kijkt ons aan alsof we een kaartje naar de hel hebben gekocht. Even verderop zit een meisje van een jaar of twintig op een bankje. Ook zij is in het bezit van een paar krachtige benen (jawel, het is tweede kerstdag, de dag van familievisite in stemmige korte jurkjes en zwarte panties), maar haar gezicht krijg ik niet te zien. Nog even verderop zie ik een stel over de stoep schuifelen. Een roodharig wijf met een bejaarde man aan haar hand die zowel haar echtgenoot als haar vader zou kunnen zijn komen nog op tijd om de bus te halen. Een kromme Aziaat met een grijs snorretje en een uitgebluste blik loopt achter het oude stel aan als de bus arriveert.

De deur van de rode RET- lijn wordt geopend. Een Surinaamse buschauffeur met gefatsoeneerd rastahaar, die ons de indruk geeft dat hij deze dienst al voor de duizendste keer draait, groet ons nadat we onze kaarten langs de chippaal hebben gestreken. “U kent de weg!” zegt hij en achteraf bezien heeft hij in ons zijn meerdere (h)erkend.
We gaan zitten op de ons bekende driepersoonsplek net na het midden, ter linkerzijde van de bus, bestaande uit twee stoelen in de rijrichting en een haaks erop. Het meisje zonder gezicht gaat op de bank voor ons zitten. De roodgeverfde vrouw met haar bejaarde medepassagier neemt plaats op de bank ter rechterzijde, net voor de inham bestemd voor mindervaliden en kinderwagens. De Aziaat gaat op het bankje naast ons zitten. De verdwaasde vrouw zie ik nergens. Ze heeft waarschijnlijk geweigerd de bus in te stappen.
Even later rijden we door de polder. Richting station. Richting Zuid.
Zuid duurt even. Zuid duurt lang. We rijden ergens tussen de weilanden in de buurt van Boesingheliede en Badhoevedorp als de buschauffeur ons -onversterkt- meldt dat hij verkeerd gereden is. “Een klein omweggetje, maar het komt goed.” De rode antwoordt: “kan gebeuren, we hebben de tijd”. De bus draait rechtsom en vervolgens naar links en voordat we het weten rijden we weer terug naar Haarlem. Nog even later rijden we noordwaarts en even verder zien we de Ikea en de PTT-toren weer aan onze linkerhand. Een half uur eerder waren we hier ook al. “Dit gaat weer niet goed jongens.” fluister ik naar de kinderen, en alsof de chauffeur het gehoord heeft roept hij, wederom onversterkt, de bus in dat hij nogmaals verkeerd gereden is, maar dat hij nu werkelijk de goede kant uit zal rijden. We rijden het Westelijk havengebied in. Op de valreep mijdt de chauffeur de afslag naar Zaandam. We hadden vijf minuten geleden al in Zuid moeten zijn. “Checkt u allemaal maar uit mensen.” gebiedt de man die zijn diploma, naar mijn mening, iets te snel heeft verkregen. “Ja, en wilt u nu dat we er hier uitstappen en het zelf allemaal maar uit gaan zoeken? Onze broer ligt in het VU-MC op sterven en u maakt er hier een show van?” roept het roodgeverfde monster voor iedereen hoorbaar, behalve voor de chauffeur. Hij is oost-Indisch doof. Hij praat door een mobiele telefoon en laat zich leiden door een ervaren collega achter de schermen.
De Aziaat naast ons knippert vele malen met zijn ogen vanwege het felle zonlicht dat overdonderend de bus in schijnt. Ook hij weet nu dat het verkeerd zit. Wonder boven wonder komen we een kwartier later alsnog op de Amstelveenseweg aan. De rode gaat, een halte te vroeg, al vloekend met haar broer de bus uit. Ook het meisje en de Aziaat verlaten de bus. De chauffeur roept aldoor (nog steeds onversterkt) “sorry!” als een passagier mopperend de bus verlaat. Wij hebben nog een halte of drie te gaan. Het tafereel van de mopperend verlatende passagiers en de sorry-zeggende chauffeur herhaalt zich twee keer en dan is de bus bijna leeg. Even voor station Zuid laat de chauffeur ons eruit, “Het mag officieel niet, maar het is handiger voor jullie. Anders moet je zover lopen.” “Maakt niet uit”, roep ik trillend en ik grijp mijn kinderen onder hun armen deze horrorbus uit.

Enkele onbekommerde reismomenten komen we drie uur later aan bij het huisje waar we drie nachten mogen logeren (wordt vervolgd).

Advertisements
This entry was posted in jazz, music, Persoonlijk, persoonlijk and tagged , , , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s