De dag die weigerde voorbij te gaan

IMG_0082.JPGDe maand december valt me dit jaar erg zwaar. Naast de gebruikelijke sinterklaasonrust en het gedoe rondom planningen wie bij wie en waar met kerst en oud- en- nieuw, voegt Misja dit jaar een nieuw ingrediënt toe aan de stress-taart: het overspannen rooster.   De dertiende kreeg ik het voor elkaar net voor zwembadsluitingstijd de rekening te betalen voor de zwemlessen. Ik had net ervoor een veertigtal delen van de 52-delige verzamelde Vestdijk- romannenserie op de kop te tikken en stond met een goed gevulde verstevigde plastic supermarkttas te wachten totdat de kassamedewerkster de gesluierde vrouw voor me aan het verstand had gebracht dat er tweede kerstdag geen zwemlessen zouden plaatsvinden toen ik gebeld werd. Huistelefoon. Ik pakte met tegenzin de telefoon op, net op het moment dat onze teleurgestelde medemens doorhad dat het stuk graniet achter het kassaglaswerk haar haar zin niet zou geven. Ik was nu aan de beurt. “Ik heb net een bloedneus gehad en ik heb geen spel kunnen kopen bij de Gamestore”.

Ik stond nog na te genieten van mijn nieuwe aankoop en wilde hier eigenlijk niet zijn in dit broeierige zwembad. En nu dit telefoontje nog. “Het spel is tien euro duurder dan in de advertentie! En nu heb ik niets!” schreeuwde het slachtoffer van een ontspoorde samenleving me toe, zodanig dat de vrouw achter de kassa het in principe zou kunnen horen. “Tachtig euro. En volgende maand moet u nog een achterstallige betaling doen voordat uw kinderen überhaupt mogen afzwemmen in februari.” zei de vleesgeworden betaalautomaat met monotone stem door het spreekgat.  Ik pinde en nam de boodschap gelaten in ontvangst. “We lossen het thuis wel op Bo, ik sta nu in de rij van de kassa van het zwembad.” Ik groette geen van beiden en liep met mijn zware tas de draaideur door de frisse lucht in richting fiets. Eenmaal thuis kwam het bleke smoelwerk van Boaz naar me toe, liet zijn mannelijkheid varen en barstte in huilen uit. “Ik heb er nog wel zo hard voor gespaard!” Een kilo stress, improviseer-  en haastwerk later zat Boaz in zijn kamer met zijn nieuwe spel en ik achter de pannen.

De veertiende verliep al niet veel beter. Een collega had vier afspraken op verschillende locaties achter elkaar gepland en was de reistijd vergeten. Ik reed van Zuid naar Noord, naar Oost en reed rond lunchtijd met een bij de Deen ingeslagen lunchpakket onder mijn arm over de Ringdijk naar mijn laatste afspraak. Bij de school stootte ik met mijn knie een flesje vitaminewater uit mijn jaszak. Ik remde en gooide mijn fiets aan de kant en ging in de goot zitten. Ik speurde onder de auto’s naar het kostbare kleinood (ik had een enorme dorst), totdat ik aan de binnenkant  van het  rechterachterwiel van een Ford Spectaculair het flesje zag liggen. Met wat moeite kon ik het ding te pakken krijgen. Ik fietste snel naar mijn volgende afspraak en liet me alle grapjes over mijn late komst welgevallen. Na mijn laatste afspraak fietste ik naar het Juttersdok aan het Zeeburgerpad. Met een stapeltje verzamelde columns van Martin Bril liep ik naar mijn fiets. Over 1 uur en een kwartier stond mijn volgende afspraak gepland, het tien-minutengesprek over het rapport van Jomma, locatie: Schoten, Haarlem-Noord.

Ik had dus  alle tijd. Ik reed op mijn gemak de dijk over, de weg op, de polder in. En in de polder ging het mis. In de schemering fietste ik door een nevelige omgeving, een kale vlakte zonder levend wezen, een snelweg in de verte en grommende, landende vliegtuigen op zoek naar Schiphol en ik wist dat ik verdwaald was. Ik pakte mijn telefoon en schakelde, tegen mijn zin in, de 3G-verbinding in. Google Maps verklapte me dat ik 5,6 kilometer, oftewel 20 fietsminuten, van mijn doel verwijderd was. Het 10-minutengesprek zou 10 minuten later beginnen.  Jomma stuurde me een minuut later appje: “stuur me een berichtje als je er bent.” Ik wist dat dat nog even zou duren en reageerde niet. Vijf minuten later worstelde ik in Spaarndam, met mijn fiets over de schouder per trap de dijk op. Ik was een afslag te vroeg naar links gegaan. De verroeste ketting schuurde langs mijn nette broek en liet onverwijderbare vlekken achter. Toen ik me weer op de goede weg bevond was ik inmiddels een minuut te laat voor de afspraak. Ik probeerde Jomma te bellen, maar ik kreeg slechts contact met haar voicemail. Zes minuten later bevuilde ik mijn beverige handen bij het vastketenen van mijn fiets aan het schoolhek. Ik rende de trap op, het portaal door en stond even later voor een zaal vol keurig gerangschikte tafeltjes met volwassenen en kinderen. Aan een ervan moest mijn dochter zitten met haar moeder en haar mentrix. Aan het einde van de aula zeg ik Jomma zwaaien. Ik rende de zaal door en nam plaats op een houten stoel, nadat ik een jonge vrouw, die zich de mentrix van mijn dochter noemde, mijn vuile hand had geschud. De docente praatte me in twee minuten bij totdat er een bel werd geluid die het einde van de eerste ronde aankondigde.

Een dag later is het de vijftiende. Na een oeverloos overleg in een industriegebied in het verre oosten van Amsterdam fiets ik op mijn telefooncomputer langs de RAI, door Buitenveldert en door het Amsterdamse Bos naar huis. Ik hoef nergens op tijd  te zijn, maar het wordt met de minuut donkerder. Ook weet ik dat er twee kinderen thuis op me wachten en dat is voor mij voldoende reden om flink door te fietsen. Badhoevedorp, Lijnden, Boesingheliede. Een fietssnelweg door de polder met wind mee. Dat is mooi getroffen. Helaas wederom auto’s, vliegtuigen, mist. Felle koplampen en rode verkeerslichten schijnen door de waterige, met kerosine verzadigde lucht.  Buiten adem bereik ik via de bebouwde kom van Schalkwijk Haarlem.

Vrijdag de zestiende breek ik in de vroege ochtend mijn sleutel als ik de voordeur probeer te openen. Als ik het sleutelalarmnummer bel, verneem ik dat ik, zo mogelijk,  drie uur later geholpen zal worden. Ik heb een vrije dag, maar ik heb geen huis. Ik zwerf over straat totdat ik het te koud krijg. De kou nestelt zich in mijn botten. Het is goddomme december! Ik ga naar de kringloopwinkel en doe mijn behoefte op de wc. Ik koop wat biografisch werk van Komrij en Hermans en neem het spul mee naar de HEMA om het te lezen aan de tafel met een kop koffie en een broodje kaas. Een hond nestelt zich naast mijn tafel. Twee tafels verder zit een uitgeblust stel op zoek naar sensatie. Ze kijken me ongeneerd aan en ik neem niet eens de moeite om terug te kijken. Ik ben doodmoe. Mag het alstublieft zo snel mogelijk januari zijn?

Advertisements
This entry was posted in Uncategorized and tagged , , , , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s