De koude en de stilte

img_0048Oslo, maandagochtend, vijf graden onder nul. Het concert van Misha vindt pas ‘s avonds om 19.30 plaats. Ik heb niets gepland staan. Ik moet de dag in mijn eentje zien door zien te brengen in een koude, dure stad. Ik verlaat het hotel en neem even later, zonder geldig vervoersbewijs, tram 12 naar het centrum. Bij elke geüniformeerde Noor die de tram in stapt slaat mijn hart over, maar geen van hen vraagt om mijn kaartje. Ik stap uit vlakbij het centraal station. Ik wandel wat door de besneeuwde straten en word af en toe staande gehouden door zigeunervrouwen met fotomateriaal en A4-tjes gevuld met dwingende boodschappen. Ik begrijp ze niet, ik versta ze niet en ik wil ze niet begrijpen of verstaan. De koude wind snijdt door mijn botten. H&M’s en andere grote modeketens, kiosken overal. Bij de McDonalds loop ik naar binnen en bestel een flinke beker zwarte koffie. Niet omdat het zo lekker smaakt, maar omdat het warm is. Ik check mijn mail en mijn Facebook en loop na een behaaglijk kwartier in een geestdodende omgeving het winterweer in. Het duurt even voordat ik het station heb gevonden. Overal waar ik stil sta om te controleren waar ik ben vliegen de toeristenjagers op me af. Ook het Rode Kruis voert hier een hardnekkige lobby op straat. Na verschillende omwegen loop ik nabij het Operahuis een ingang van het station in. Het station geeft me, behalve beschutting, het idee dat ik niet ver van huis ben. Ik koop een 24-uurskaart voor het openbaar vervoer.

Na enkele omzwervingen beland ik in de ferry-haven. Ik heb het ijskoud, maar ik ga toch even op een bankje zitten om de boten en de fjorden te bekijken. Ik plaats met trillende vingers de onrustige vlam van mijn aansteker aan mijn sigaret. Reusachtige meeuwen lopen onrustig over de kade en loeren naar mijn op pannenkoeken lijkende Noorse broodjes die ik zojuist heb gekocht. Tijd voor een warm feest. Ik loop door een ontvolkt, overdekt winkelcentrum. Verveelde verkoopsters lopen gelaten rond door lege winkels en ik bekijk ze vol medelijden.
Ik wandel via de buitenkant terug naar de plek waar ik de trams richting centrum heb gezien. Een kwartier later ben ik weer op het veilige Centraal Station waar ik in een door de staat gerunde wijnwinkel binnenstap. Dit is de enige plek waar men dranken met een hoger (dan 4,7 %-) alcoholpercentage kan kopen. De prijzen zijn enorm. Voor honderd kronen (ruim 10 euro) mag ik een flesje en een blikje speciaalbier meenemen, maar toch ben ik de ambtenaar achter de kassa oneindig dankbaar. Bij een enorme supermarkt koop ik een bakje pastasalade. Zeven euro.
In een stoeltje aan een raam met uitzicht op de spoorlijnen van de NSB prik ik gehaast met een plastic vorkje de salade uit mijn kartonnen bakje. Bij alles wat ik doe heb ik het idee dat het niet klopt. Noren praten niet. Ze kijken alleen maar.

Ik pak de tram naar mijn hotel en ik ga in mijn kamer zitten met mijn rantsoen alcohol en een zakje gekruide pinda’s. Het is 16.30. Om 19.00 vertrek ik met een knorrende maag naar Kulturkirken Jakob waar Misha zijn 60’e verjaardag zal vieren met een concert. Het roodkleurige negentiende- eeuwse kerkje aan de rand van een stadspark wordt stemmig door schijnwerpers verlicht. Ik maak enkele mislukte foto’s met mijn mobiel en loop door de kerkdeuren naar de tafel naast de ingang. Het meisje zoekt mijn naam, maar ze kijkt verkeerd. Ze heeft me niet goed verstaan. Ik wijs bovenaan op het gevouwen A4tje voor haar mijn naam aan “Robin Arends (journalist)”. Ze verontschuldigt zich en geeft de jongen aan de deur een seintje dat ik naar binnen mag. De kerk is inmiddels half gevuld. Jongens en meisjes met Noorse truien en mannen en vrouwen in spencers en pullovers en kijken verdwaasd om zich heen. Op de vierde rij tref ik drie lege stoelen. Ik neem plaats en kijk nu net als de overige aanwezigen wat om me heen. Achter me zit een Russisch sprekend gezelschap. Op de stoel naast me neemt een puber plaats met een wollen trui waarin de geur van zijn stinkende oksels zich in heeft genesteld. Ik wend mijn gezicht van hem af. En dat zal ik die avond vaker doen als hij als een idioot gaat lachen om de clowneske handelingen van de jarige op het podium.

IMG_0047.JPGHet concert is een ware belevenis. Het podium biedt plaats aan een koor, een sjamaan die de bekkens bespeelt, een Braziliaan met een Capoeira- berimbau, een tablaspeler en natuurlijk het Moscow Art Trio met zijn veelzijdige melodieën, ritmes en hartekreten. Een lust voor oog en oor.

Enkele bankjes achter ons, aan de andere kant naast het gangpad, zie ik Alessandro zitten, deze keer zonder muts op zijn lange zwarte haren. We zwaaien naar elkaar. Na het daverende applaus, de Noren zijn wildenthousiast, zoek ik Alessandro op. Hij heeft een studiemaatje bij zich. Karl, een hoornist. Een verlegen jongen met donkerblond sluik haar. “Jij studeert hier ook aan de academie?” vraagt hij me. “Ik zou graag willen, maar ik doe niets meer met muziek. Ik heb mijn toelatingsexamen niet gehaald. Nu schrijf ik over muziek.” antwoord ik. “Ah, je bent een schrijver!” zegt de jongen vol bewondering. Hij zwijgt. Ik weet niet welke middelen ik nu moet aanwenden om voor hem weer acceptabel te worden als gesprekspartner. Alex neemt Karl bij de hand, “Kom, we gaan snel naar Arkhady Shilkloper zolang hij nog hier is.”, zegt hij en hij trekt hem mee de catacomben in, “Wij zien elkaar morgen om half tien!” roept Alex in mijn richting. Ik loop het podium op en groet Misha. Hij zichtbaar vermoeid. Hij geeft me een slappe hand en kijkt me wezenloos aan. Hij heeft alles gegeven. Hij is opdrachtgever, organisator en uitvoerder van zijn eigen verjaardagsconcert. Hij heeft niets aan het toeval overgelaten en nu is hij leeg. Net als ik. Als ik het podium weer afloop is Misha in gesprek met een van de Russen van het bankje achter me. Hij wijst me na en roept zijn gesprekspartner, nog hoorbaar voor mij, in het Engels toe: “Dat is Robin, hij is vanuit Holland hier naar toe gekomen om me te kunnen feliciteren met mijn verjaardag!”. Hij legt zijn hand op de plaats van zijn hart en buigt in mijn richting. Ik kopieer deze handeling. Ik ben blij. Meer erkenning heb ik niet nodig.

Vijf minuten later loop ik langs het water en het hotel Anker naar de tramhalte. Dunne sneeuw jaagt, voortgedreven door een ijskoude wind over de stille straten van Oslo.

Advertisements
This entry was posted in jazz, music, Persoonlijk, persoonlijk and tagged , , , , , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s