De plek die door iedereen gemeden wordt

img_0806Een mens maakt soms beslissingen waar hij achteraf helemaal niet blij mee is. Vervang ‘soms’ door ‘regelmatig’ en we zijn in mijn microkosmos beland. In de hof van Eden zou ik (in het geval ik Adam zou zijn) als een bronstige stier hopeloos de verkeerde afslag nemen op zoek naar mijn wederhelft, terwijl de naar mij verlangende Eva zich op een bedje van bladeren zou vervelen. Ik zou er uitgeput tegen een boom gaan rusten om een een hap te nemen van de door een slang aangeboden appel. En zo kunnen we de geschiedenis daar waar mogelijk herschrijven als ik er op de een of andere wijze bij betrokken zou zijn geweest. Gelukkig is dat niet het geval. Wel ben ik betrokken bij de huidige en toekomstige geschiedenis. En dat is voor mijn naasten al een hele zware opgave.

Gisteren kwam onze buurjongen met een barbecue op wieltjes aan de deur. Een echte merk. Een Weber. Geen componist, een barbecue. Ik vroeg hem fijntjes wat hij er mee van plan was. “Mijn ouders hebben hem niet meer nodig.” Zei het ventje terwijl hij me goedmoedig in het ongeschoren smoelwerk keek. “En willen we er ook nog iets voor hebben?” vroeg ik argwanend. “Nee hoor, hij staat toch maar ongebruikt in onze schuur.” papegaaide het jong zijn moeder na. “Nou, vooruit pleur maar in de tuin dan” zei ik, nog enigszins in de stugge stand, behoedzaam als ik ben voor een grap van een rancuneuze buurtgenoot. “Er is vast nog wel een hoekje vrij.” zei ik, al wijzend naar het stukje tegelpad dat in de brochure werd omschreven als een “ruime tuin op het zuiden.” Het buitenterrein is op geen enkele wijze in verband te brengen met het woord “ruim” en bevindt zich bovendien aan de westzijde. Een dubbele leugen in een zin. Ik doe het die makelaars niet na.

Ik heb nu dus een klein stukje tuin met een behoorlijke barbecue erin. Een dubbele rode koepel op een driepotige stellage met rooster, handvat en twee wieltjes eronder. Een derde wieltje was waarschijnlijk te duur voor de fabrikant. “Kom, laten we de kinderen ook eens meegeven wat ze hier in de buurt zo vaak doen. Kunnen ze op school ook zeggen dat ze gezellig in de tuin hebben gebarbecued.” zei Mies. Ik verklaarde haar nog dat ze teveel aannames deed. Een barbecue in de tuin staat nog niet garant voor een geslaagde barbecue. Laat staan dat het gezellig wordt. Na mijn verklaring keerde Misja zich verongelijkt van me af. Ik weet dat, als Misja dat doet, het toch allemaal op haar manier georganiseerd gaat worden.

Zaterdagmiddag. Buitenzwembad De Houtvaart te Haarlem. Ik heb zojuist een duik genomen in het, een redelijke tijd terug door Olympisch zwemkampioen Johnny Weissmuller geopende, 50-meter bad en houd het na een keer heen en weer zwemmen voor gezien. Als ik op het trapje sta krijg ik het al koud. Ik ril onder het onaangenaam frisse zeebriesje en loop naar het grasveldje waar mijn handdoek en Misja liggen. Ik pak mijn boekje met onbegrijpelijke, maar prettig geschreven teksten van Karel van Het Reve, gebundeld in “Nacht op de Kale Berg”. Als ik net weer ben begonnen met lezen hoor ik (voorzichtig, doch zeker) Mies vragen: “Ga jij zo al vast wat voor de barbecue halen?”. Hiermee impliceert ze dat we gaan barbeceuen, dat ik de ingrediënten ga halen, dat ik straks aan het vuur sta (want dat is mannenwerk) en dat ik dus een uur minder tijd heb om aan mijn artikelen te werken. Ik vraag Misja naar de ingrediënten en ik luister met een half oor. “Kolen, aanmaakhoutjes, stokbrood, knoflooksaus, zoete aardappelen, een zak geraspte kaas, satéstokjes, beenham, kipkluifjes, vegetarische worstjes.”

Ik fiets depressief naar de Albert Heijn aan de Gracht. Ik loop over het entreepad tegen een vitrine aan waarin allerlei barbecueproducten liggen. Kip, kalkoen, roze vlees, gerookt vlees in kuipjes, afgedekt met strak getrokken plastic met oranje- en bruingekleurde stickers erop en de afkorting “BBQ” prominent in het midden, zodat de koper zich zeker niet kan vergissen. Ik draal wat langs de producten. “Satéstokje, beenham en…”. Het lukt me niet om rustig bij de vitrine te blijven staan. Om de haverklap komt er een onbehouwen jonge vlasbehaarde knul langslopen met een kooikar gevuld met kratten vlees. Ik pak maar wat. Voordat ik het weet heb ik voor dertig euro aan vlees in de mand. “Zoete aardappels!” Schiet het door mijn hoofd. Ik loop naar de aardappels. Ik tref een rijk assortiment aan aardappels, maar geen zoete. “Komt goed in de volgende supermarkt dan maar. Houtskool moet ik halen. Briketten. Aanmaakblokjes.” Het begint me te duizelen. Ik loop langs de vleeswaren. Daar ligt een enorme voorraad plakjes gerookt vlees. Ik neem een plakje. Vlees. “Ohja, vegetarische worstjes!”, schiet er door mijn hoofd.

Een kwartier later sta ik uitgeput aan de kassa. De tiener die de boodschappen afrekent vraagt me om mijn bonuskaart. Ik versta haar niet en antwoord “Nee.” Ik pak de boodschappen in en als ik het parkeerterrein afrijd realiseer ik me wat het meisje me gevraagd heeft, wat ik in mijn portemonnee heb (een bonuskaart) en wat ik heb misgelopen (5 euro 50…daarom heb ik juist deze producten in mijn mandje gegooid!…). Ik fiets over de Haarlemmer Kerklaan en de Vest terug naar huis. Een zakje briketten op mijn bagagedrager en twee te duur betaalde zwaar gevulde plastic tassen aan mijn stuur. Ik zal u maar verder niet vertellen over het evenement zelf. Dat is een herhaling van zetten.

Advertisements
This entry was posted in jazz, music, Persoonlijk, persoonlijk and tagged , , , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s