Jan Restant en de regel van de ongeschreven muziek

image.jpegDe dagelijkse fietstocht van Amsterdam naar Haarlem beleef ik op mijn automatische piloot. Een ondoorgrondelijk figuur met slechte gewoontes. Er gebeurt, met name tussen Geuzenveld en Halfweg, weinig. Tussen Sloterdijk en de Nieuwe Snelweg heb ik enkele piketpaaltjes geslagen. Het bordje “Amsterdam” wens ik gedag te zeggen met een in twee windrichtingen gewende hoofdknik. Het bordje Westpoort groet ik met “Dag Westpoort” en het kluizenaarshuisje honderd meter verderop groet ik standaard met drie vingers in de lucht. Als ik bij het laatste rijtje huizen fiets schreeuw ik in verschillende toonaarden de naam van beide gastanks (Benegas en Primagaz). Ik haat de automatische piloot als ik dit doe. Met name als er tegenliggers komen. Ik negeer ze dan maar en groet, knik of schreeuw alsof ze er niet zijn en denk vervolgens “It wasn’t me!”. Een leugentje om bestwil.

Gisteren heb ik het anders aangepakt. Ik heb een afspraak met collega Arno bij De Oranjerie aan de Binnen Oranjestraat in de Jordaan. Het is vroeg in de middag, de zon schijnt fel en ik heb hem na twee biertjes al hangen. “Ik ga maar weer, straks een interview per telefoon met Norma Winstone.” zeg ik tegen Arno, terwijl ik mijn fiets van het slot probeer los te peuteren. Arno wentelt wat om me heen en ik prutst aan mijn fiets. “Nou, man, zet hem op dan. Ik denk aan je. We zien mekaar later wel weer.” Arno wandelt naar huis en ik fietste richting Haarlemmerdijk.

Ik neem de mij bekende route door het Westerpark, langs station Sloterdijk en even verderop kruis ik de Haarlemmerweg om op het fietspad ter rechterzijde terecht te komen. Even voorbij het monument van Ohm draai ik mijn stuur naar links. “Nu eens iets anders.” denk ik en even verderop draai ik mijn stuur weer naar rechts en fiets ik de parallelweg richting Haarlem op. Een lager gelegen onregelmatig fietspad vol bochten. Aan mijn rechterzijde groeien de brandnetelstruiken, het kleefkruid en de berenklauwen tegen de klippen op. Aan de linkerkant zie ik de kale graslanden. In het gras tref ik een terras. Ik zeg de serveerster gedag. Ze zwaait ongeïnteresseerd terug. Mijn blaas zit vol. Ik zet mijn fiets tegen een lantaarnpaal en loop het kruidenveld in om een plas te doen. Ik kijk links en rechts en zie fietser noch wandelaar. Ik plas de naaktslakken, mieren en muggen van het kruid. Ik vermoed dat ik behoorlijk wat onrust heb veroorzaakt aldaar.

Ik pak de fiets en ga naar Halfweg. Aldaar zie ik dat de kerk op een haar na is afgebroken. Er staat nog een toren. En…er staat nog een in steen gevormde ronding, de achterplecht van de kerk. Een werkloze grijper staat er dreigend naast. Twee bebaarde mannen schouwen het tafereel.

Ik fiets door. Even verderop zie ik een Kringloopwinkel. Kringloop Kaatje. Ik zet mijn fiets neer tegen het hek. Ik wandel de zaak in. Het is half vijf. Nog even en de zaak gaat dicht. Ik kijk wat rond. Een ruime zaak met weinig spullen. De LP’s kosten twee euro. Te duur wat mij betreft. De boeken zijn geprijsd: 0,50 euro voor een pocketboek, 1,50 voor literatuur, 3 euro voor dikke boeken met harde kaft. Achter me hoor ik glasrerinkel. “Ah, maakt niet uit, kun jij ook niets aan doen.” zegt een geblondeerde met twee getatoeëerde armen. Is dit Kaatje? Ik hoor haar denken: “klootzak, daar gaat weer vijf euro omzet.” Ze pakt een stofzuiger en zuigt de rotzooi op. In een nis tref ik twee Phoenix-pockets. Madame de Pompadour (door Jacques Levron) en Garibaldi (door M.J. Kruek v. Poturzyn). Ik loop met mijn pocketboekjes naar de kassa. De blondine neemt de potentiële koopwaar in ontvangst en vraagt me drie euro. Ik pak mijn portemonnee, maar wacht voordat ik betaal. “Drie euro?” Vraag ik de blonde Dolly. “Dit zijn pocketboekjes!” “Zijn dit pockets?” vraagt het wijf. “Dit zijn pockets.” antwoord ik. “OK, dan is het 1 euro.” zegt ze en ze kijkt me niet aan terwijl ze mijn euro in ontvangst neemt. Ik wens haar een goedemiddag. Ze reageert niet. Ze denkt aan het gebroken glas en de verloren omzet.

Ik pak de fiets. Ik verwacht dat het mens achter de kassa me gaat achtervolgen met de mededeling dat mijn aankoop toch werkelijk geen pocketboek kan zijn. Ik fiets weg en voel een akelige rilling over mijn rug.

 

Advertisements
This entry was posted in jazz, music, Uncategorized and tagged , , , , , , , . Bookmark the permalink.

2 Responses to Jan Restant en de regel van de ongeschreven muziek

  1. hebt u een reden om twee gelijkluidende verhaaltjes op de voorpagina te zetten, onder twee verschillende kopjes?

  2. fredvanderwal says:

    Dan heeft een verhaal dubbele impact om eentje op te eten en de andere in vetvrij papier in te laten pakken. Spreekt toch vanzelf…

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s