Leuven, de terugkeer

image

Leuven, maandagnamiddag half zes. Het kwartiercarillon van de universiteitsbibliotheek klinkt door de vier geopende hotelramen. Zilla en Jomma ontfermen zich over hun videoblog. Ze hebben een smartphone aan een selfiestick gemonteerd en filmen en benoemen alles wat er in de hotelkamer aanwezig is. Zajra zit verveeld op een stoel met haar eigen camera. Ik zit aan de keukentafel. Het logische gitaarspel van John Scofield klinkt door de reisluidspreker. Ik voel me eindelijk op mijn gemak. Tijd om te schrijven.

We zijn gister in de namiddag gearriveerd na een uitputtende reis. Een reis per vervangend-vervoerbus vanaf station Heemstede/ Aerdenhout. We reden over eindeloze tweebaansweggetjes tussen uitgestrekte felgekleurde bollenvelden en met de minuut begon mijn hoop op een behouden aankomst in Leuven, later op de dag, te vervliegen. Bij een plaatsje, genaamd Voorhout, dat we bereikten na een worsteling over verkeersdrempels en na talloze rempartijen, veroorzaakt door onverwachts overstekende fietsers, stond er een jong gezin met twee fietsen klaar bij de tot station omgedoopte bushalte. De grofgebouwde vrouwelijke buschaufeusse, die drie kwartier eerder -bij het instappen- zonder pardon Zajra’s sinasblikje in de prullenbak had gegooid, liep nu rond bij het echtpaar en hun dreumes. Ze nam de fiets van de vader, die een platte band bleek te hebben, ter hand en duwde hem in het bagagageruim (onder ons) bovenop onze rugzakken. De chauffeuse wees met haar dikke wijsvinger naar het kinderzitje op de fiets van de moeder. Deze werd naar een fietsenstalling naast de bushalte verplaatst. Toen dit tafereel was afgerond stapte het gezelschap ein-de-lijk de bus in. Zodra ze op hun plek, een bankje voor ons, gingen zitten trokken de ouders hun blikken frisdrank open. Een kwartier later bereikten we Leiden CS. De reis was nog maar net begonnen.

Vandaag nog drie dagen voordat ik de trompettist Enrico Rava in Amsterdam zal interviewen.

Ik heb vannacht slecht geslapen. Ik lag in het tweepersoonsbed naast Zajra, terwijl Zilla en Jomma aan de andere kant van de kamer lagen op een luxe slaapbank. Om 02.30 haalde ik mijn telefoon erbij om een geniale vraag te noteren. Daarna legde ik mijn hoofd weer op het kussen. Ik draaide me om en om. Ik had de langharige grijze bromsnor in mijn hoofd al vier keer geïnterviewd toen ik in slaap sukkelde. Een half uur later werd ik zwetend wakker in een pikdonkere kamer. Was ik nu blind geworden? Ik liep wankelend en op de tast naar de schemerlamp. Ik knipte het licht aan en zag Zilla tegenover mij rechtop zitten. “Jomma heeft het licht in de kledingkast uitgedaan.” “Dan doe ik de verlichting in de badkamer wel aan, dan hebben jullie er minder last van. Ik kan niet slapen in het pikkedonker.” antwoordde ik op de automatische piloot. Ik liep naar de badkamer om een plas te doen. Na terugkeer schoof ik weer dodelijk vermoeid tussen de lakens. Zajra ademde onrustig en ze mompelde.

Als ik wakker word is het kwart voor tien. De kinderen hebben zich stil gehouden voor me. De verduisteringsgordijnen zijn nog gesloten. Het licht brandt aan de kant van de kamer van Jomma en Zilla. Ze kijken naar een YouTubefilmpje op mijn iPad.

Ik heb de hotelkamer tot morgenochtend gereserveerd, maar ik heb er nu al spijt van. We moeten hier nog een dag langer blijven. Ik wrijf over mijn vermoeide hoofd en schrijf een email naar de repectionist met een verlengingsverzoek. De receptionist is tot 15.00 uur afwezig. “Nu maar eerst de stad in jongens.” zeg ik en ik loop naar de badkamer. “Zo allemaal even onder water onder de regendouche?” vraag ik vijf minuten later, zonder op een antwoord te wachten. Als we allemaal hebben gedouched, tanden hebben gepoetst en haren hebben geföhnd is het 12.00 uur. We lopen de straat uit en komen op het plein voor de Universiteitsbibliotheek, en betreden het in 1914 gebombardeerde, in het interbellum heropgebouwde, in 1940 platgebrande en in de naoorlogse jaren gerestaureerde pand. Een gemankeerde plek.
We kopen een kaartje en bezoeken de leeszaal en zien een groot aantal studentenogen op ons gericht. Zilla wijst me op een aantal banden gewijd aan de geschiedenis van de opera. “Daar hou jij toch zo van Robin?” Ik knik en druk het slimme meisje voorzichtig richting uitgang. “Dat was dus de leeszaal, nu de klokkentoren!” zeg ik enthousiast als we de lange gang naast de zaal uitlopen naar het trappenhuis. We lopen enkele tientallen meters wenteltrap op om vervolgens de stad
lopen over talloze wenteltrappen, onderbroken door verdiepingen met exposities over de Eerste en Tweede Wereldoorlog, de toren in. Op een meter of honderd hoog zien we uiteindelijk de zonovergoten stad. “Wat is dit mooi!” zeg ik en ik pak de iPad uit mijn rugzak en begin foto’s te nemen van de stad en de kinderen en de stad met de kinderen.image

Leuven. Een universiteitsstad, een verwoeste stad, een stad met een verdwenen historie, een gelovige stad. Studenten en toeristen overal. Na het bezoek loop ik met de drie meiden (die alles nog leuk vinden) naar de het Pater Damiaan Centrum. Een op een heuvel gelegen gebeds- en gedenkplaats, gewijd aan de in 1889 in De Hel van Molokai aan de lepra overleden heilige. In een gebedsruimte ontsteken we kaarsjes, even verderop bezoeken we de crypte en de daarboven gelegen kapel. De kinderen geven een verstilde balletvoorstelling voor en achter de preekstoel in de lege kerk. Ik doe enkele overbodige mededelingen over ziekte, uitsluiting en de lepra totdat er een geschrokken Japanner uit de Crypte opdoemt. Waar was hij de hele tijd? Als door een wesp gestoken rennen de kinderen naar de uitgang. Ik loop in hoog tempo achter ze aan. “Kom jongens, we gaan naar de fiere Margriet in de Sint Pieter!” meld ik monter en we gaan weer heuvelopwaarts en slaan even verderop naar links, de straat richting de Grote Markt tegemoet.

Het bezoek aan de Sint Pieter van Leuven neemt niet al te veel tijd in beslag. De kerk wordt gerestaureerd en is grotendeels ontoegankelijk. Grote lappen transparant plastic hangen over de breedte van het middenschip. We kopen een kaartje voor een volwassene en bekijken met ons vieren Het Laatste Avondmaal en Het Martelaarschap van de Heilige Erasmus door Dirk Bouts, het grafmonument van Hertog Hendrik I en de rond 1070 gebouwde crypte. De meiden maken de nodige foto’s en even later staan we weer in het commerciële hart van Leuven. Zilla heeft tien euro van haar vader ontvangen en die moeten op. Bij een zaak, die zich ook in onze woonplaats bevindt, koopt ze een selfiestick. Deze wordt uitgeprobeerd op een van de terrassen op de Oude Markt. Even na drieën stappen we de lift in van het hotel. Ik bekijk mijn email en lees een bericht van de receptie: “Uw reservatie kan worden verlengd. U kunt vanaf 15.00 uur betalen bij de receptie” “Jongens, we hebben nog een dag erbij!” roep ik door de lege kamer. De meiden bevinden zich waarschijnlijk in de badkamer. Om half vier staan we bij de receptie. “Dat is dan drieënzeventig euro” zegt de bruine, gladde, baardmans en hij houdt zijn hand om mijn pas in ontvangst te nemen. Het bedrag valt me tegen, maar is geen weg meer terug. De kinderen willen zo graag. Ik betaal en controleer even verderop op mijn smartphone mijn rekening. Het kan er nog van af.

We gaan naar de Slegte. Ik loop als een pelgrim door de zaak. De Slegte is voor mij bijzonder voltooid verleden. Het bezoek voelt voor mij als een eredienst. Ik stuur de kinderen naar de kinderboekenafdeling en ik ga zelf naar de eerste verdieping. Er staan enkele juweeltjes. Maar ik heb zojuist 73 euro uitgegeven aan een nacht slapen. Het overweldigende aanbod maakt me overstuur. Ik weet niet meer waar ik moet kijken. Vroege Middeleeuwen, Late Oudheid? Muziek, Literatuur, Kunstgeschiedenis? Ach laat ook maar. Ik ga snel naar de meiden. “Kom, we gaan.” Ik voel me schuldig. Laat ik De Slegte nu weer in de steek? Kan ik niet een leuk deeltje Paul Rodenko aanschaffen? Of een vuistdikke biografie over Mahler? Rilke? Stefan Zweig? Een kroniek van het dagelijks leven in Vlaanderen? Drieënzeventig euro spookt door mijn hoofd. Het wil maar niet lukken om tot aanschaf over te gaan. Ik sta bedremmeld bij de kassa met mijn handen leeg. Zajra ziet een kunstige kaart van 1,95. Jomma en Zilla staan al buiten. “Doe die dan maar lieverd.” zeg ik en ik leg haar 2 euro in haar hand. Ze kijkt me dankbaar aan en ik heb mijn schuldgevoel afgekocht.

Advertisements
This entry was posted in jazz, music, Persoonlijk, persoonlijk and tagged , , , , , , , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s