Roma Termini- de Ergernis, het Vuil en de Stad

  

  
Kort nadat de kale ober de wijnlijst heeft overhandigd stappen we op. “Hier begin ik niet aan. Ik wil gewoon een karaf rode huiswijn van een euro of tien en geen fles wijn van 25 euro waarvan de houdbaarheidsdatum al lang verstreken is. Daarnaast zien de pizza’s er hier niet uit uit. Moet je eens zien wat die lui van hiernaast op hun bord hebben liggen. Kom we gaan.” zegt Mies en ze pakt haar tas en stapt uit haar stoel. Ik volg haar voorbeeld. Het is haar beurt om te betalen,dus ik heb er verder niets over te zeggen. De kale spoedt zich naar onze tafel en kijkt ons fronsend aan. “What’s the problem?” mompelt hij naar Misja. “You have too much choice.” zegt ze, zonder de man aan te kijken. Hij staart ons verbouwereerd na. “Too much?” vraag ik haar. “Ik bedoelde te weinig, maar ik kon zo snel niet op het woord komen.” “En nu?”, ik wend mijn hoofd richting Misja en zie aan haar gezicht dat ze verder ook geen idee heeft. De pizzeria waar we gistermiddag zaten is dicht (en dat kenmerkt een goede Italiaanse tent) en we lopen de Via del Governo Vecchio de kant richting Tiber op. “Volgens mij wordt het er hier niet aangenamer op lief, we kunnen beter de andere kant weer oplopen. Ik zag verderop een zonovergoten pleintje met wat uitnodigende terrassen.” zeg ik en Misja kijkt verstoord mijn richting uit. “Fijn dat je het allemaal zo goed weet.” Werpt ze me snedig voor de voeten en ze draait zich subiet om. Als ik de sacherijnige ober weer voor zijn luifel zie staan wenk ik Misja. “Daar heb je hem weer.” “Kom, gaan we het hier proberen” zegt Misja en trekt me een lege zaak in. Een magere schuchtere blonde jongen vraagt ons waar we willen zitten: “inside or outside?” “Ik vind het iets te fris om buiten te zitten, het waait me te hard.” zegt Mies en ze leidt ons naar een vierpersoonsplek in een nis. “Prima.” reageer ik. De zaak blijkt alles behalve prima. Op Facebook plaats ik even later: “Slechte pizza, slechte salade, slechte wijn, slechte WiFi.” De prijs is echter op peil. Misja post een selfie boven een halfleeg glas wijn en haar tong uit haar mond. In de nis heeft niemand ons door. Het personeel is afwezig en wij blijven de enige klanten. Ter compensatie voor alle leed biedt de jongen ons bij het afrekenen een glas limoncello. Als we een slok genomen hebben zeggen Misja en ik gelijktijdig “ook smerig!” tegen elkaar.
Rome telt anno 2016 niet alleen meer militairen. Ook het aantal zwervers is verveelvoudigd. Als we in de vroege morgen met het gele treintje richting Termini vertrekken zien we op de perrons op het Piazza di Porta Maggiore, waar we op onze avond van aankomst door steeds meer straatverkopers en zwervers werden ingesloten totdat de eigenaar van het appartement ons vanaf de parkeerplaats wenkte bij hem in de auto te stappen, een hele stapel rommel en een stoet armoedig geklede Italianen die in onderhandeling zijn met Aziaten en Afrikanen. Een felgekleurde vlooienmarkt. “De crisis is hier erger dan bij ons” zegt Misja en ze pinkt een traan uit haar linker ooghoek. “Het is me twee jaar geleden niet opgevallen.” Ik zwijg. Twee haltes verder arriveren we op station Termini. We wandelen heuvelwaarts richting busplein. Op het programma staan het Palazzo Massimo alle Terme en de Terme di Diocleziano. De Via Giovanni Giolitti wordt, als vanouds, bevolkt door groepjes Afrikanen, Aziaten, junks en zwervers. Lappen vuil karton liggen op het trottoir voor het station, blauwe vuilniszakken en bezoedelde dekens en slaapzakken liggen opgerold verderop, op de straat, tussen geparkeerde auto’s. Trossen aaneengebonden rugzakken en reistassen, gevuld met rommel liggen ernaast. Een fors gebouwde vrouw met warrig grijs haar en een door het buitenleven aangetaste bruinlederen huid, een schort boven haar rok en een kartonnen beker in haar hand, zit op de stoeprand en kijkt alsof ze op de bus wacht. Ik weet dat ze dat niet doet. Gisterochtend zat ze hier ook. De shuttlebus is inmiddels al vijfentwintig keer naar de luchthavens Fiumicino en Ciampino vertrokken. Als we verder lopen treffen we de Aziaten met de “City-Tour”-folders. Ze houden verkreukte folders in hun hand en benaderen eenieder die er als toerist uitziet. Ze benaderen dus ook ons. We schudden beleefd ons hoofd en vluchten na de zoveelste aanval via de koffiezaak het station in. “Nog een bakkie maar?” Vraag ik aan Misja. Ze knikt. We nemen er nog een bij de inpandige koffiebar, aan het einde van het perron. Net als gisteren gaat er een klassieke zwerver met lange jas en dito baard naast ons staan een als we drie minuten aan de bar hangen.

  
We lopen langs het Palazzo. Het is onduidelijk waar de ingang is. Misja staat stil voor de gesloten invalideningang. “Nee, we moeten de trap op.” zeg ik en ik loop kordaat de stenen trap op. Twee deuren van matglas schuiven voorzichtig open en Mies treden naar binnen. “Links of rechts? Ik begrijp er geen zak van hier.” zegt Misja. Zij loopt rechtdoor en ik naar rechts. Ik zie een gezelschap naast een poortje met lamp bovenin en een scanapparaat waar rug- en andere zakken doorheen kunnen. Een museumdouane. “Kom maar Mies, het is hier.” roep ik en Misja loopt verdwaasd de hal in. “Oh is het hier!?” Ik betaal twee kaartjes die geldig zijn voor vier musea. Misja loopt zonder problemen door het poortje. Als ik er doorheen loop hoor ik een piepsignaal. Ik loop al verontschuldigend met mijn mobiele telefoon en sleutels in de hand, maar de museumpolitie wuift me weg, richting ingang van het museum. Ik laat mijn tas achter bij de garderobe en Mies en ik wandelen rustig van zaal tot zaal de collectie sarcofagen, bustes en basreliëfs langs. Het is vooral veel van hetzelfde. Een aantal keizers,naakten, filosofen en een verhelderende film verder gaan we naar de kelder, alwaar zich de muntencollectie van Victor Emmanuel III bevindt. Misja slaakt een gilletje als ze de donkere mummie van een achtjarig meisje in een glazen kist ziet liggen. “Eerste verdieping dan maar?” vraag ik en ik druk zonder het antwoord af te wachten op de knop van de lift. De eerste en de tweede verdieping geven blijk van een goed gevoel voor inrichting. Op de bovenste verdieping wanen we ons even te gast in de villa van een rijk Romeins gezin. Misja raakt onder de indruk van een felgekleurd laat-Romeins mozaïek en ze dwingt me foto’s te nemen. Vermoeid lopen we het museum uit. “Die verkoudheid beperkt me behoorlijk”, zeg ik tegen Misja en ik veeg met de rug van mijn hand langs mijn voorhoofd. “Laten we dan eerst in het parkje hiervoor een blikje cola drinken en een broodje eten voordat we naar het volgende museum gaan.” Zegt Mies en ze steekt de drukke straat over naar het parkje naast de thermen van Diocletianus. Een schoolklas heeft zich gehecht aan een obelisk die boven het parkje uit prijkt. Misja en ik nemen plaats op een plateau met uitzicht op obelisk en straat en openen ons blikje. Als de schoolklas is verdwenen nemen de junks en zwervers het parkje weer over. “Tijd om te gaan.” Zegt Mies en ze prikt me in mijn zij. Ze overhandigt me een restant van haar brood. We steken de Via Einaudi over en lopen naar de ingang van het thermenmuseum. Het grootste zwemparadijs uit de oudheid. Als ik mijn rugzak heb ingeleverd ontvang ik een houten munt met een gat en het cijfer 1 erop. Het zal wel rustig zijn. Misja en ik wandelen van kloostertuin naar kloostertuin, van bad naar waterreservoir. Alles is groot en indrukwekkend en interessant. Helaas zijn we een beetje moe. Ik wijs Misja op het feit dat er zich verderop ook een museum bevindt. Ze zucht. We wandelen verder en lopen plichtmatig langs de potten, pannen en bustes uit de oudheid. We nemen de lift naar de eerste en de tweede verdieping. Als Misja een bronzen buste van keizer Hadrianus aanraakt gaat het alarm af. Geschrokken lopen we door. Een suppooste lacht ons vermoeid toe. Bij een weefgetouw blijft Misja staan. “Blijf daar ook maar van af.” zeg ik uitgeblust tegen mijn museummaat. “Laten we gaan lief, vervolgens mij zijn we verzadigd en is het tijd voor een pizza.” Ik kijk op mijn mobiel. “Het is half vier.” Misja knikt. We nemen de lift naar de begane grond en lopen via het parkje met de tombes het museumterrein af. Het station is nabij. We stappen een bus in en eindigen een uur later op de plek waar ik u hierboven over heb verteld.

Advertisements
This entry was posted in music, Persoonlijk, persoonlijk, Uncategorized and tagged , , , , , , . Bookmark the permalink.

One Response to Roma Termini- de Ergernis, het Vuil en de Stad

  1. lang verhaal, een spatie op zijn tijd doet wonderen

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s