Roma in Termini – de Heenreis

De Aziaat met het witte koksmutsje op en dito shirt en schort aan bovenop zijn ruimzittende Replayspijkerbroek kijkt  

 dromerig uit het raam als hij de roestvrijstalen pizzaborden droogt. Bij nummer 19 voelt hij of hij er niet toevallig twee tegelijk heeft gedroogd. Nog steeds kijkt hij uit het raam. Hij voelt nogmaals aan de platen en nu daalt zijn blik naar de stapel. Een tafereel in de spoelkeuken van de Pizzeria Da Buffetto, Via del Governo Vecchio. “Geliefd bij zowel toeristen als Romeinen”, aldus de ANWB-reisgids, dus wij vinden dat we hier moeten eten. En trek hebben we! Het is net drie uur geweest, maar Misja en ik zijn al klaar met de dag. Een bezoek aan het Palazzo Spada, museum en zetel van de Raad van State, het doorkruisen van de wijk Trastevere en het beklimmen van de Janiculus, de achtste heuvel van Rome, en -centrumwaarts- het verrichten van wat kerkwerk, is het tijd om aan onszelf te denken. “Kijk toch,wat een authentiek leerlooierszaakje” zegt Misja terwijl ik voor de tienduizendste keer vandaag de neus snuit. “Laten we nu snel ergens gaan zitten waar we kunnen gaan eten, lief.” zeg ik met pijn in mijn strot. Mijn benen zijn moe van het lopen en mijn lijf snakt naar rust. Misja haalt haar reisgids tevoorschijn en zo belanden we in de ANWB-pizzeria.
Rome, 29 februari 2016. Het regent, het hagelt en het waait. Politie-auto’s en ambulances bepalen het straatbeeld. Soldaten met mitrailleurs bewaken de publieke gebouwen, zoals universiteiten, ministeries en panden met het embleem SPQR aan de gevel. Het is inmiddels de zesde keer dat ik hier voor korte tijd ben gearriveerd, maar zo ken ik de stad niet. Natuurlijk, de regen ken ik wel. Couperus beklaagde zich een eeuw terug al over de naïviteit van onze landgenoten die zich, in het voorjaar, getooid in zomerjurk, naar de eeuwige stad begaven. Maar het is hier niet eeuwig zomer. Het weer is hier bijna net zo grillig als in Nederland. Ook de sirenes klinken me vertrouwd in de oren. Maar de soldaten heb ik hier nog niet eerder op zoveel plekken gezien en ik zou ze hier liever niet willen zien.
Rotterdam AirPort, 28 februari, 16:00 uur. Misja en ik zitten in het Café-restaurant op de eerste verdieping, grenzend aan het “Panorama”- terras met zicht op de landingsbaan. De reis is voorspoedig verlopen. “Lieverd,ik kan me niet herinneren dat ik ooit zo rustig naar een vliegveld ben gereisd. ” zegt ze. “Schat, de ellende komt nog wel. Ik geloof niet in voorspoed.” zeg ik en ik neem een slok van mijn seizoensbier. Misja neemt een slok van haar cappuccino. “Getver, er zit helemaal geen smaak aan”, zegt Misja en ik weet dat dit het begin is van de ellende. Deze reis had eigenlijk helemaal niet meer mogen plaatsvinden. Misja en ik zijn anno 2016 niet meer het stel van weleer. Er is zoveel gebeurd. We hebben ternauwernood een RTL-programma over koopverslaving overleefd en nu moeten we weer zonodig naar Rome. Ik hoop dat Rome ons nog accepteert. Misja loopt met haar bakje geklopte melk naar de barista. Ik blijf zitten op het Panoramaterras en zie nog steeds geen vliegtuig. “Wees redelijk, dit is geen koffie. Er zit niet eens koffie in!” zegt Misja met haar halflege kopje in de hand. De kale vijftiger kijkt haar geërgerd aan. “Ik heb nog nooit een klacht gehad.” zegt hij. Een jonge serveerster loopt langs. Misja klampt haar aan. “Wat denk je hiervan? Dit is toch geen cappuccino?” vraagt Misja. “Ik zou het niet weten, ik heb geen verstand van koffie.” antwoordt het wicht. “Nou, dat is dan wel bijzonder, als je hier werkt!” reageert Misja geagiteerd. “Mevrouw, laat u dat meisje met rust. Ze is hier nog maar net begonnen en ze is pas 17 jaar. Ze moet het allemaal nog leren.” Misja kijkt met vragende blik naar de koffiemanager die nog niet eerder kritiek heeft gehad. “Ik serveer u ter compensatie een espresso met opgeklopte melk.” zegt hij terwijl hij driftig een kopje voor Misja neerzet. Mies neemt een slok. “Goed, nu proef ik in ieder geval de koffie!” Ik zie het 17-jarige meisje langskomen en ze wenkt haar collega, een homoseksuele leeftijdsgenoot en zegt, voor mij hoorbaar: “wat ik nu weer heb meegemaakt!” Ze trekt de jongen aan zijn gilet en spreekt de jongen buiten gehoor en buiten beeld en ik weet dat ze het over Misja hebben.
Rotterdam AirPort, 28 februari, 17:00 uur. Misja huilt tranen met tuiten. Over een half uur vertrekt het vliegtuig, maar Misja heeft het aan de stok met de heren van de douane. Ze heeft een make-upremoverflesje van 125 ml mee, maar ze mag maar 100 ml PR flesjes in haar handbagage meenemen. Het flesje is leeg, maar de douanier houdt daar geen rekening mee. “Op het etiket staat 150 mevrouw!” zegt de infantiel en Misja heeft het nakijken als hij het flesje in de prullenbak dreigt te gooien. “Regel zijn regels, mevrouw!” “Fuck de regels!” zegt Misja en ze voegt er een vernietigende blik richting douanier aan toe. “U mag weer terug door het douane poortje als u wil en de handbagage inchecken voor het ruim.” zeg de ambtenaar professioneel neutraal. “Mijn incheckkaart!” zegt Misja als ze met uitgestoken hand mijn richting uitloopt, net op het moment dat ik mijn I-pad weer in mijn rugzak stop. Even ervoor heb ik mijn riem onhandig gedraaid tussen de lusjes van mijn spijkerbroek geplaatst. Ik leg mijn hand op de tickets. “Deze krijg je niet lieverd.” zeg ik en ik zie tot mijn verdriet dat Misja in huilen uitbarst. “Doe nou niet zo lullig en laat me terug gaan. Het is zo zonde! Ik heb de flesjes nodig en in Rome kost het weer extra geld!”. “Nee, je gaat gewoon mee. Ik koop wel nieuwe flesjes voor je!” zeg ik en het valt me plotseling op dat er en vijftigtal ogen op ons is gericht. “Als je straks aankomt op Fiumicino moet je weer een kwartier extra wachten als je je tas als ruimbagage laat inchecken!” We vloeken en we tieren. Tien minuten later zitten we als twee gedrogeerde ratten aan een door een halve kast omhulde tweepersoonstafel. “Ik houd van je, maar doe nu alsjeblieft rustig als je op het vliegveld bent.” probeer ik, maar Misja reageert vastberaden: “Ik heb ze op de foto gezet en een naar artikel over die NSB’ers op Facebook gezet.” Even later arriveert een mevrouw van middelbare leeftijd met een bewakingspakje aan, het dunne haar in een slordige staart, onzorgvuldig aangebrachte mascara rond en onder haar oog, en ze begint een gesprek richting Misja: “moet je luisteren! Jij heb een probleem, maar wij hebben dat ook als je 150 milliliter vloeistof langs de douane loodst. Er hangen hier overal camera’s! Mijn collega is zijn baan kwijt als…” “Kan mij het bommen, ik wil gewoon mijn make-uperemover terug!” reageert Mies intens kwaad. Ik leg de incheckkaart op tafel. “Hier, ga nu dan maar terug en dan wachten we wel een kwartier extra op Fiumicino!” De vrouw van de beveiliging duikt op de kaart en noteert de Misja’s personalia. “Waarom doe je dat nou?” vraagt Misja in ons beider richting, maar ik kan geen antwoord geven en de telefoon van de beveiliger gaat. het wijf staat op. “Hou nu op met zeuren!” werp ik richting Misja. De beveiliger is weg. Ze heeft de gegevens die ze nodig heeft voor het registratiesysteem Agressie tegen ambtenaren in functie.

  
De vlucht is onstuimig. Met name de landing is onaangenaam. Een enorm wolkendek vanaf de Alpen. We naderen Italiaanse grond, maar wanneer en hoe is onduidelijk. Het vliegtuig schudt en links aan de vleugel zien we bliksemflitsen. We schudden en de sfeer in het vliegtuig is gespannen. Tijdens een informatiebericht van de piloot valt zijn stem weg. Hij heeft blijkbaar al zijn aandacht nodig voor het in koers houden van het vliegtuig. Ik zit aan de raamkant en breng Misja op de hoogte: “Wolken en niets anders lief, maar we komen ongeschonden beneden, daar durf ik mijn hand voor in het vuur te steken!” “Ja, dat zou ik ook doen, als het zo doorgaat heb je straks helemaal geen hand meer om het vuur te steken!” zegt het meisje en ze knijpt me hard en vochtig in mijn rechterhand. Turbulentie ben ik, als frequent Italië-reiziger wel gewend en ik speur naar de eerste lichtjes op Italiaanse grond. Twee grijze dames achter ons voeren een geanimeerd gesprek. Vijftien minuten later landen we, onder luid applaus van de geshockeerde passagiers op een van de landingsbanen van Fiumicino.
Rome, 29 februari ’16, 15:30. De mevrouw van de pizzeria heeft ons aan tafel geplaatst met drie jongeren, twee meisjes en een jongen. Misja en ik bestellen ons favoriete gerecht. Gisteravond hebben we amper iets gegeten. We arriveerden rond 23.30 in ons appartement. Geen eten, geen drinken, maar wel een bed. Nu zitten we in een pizzeria. We eten pizza, een matze gevuld met jonge kaas, tomaat, salami en mozzarella en drinken rode huiswijn. De meisjes kijken preuts vooruit en de jongen probeert een gesprek op gang te houden. Op de lege stoel naast hem liggen de jassen van de dames bovenop de zijne. Als de ober, de zoon van de eigenaar, langs komt om de bestelling voor het dessert op te nemen hoort hij geduldig aan dat wij geen nagerecht wensen. Als de ober vertrokken is begint de jongen aan de tafel een gesprek: “No dessert, wine is better!” en hij maakt met duim en wijsvinger een drink-gebaar richting zijn mond. Vijf minuten later vertellen Misja en ik de drie jongelingen over het fietsbeleid in Amsterdam. We vertellen elkaar nog veel meer (want zo gaat dat als men in gesprek raakt). Nog tien minuten later zijn de drie jonge tafelgenoten uit Roemenië weer vertrokken. Misja en ik rekenen af en lopen met ons laatste glas wijn en een sigaret naar buiten, en nemen plaats aan een tweepersoonstafeltje onder het zeil van de pizzeria. Het regent flink. Een parapluverkoper uit Bangladesh loopt heen en weer en probeert ons een plu te verkopen. “No money!” zegt Misja waarheidsgetrouw. De verkoper kijkt haar meewarig aan en loopt snel naar zijn volgende slachtoffer. “Je meent het!” knik ik verliefd naar Misja en ik neem een laatste slok 

Advertisements
This entry was posted in jazz, music, Persoonlijk, persoonlijk, Uncategorized and tagged , , , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s