Homo fanaticus (de roep om meer)

  

Laten we dit blog nu even onderbreken en een uitstapje maken naar de mens in wording, we noemen hem Samuel en u kent hem misschien wel. Het is die lange, ongezond ogende jongen met zijn rusteloze blik die aan het einde van de straat woont in het huis van een meneer die voor een langdurige zakenreis naar het buitenland is. U kent hem niet? Dat kan. Ik zal iets meer over hem vertellen.

Het radicaliseren begon eigenlijk al toen hij veertien was. Toen hij merkte dat hij zich zowel mondeling als fysiek niet kon verweren tegen zijn klasgenoten, die verbaal gezien zijn meerderen waren en vrijwel allen een kop boven hem uitstaken, zocht hij zijn toevlucht tot het woordeloze verzet en trok zich terug in het fort van zijn gedachten. Om zijn hongerige ego enigszins te beteugelen bestudeerde hij de grote filosofen. Hij wentelde zich in slaap met meditatie, maar de innerlijke rust was hem niet gegund. Het lukte hem enkele loodzware jaren en enorm veel moeite later een meisje te veroveren dat ondanks haar grote onzekerheid wist dat ze nooit voor deze schlemiel zou onderdoen. Op haar ranke lijf stak een kop die menig gesprek deed verstommen. Haar vel was tengevolge van haar langdurige eetstoornis strak getrokken over haar hoge jukbeenderen en vooruitstekende kin. Tussen haar bovenlip en haar neusvleugels bevond zich een dubbele plooi, een diepe groef. Een mensenkenner zou aan haar gezicht kunnen zien dat het met deze mevrouw nooit meer goed zou komen. 

De bewuste dag breekt aan. Het regent aanhoudend en het stel is in de ruimte die men in dit verband een tweede huiskamer zou kunnen noemen; de trainingsruimte van de sportschool. Samuel neemt plaats op het apparaat waarmee hij zijn triceps traint. Zij staat even verderop en staart in de spiegel. Hij kijkt naar zijn evenbeeld en zij kijkt naar de Hare. Een mollige ongeschoren veertiger op versleten gympen en in een kort faalblauw merkloos sportbroekje loopt in het rond, op zoek naar een fysieke uitdaging. Zijn te korte zwarte t-shirt laat een reepje van zijn forse buik onbedekt. De man, het model van zijn ongekamde donkerblonde krullenkapsel geeft een indicatie van de vorm van zijn kussen, loopt naar de vrouw toe. Ze kijkt aanhoudend in de spiegelwand en beschouwt haar lichaam. Vervolgens kijkt ze naar haar gezicht. Ze glimlacht zwakjes naar zichzelf en negeert de toegetreden man. Samuel kijkt argwanend toe en hij stopt met zijn oefeningen. “Met narcisme alleen kun je anorexia niet overwinnen.” mompelt de man, buiten het gehoor van Samuel naar de staarster. De vrouw verstart en wendt verbijsterd haar gezicht naar de man naast haar. Dat is het moment dat Samuel zijn zelfbeheersing verliest. Hij springt van zijn apparaat en is in no-time op de plaats delict. Hij haalt uit en raakt Robin vol op zijn oogkas.

Zaterdagmiddag, een regenachtige dag. Een uitstekende gelegenheid om naar Amsterdam te gaan. Mies, Leef en ik lopen over de Egelantiersgracht richting Lauriersgracht. “Wat een heerlijke stad is het toch ook he jongens?” zegt Misja overdreven opgewekt. “Een warme deken!” antwoord ik en ik knipoog met mijn gezonde oog naar Levi. “De Jordaan, de gezelligste buurt van Amsterdam!” raast Mies door, “wie heeft er zin in een bakje koffie?”. Misschien is het toeval dat we bij Café Rooie Nelis belanden.”Een Echte Jordanese Kroeg, kom we gaan naar binnen.” zegt blonde Mies en Levi en ik volgen haar, rollend met onze ogen. Mies en ik bestellen een bak koffie, Leef een cappuccino. “Een cappuccino hebben we niet hier, koffie wel.” zegt grijze Sien meewarig, “Dan een cola.” antwoordt de jonge zwartgemutste puber. “Jongens, ik betaal zo”, zegt Misja en ze graait in haar handtas naar haar portemonnee. “Ik hoop wel dat ze een pin hebben, want ik heb geen cash op zak.” zegt mijn lieve naïeveling. “Gen cappuccino, maar wel een pin? Tuurlijk hebben ze hier geen pin!” snauw ik voldaan in haar richting, blij dat ik straks eindelijk gelijk krijg. “Mama, je mag wel een tientje van mij lenen.” zegt de jongeman in ons midden. Hij grijpt in zijn broekzakje en bemerkt dat het tientje dat zijn vader hem heeft meegegeven niet meer aanwezig is. “Mijn geld is weg mama.” zegt de kleine grote jongen en hij kijkt schuldbewust met zijn ontwapenende, bruine, ogen in de begripvolle, bruine, ogen van zijn moeder. Tante Sien brengt net de bestelling langs. Twee bakjes koffie in keurige witte kopjes op dito schotels, en een longdrinkglas met cola erin “Twee koffie en een whisky-cola” grapt Sien. Levi, behoorlijk aangedaan door het verlies van het door zijn vader geschonken tientje, lacht als een boer met kiespijn. Johnny Jordaan zingt zijn lied. “Hij heeft hartzeer vanwege het verlies van een tientje”, zeg ik tegen de voormalig blonde bardame. “Aii, dat ken je soms hebben he.” zegt de uitbaatster gemeend tot haar droevige jonge gast. Ze wrijft hem onwennig over de rug en loopt weg. “Jongens, geen nood, ik heb nog een los tientje in de portemonnee.” werp ik monter in de richting van het sombere, zwijgzame gezelschap. Ik zie mezelf ineens zitten, met mijn driekwartlange wollen jas geopend en mijn vastgeknoopte zwarte blazer om mijn bolle buik. Ik zet mijn kopje koffie robuust neer en ik sta op het punt om een zin uit Ciske de Rat te citeren als tante Sien twee tafels verderop een gezelschap toespreekt. “Drie keer muntthee? Nee dat hebben we hier niet, drie maal bier dus en wat wil mevrouw?”. Even later blijkt e.e.a. een klein Jordanees toneelstukje te zijn en voeren de bardame en het gezelschap een gesprek over de vakantiebestemming van het viertal. Levi blijft in mineur en Misja blijft positief gestemd. Als ik mijn laatste slok goede koffie heb genomen komt de barvrouw weer onze richting op. Ik vergaap me aan de foto’s van de stamgasten, de eigenaars, Willy Alberti, André Hazes en Johnny Jordaan. Ik geef Misja een tientje en fluister in haar oor: “Jij even afrekenen, liefje, je hebt immers tegen tante Sien gezegd dat je zou betalen”. Misja loopt slaafs met het biljet naar tante Sien achter de bar. Sien grijpt het tientje. “Ik heb je tientje weer gevonden, maar die steek ik mooi in mijn eigen zak!” zegt ze en ze knipoogt naar Leef. Levi kan het hebben. Hoe ze het voor elkaar krijgt weet ik niet, maar Misja komt in gesprek met tante Sien. De in de Jordaan geboren Sien past op de zaak van de familie, een origineel Jordanees echtpaar van 87/88. De kinderen zijn inmiddels op leeftijd, leven in het buitenland en hebben er geen zin in om de zaak van hun ouders over te nemen. “Als ze zijn gestorven maken ze hier een Jordaan-museum van.” zegt Sien en ze richt zich in het daaropvolgende gesprek vooral op Mies. De bardames blijven met elkaar kletsen en wat volgt past beter in een Kronkel dan in een blog van ondergetekende. 

Voordat ik het weet is het 16:00 uur. Misja is met Levi de Kalverstraat in. Ik ben blij dat ik niet mee hoef. Ik zit aan een rond tafeltje in een warme, schaars verlichte ruimte met mijn iPad en een glas bier voor me. Dranklokaal Van Zuylen. Mijn wenkbrauw is gezwollen. Om 17:30 uur leeg ik mijn derde glas en loop langs de toeristen naar de bar. Ik reken af en wandel naar buiten, richting gracht. Ik loop langs het PC Hoofthuis en wacht naast de piskrul waar een van de portiekzwervers zijn plas doet. Even later volg ik zijn voorbeeld.

Ik neem tramlijn 5 naar het Leidseplein. Waar Leef en Mies zijn weet ik niet. Op het plein wurm ik me tussen de toeristen door richting Melkweg. Ik wandel langs de gracht, de Krakeling, richting busstation Elandsgracht. Het regent gestaag. Voor me op de stoep lopen twee kinderen met hun moeders. Een van de twee moeders waggelt als een bezetene. Waarschijnlijk imiteert ze een zojuist bekeken theatervoorstelling. Ze blokkeert de stoep. De andere moeder ziet mij en port de komediante aan haar zijde. Beiden kijken plots geschrokken naar mijn geschonden gezicht. Ik loop ze lachend voorbij. De kinderen hebben gelukkig niets door. Even later zit ik in bus 80. Een stagechauffeuse zegt plichtmatig bij iedere halte “Goedemiddag” tegen de vertrekkende passagiers. Een bankje achter haar zit de grijze leraar-chauffeur. Hij leest de krant en knikt naar de arriverende passagiers. Ik wrijf over mijn wond. “Zware avond gehad?” zegt de leraar-chauffeur. “Ach, het kan altijd beter beter.” antwoord ik en ik loop naar de vrije bank achterin de bus. 

Advertisements
This entry was posted in jazz, music, Persoonlijk, persoonlijk and tagged , , , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s