Een steekpartij

 

Ongeval?

Terwijl Mies, de kinderen en ik onder een door een houtkachel verwarmde open tent stonden die ons beschermde tegen de eerste regendruppels van 2016 liep er twee straten verderop een ruzie enorm uit de hand. In de sfeer waarin wij verkeerden was een ruzie echter ondenkbaar. We spraken met ome Co, tante Flo, Ruud en Jan van de camping, Truus en Yoran van verderop, ondertussen de heet geserveerde gehaktstaven en runderworsten in hoog tempo binnenwerkend. De inhoud van een tap  hield ons alcoholpercentage op pijl.  “Weet je wat ik nou zo leuk aan jou vind, Robin? Je bent zo heerlijk gewoon!” zei een vrouw met doorrookte stem terwijl ze oncomfortabel dichtbij stond, zodat ik gedwongen werd de aders en pukkels op haar voorhoofd te tellen. Sjaak deelde sigaretten uit. “Hier, neem een Marlboro, heb ik voor een euro per pakje in Venezuela gekocht. Niet van echt te onderscheiden.”Ik  schoof mijn hamburger naar binnen en greep met mijn vrijgekomen hand een sigaret uit het doosje. Mijn gehemelte stond in brand. Ik dronk snel een slok bier om de laatste hap vlees weg te spoelen. “Ze kenne mij de haan naaien!” hoorde ik Ruud in de verte. Geen idee waar hij het over had. Ik probeerde mijn sigaret aan te steken, maar de aansteker weigerde dienst. Mijn glas was nog halfvol, maar Maup greep hem uit mijn hand om bij te vullen. “We houden hier in Noord-Holland niet van lege glazen!” zei hij en drukte me het schuimende glas Amstel in mijn hand. “Mijn aansteker is ook leeg.” riep ik terug en voordat ik er erg in had stond mijn sigaret al in de fik. Na twaalven was het helemaal gezellig geworden. De tuinpoort stond open en bood een mooi doorkijkje naar de straat.  De hele buurt kwam langs om te groeten. “Een dikke nieuwjaarspakkerd aan onze buurtcolumnist.” zei tante Greet met de hond voordat ze de daad bij het woord voegde en me met haar vlezige lippen vrijwel op mijn mond kuste. Dikke Kees Roepman kwam langs met zijn slangenmens, Floortje Flens en kraamde allerlei onzin uit. “Weer lekker aan de boemel geweest Kees?” riep ome Willem van 74 met zijn kenmerkende falsetstem. Mies, die het gedram van de kinderen zat was pakte haar biezen en verliet de tuin. “Jongens, meekomen jullie .” riep ze naar de kinderen “als we wat vergeten zijn dan halen we dat morgen wel weer op.”  Ik nam een laatste slok van mijn bier. Toen Maup wilde bijvullen weerde ik hem af. “Ik moet ook gaan, het is leuk geweest voor vanavond en volgde mijn wederhelft. “En dat laatste fust dan?” vroeg de organisator van het feest. “Dat is morgen ook wel goed.” antwoordde ik en gaf onze vriend een omhelzing. Op straat was het fris en ik beende het kruispunt over naar het huis met de kerstverlichting aan de erker. Ik stak mijn sleutel in het slot. Hoe Misja het in vijf minuten voor elkaar had gespeeld weet ik niet, maar het hele spul lag in bed, Misja incluis. Ik stapte snel naast haar in bed en vergat zelfs mijn vest uit te trekken voordat ik de dekens over mij heen trok.

Nieuwjaarsdag word ik wakker van mijn mobiele telefoon die op het nachtkastje naast mij ligt. Een berichtje. Een nieuwsflits van het Haarlemsch Dagblad. Een dode en meerdere gewonden bij een steekpartij in Haarlem. Als ik doorklik zie ik foto’s en een filmpje van een buurt die ik heel goed ken. Als ik het filmpje opnieuw aanklik herken ik het hoekhuis aan het einde van onze straat.  “Mies, er is hier vannacht een moord gepleegd.” zeg ik en ik geef een duw tegen het slapende lijf naast me. “Hier, bijna bij ons in de straat, Misja.” Ze draait zich naar me toe en fluistert “wat erg”, ik lees verder “het slachtoffer is een jongen van 22 die hier even verderop woont.” Na wat duwen en trekken lukt het me Misja in beweging te krijgen. “Kom, gaan we kijken!” zeg ik, in mijn nieuwe rol van razende reporter. Ik trommel de kinderen op en vertel hun over het sensationele nieuwtje. Boaz, die sinds enkele dagen enthousiast een videodagboek bijhoudt, loop met zijn ipad naar buiten.  “Dit wordt een primeur jongens!” roept hij enthousiast.

 

 We wandelen de straat uit en lopen al vrij snel tegen een rood-wit lint aan. Daarachter bewegen mannen met witte pakken, mutsen en mondkapjes op. Ze zetten bordjes met nummers neer op ondoorgarondelijke plekken. Een politie-agent houdt de wacht. Aan onze linkerhand staat een tent die vrij veel wegheeft van de partytent die we zojuist zijn gepasseerd. Onder deze tent ligt echter een lijk. Een 22-jarige jongen, een buurtgenoot, die na in zijn buik te zijn gestoken de kade is overgewandeld, misschien wel in de hoop het Kennemer Gasthuis te bereiken, maar op het bankje nummer 233 is ingestort en werd overmand door de eeuwige slaap. Boaz is vergeten opnames te maken. Het is stil op straat. Ik hoor geen knallen meer. Een kille wind blaast een rood vuurwerkpapiertje van de straat naar het perkje verderop.  Ook de kinderen zijn stil. “Hier is het allemaal gebeurd jongens.” zeg ik, om de stilte te doorbreken. “Volgens mij is dat die man die ze hebben doodgestoken.” zegt Boaz. Hij kan net om het hoekje kijken. Er is beweging in de tent. De agent loopt onze richting uit. “Dit lijkt me minder geschikt voor kinderen, u kunt beter gaan.” zegt de man in Opsporing Verzocht-toon. “Wat is er dan gebeurd hier? Is er al iets bekend over het motief van de dader?” vraagt Misja quasi-naïef. “Ik mag er niets over zeggen.” antwoordt de diender geagiteerd “ik bewaak hier alleen het PD.” We lopen weer terug richting huis. “Wacht, als we dit zijstraatje inlopen kunnen we het misschien beter zien.” zegt Misja en ik rol met mijn ogen. “Je weet wat die agent net heeft gezegd.” zeg ik, maar ik weet dat mijn opmerking niet tot haar doordringt. De kinderen lopen slaafs achter haar aan, maar ik blijf staan. “Ik ga wel even terug naar huis, dan kan ik de oven voorverwarmen.” roep ik moeder de gans achterna. Ik groet enkele voorbijgangers en wacht op de auto’s die luid claxonerend de straat tegen de rijrichting in verlaten voordat ik kan oversteken. Gaza aan het Spaarne.

Ik wandel naar huis en loop versufd het huis in, ik verwarm de oven, zoals ik beloofd heb en neem plaats aan de keukentafel.  De kamer draait. Tijd om weer naar bed te gaan. Ik laat de oven in de steek en loop de trap op richting slaapkamer. Ik trek mijn vest deze keer wel uit en schuif onder lakens. “Wie zou het slachtoffer zijn?” denk ik hardop, “Heeft hij erg geleden? Waar hadden ze eigenlijk ruzie over?”, spookt het door mijn mijn hoofd.”Ach, ze kenne mij de haan naaien.” prevel ik de memorabele  woorden  van Ruud. Deze woorden hebben de uitwerking van een slaappil. Als Misja en de kinderen thuiskomen lig ik drie continenten verderop in een droom over een wereld zonder katers, ruzies en steekpartijen.

Advertisements
This entry was posted in jazz, music, Persoonlijk, persoonlijk and tagged , , , , , , . Bookmark the permalink.

6 Responses to Een steekpartij

  1. Jan Kagers says:

    Totaal ongepast om dit onder de reactie’s te zetten bij crime.Wil je aandacht? Ze kenne je de haan naaien.? Zo denkt de familie zeker niet! Echt man denk na man en donder op met je slappe stukie

  2. fredvanderwal says:

    Kagers, Wat een bull shit die recatie van jou. Waarom zouden we de haan niet kenne naaien? Justitie heeft het laatste woord niet Kagers. Ik wil (als genie) niet de haan kenne naaien en ook de kat in zijn reet neuken of de beuk bij me kleine zussie er in gooien voor het sjoernaal van 6 uur dus dat ging om de een of andere reden ook niet door, dus draaide ik knoerthard Rock Me Baby, like a wagen wheel. Mag zeker ook niet? Dan maar Sittin’ on a fence van The Stones. En o o o wat is die Sonny Rollins oud geworden en maar doortoeteren….dat is ook toch heel erg! Laat ik dat geblaas van Charlie Parker zenuwemuziek vinden! Jawel. Mag dat? Ja zeg, lik me l*l in Bagdat…

    • fredvanderwal says:

      In bagdad, ja daar mag dat
      met me ene vinger in me neus
      en de andere in me gat
      na een minuut zat
      switch
      changez des dames
      eigenste lugt
      is lekkere lugt

  3. fredvanderwal says:

    …maar het aller ergste is Bennie Jolink met die boerenlullen klote klanken

  4. fredvanderwal says:

    Kagers ik hep nog een poweem voor jou en je vrouw :

    Rozen benne rood
    violen benne blauw
    me vader is dood
    me zus legt in de goot
    ik heb 10 vingers aan mijn jatten
    kom es van je brommer
    dan kenne me effe matten
    ik lus me kuns collegas rauw
    en me elfde vinger is voor jou

  5. fredvanderwal says:

    Okee okee het is niet helemaal Nijhoff maar toch
    as je de woorde ken vinde een bof

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s