Black Punani Ryder

Zondagmorgen. Ik pak de bus naar Amsterdam voor een interview. Het is zondagmiddag als ik op de Herengracht arriveer. Als ik het trapje richting beletage oploop zie ik de in zwarte blazer gehulde artiest al in de deuropening staan. In zijn rechterhand prijkt een rokende sigararet. “Sjaal, ik heb je geprobeerd te bellen,maar je nam niet op. Ik moet nog even naar de Albert Heijn, ga je mee?” Ik schud hem de hand en zonder mijn antwoord af te wachten lopen gooit hij de deur dicht en lopen we het trapje af, de gracht op. “Je woont op stand, DJ”, zeg ik om het ijs te breken. “Huur.” zegt de man met zware stem. Een radio-stem. Ik krijg het koud als ik naar hem kijk. Het is een graad of zes en meneer loopt in zijn t-shirt en dunne blazer naar de super. Ik draag een goedgevoerde winterjas. Gelukkig brandt zijn sigaret nog. We lopen even verderop de winkel in, hij met een rokende sigaret. Hij dooft na het poortje zijn sigaret onder zijn rechterschoen nadat hij een winkelmandje in zijn vrije hand heeft genomen. “Ik ben zo klaar. Ik ken deze supermarkt op mijn duimpje.” In no-time wandelen we langs de schappen. Salade, kaas, fruit, broodjes en een fles witte wijn (“voor vanavond”) gaan in het mandje. Als we in een rij staan roept een meisje verderop ons. “Hier is de scankassa!” We lopen ongemakkelijk naar het mollige, donkerharige meisje.  “En nu?” vraagt de DJ. Het meisje wijst naar de scanner naast het scherm. “Hierlangs halen.” zegt het kind en DJ haalt de producten die hij zojuist nog zo rap uit de schappen heeft gehaald aarzelend langs de scanner. “Raak je hierdoor niet steeds meer collega’s kwijt?” vraag ik, om de ongemakkelijke stilte te breken.”Nee hoor, nu staan we te controleren of mensen het wel goed doen. Er is nog niemand ontslagen.” Ik vermoed dat deze tekst op dwingende toon is ingefluisterd door een meneer of mevrouw van de communicatie- afdeling. Bij de servicebalie halen we nog de nodige rookwaar.  We lopen de zaak uit. De toeristen lopen druk kakelend en fotograferend hun stramien. Het is zondagmiddag aan de gracht.

Een zaterdagmiddag later rijd ik met de tekst van het interview met de DJ in mijn oren in de bus van Haarlem richting Amsterdam.  Op mijn schoot ligt de ipad. Ik werk de tekst woordelijk uit op mijn ipad, zodat ik even later de tekst naar believen kan amputeren en boetseren naar mijn oordeel. Links en rechts glijdt  Amsterdams Tanger voorbij. Een selfmade wijk, gerezen uit de as van onmogelijke progressieve ambities. Misja is er twee uur eerder, toen ik nog in de sportschool zat, met haar Levi doorheengereden. Voor hem, Levi, een zoon van een vader en en een moeder uit een veilige, blanke, omgeving, is Amsterdam-West de hel. Zowel de mannen als de  vrouwen dragen er jurken, sandalen en hoofddeksels. Over de brede trottoirs rollen talrijke kinderwagens. De winkels dragen oriëntaalse namen zonder begin of eind. Groenten en fruit liggen uitgestald in kisten die zijn geplaatst op een schuine stellage van tweeënhalve meter hoog tot even boven straatniveau. Ik staar naar de pompoenen, tomaten. paprika’s, uien en groenten waar ik de naam niet van ken. Voor mij is de wijk een zoveelste bedrijf  in  het multiculturele drama. Hoe zou het er nu in Brussels’ Molenbeek aan toe gaan?

 Op de Rozengracht stap ik over op een tram richting Dam. De tram is gevuld met jonge Mediterrane toeristen. Bij de halte nabij Westerkerk en het Anne Frankhuis blijven de meesten in de tram zitten. De Jodenvervolging en homo-emancipatie zijn blijkbaar niet meer in de mode. De volgende halte ren ik de tram uit de AH achter het paleis in, om er vijf minuten later met een driepak speciaalbier en een doosje jonge kaasblokjes weer uit te lopen. Ja, de AH is er toch wel voor ons allemaal. Ik wandel schuin de Raadhuisstraat over, de Spuistraat door, de Torensteeg in. Daar bevindt zich mijn huiskamer. Van Zuylen. De zaak zit vol met toeristen. Een tweepersoonstafeltje is nog vrij. Ik worstel me door de massa naar achteren. Ik neem plaats op de lange bank. Ik schuif wat jassen aan de kant en hang de mijne aan de stoel tegenover me. Vier paar donkere vrouwenogen staart me aan. Ik plaats mijn ipad op tafel en plug mijn koptelefoon in. Nu aan het werk. Dan verschijnt de barman-met-baard. Hij vraagt me of ik, omwille van het zojuist gearriveerde Baskische achtkoppige gezelschap, een tafeltje wil opschuiven. Ik zie dat rechts van me een tafel is vrij is gekomen en schuif zonder mokken door. Helaas staat er nog geen bier op tafel. Maar het werk gaat voor.

Als mijn derde glas Chouffe wordt geserveerd arriveren Misja en Levi. Ik kijk gestoord op van mijn werk en kijk in de trouwe ogen van Misja en de nieuwsgierige ogen van Levi. Ze hebben leuke dingen op de kop getikt. Ze bestellen een kop cappuccino, respectievelijk een glas cola. Ik sluit de ipad. Het interview moet maar even wachten. Morgen weer een dag. Ongemerkt is het buiten toch weer donker geworden.

Advertisements
This entry was posted in jazz, music, Persoonlijk, persoonlijk and tagged , , , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s