De advocaat die was vergeten af te rekenen

De herfstvakantie is bijna begonnen en de lucht is vandaag neergedaald op Haarlem en omgeving. Het is vrijdag. Ik heb mezelf een dag vrij gegeven. Dat kan als je zelfstandig opereert. Een haag van mist belemmert mijn zicht op de buitenwereld. Wat niet weet wat niet deert. De thermostaat staat op twintig.  

 De kat spint. Het orkest van Stan Kenton schalt door de kamer, op de tafel ligt een op pagina 14/ 15 geopend Parool van donderdagavond naast een bordje met bruine korsten sesambrood. Ik heb slechts oog voor mijn iphone, mijn bijbel, mijn richtsnoer. Het alarm van een onjuist ingestelde wekker weerklinkt. Ik ontwaak uit mijn digitale dagdroom. Het is 14:40. De kinderen zijn over vijf minuten uit en ik moet minstens tien minuten fietsen voordat ik de school heb bereikt. Ik trek mijn shirt omlaag, hang mijn gerafelde blazer om mijn schouders en schuif mijn aftandse winterjas erover. Ik loop snel naar de wc om een plas te doen. Een substantieel deel van het naar koffie riekende vocht loopt langs mijn broekspijp en de buitenkant van de pot en over mijn schoenen. Ik besluit er geen aandacht aan te besteden. Buiten is het ook nat. Zonder door te spoelen en mijn handen te wassen loop ik de wc uit. Niemand die het merkt.

Ik fiets de stad in en laat de koude regendruppels via mijn onbedekte ongefatsoeneerde stugge haar van mijn getergde gezicht afglijden. Een marktkoopman gooit me een verwensing naar het hoofd omdat ik tussen de kramen door fiets. Na het passeren van de drukke weg rijd ik gedachteloos langs de uitgestorven kade. Ik fluit en zing. Aan het einde van de kade zie ik een klasgenoot van de kinderen met zijn moeder. Ben ik te laat? Ik trap door. Als ik eindelijk bij de stoplichten aan kom springt de mijne net op rood. Aan de overkant van de weg zie ik in tegenovergestelde richting nog meer klasgenoten van de kinderen fietsen. Het zal toch niet waar zijn? Als ik eindelijk het schoolplein bereik wurm ik me tussen ouders en kinderen door het schoolplein over naar de vaste opwachtplaats van de kinderen. De fietsen zijn weg en de kinderen ook. Een traag klasgenootje van Boaz vertelt me dat zijn vriendje en zijn zusje een minuut eerder zijn vertrokken. Ik vloek binnensmonds, maar mompel “Bedankt!” naar het in zich zelf gekeerde blonde ventje dat zich vastklemt aan de hand van zijn ongeduldige vader. Ik ren terug naar de fiets en trap flink door en rijd dezelfde route als de kinderen. In de verte ontwaar ik een fietsende jongen die op Boaz lijkt. Bij nadere inspectie van de fiets blijkt het de buurjongen te zijn. Als hij mij in het vizier krijgt steekt hij zijn tong uit. Hij rijdt vervolgens in hoog tempo de kaai over, de markt langs, onze straat in. Als ik een lange minuut later eindelijk thuis kom zie ik dat de kinderen inmiddels herenigd zijn met hun vader, die hun voor het weekend komt ophalen. Hij is waarschijnlijk kort nadat ik de fiets naar school heb gepakt met zijn auto de straat ingereden en heeft netjes in de auto gewacht totdat zijn nageslacht hem in de armen zou vallen. Ik loop naar binnen en groet de aanwezigen. Alle deuren staan open. De thermostaat staat nog steeds op twintig.  

 Vader laat merken dat hij wil vertrekken en maant de kinderen hun spullen te pakken. De jongen rent naar boven naar zijn kamer en komt een paar tellen later met een Actiontas, gevuld met xbox, geluidsinstallatie en spelletjes de trap weer af. Het meisje pakt de boodschappentas vol prullaria die ze gisteravond in een hoek van de woonkamer had neergezet. De jassen heeft het drietal nog aan. Ik heb de mijne juist uitgetrokken en over de stoel gehangen. Ik loop het gedreven gezelschap achterna naar buiten. De auto wordt gevuld. Ik loop nog snel naar binnen om een halfleeggegeten zakje drop te halen. “Voor onderweg en geef pap ook maar als hij wil.” zeg ik als ik het zakje in Zilla’s hand druk. De portieren worden gesloten en papa start de auto. Het raampje van Zilla gaat open. Ik zie haar gesloten hand. “Hier, nog een dropje voor jou en mama!” zegt ze. Ik pak de muntdrop aan en geef een kusje op het ontspannen handje. Ik laat de dropjes mijn broekzak inglijden om te kunnen zwaaien. Mijn handpalm ziet zwart. Straks maar even wassen. Het raampje sluit weer en de auto zet zich in beweging en als deze aan het einde van de straat naar links afslaat loop ik het lege, onopgeruimde huis weer in. Ik zet de thermostaat op 21. De herfstvakantie is begonnen.  

Advertisements
This entry was posted in jazz, music, Persoonlijk and tagged , , , , , . Bookmark the permalink.

3 Responses to De advocaat die was vergeten af te rekenen

  1. fredvanderwal says:

    Robin jouw plas ruikt naar koffie schrijf je als een stuk bekentenis powezie, maar die Senseo koffie die ik bij jullie krijg ruikt altijd naar plas….hoe kan dat nou?

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s