Het raadsel van het Zwart Beraad

imageDe zomer is weer even terug deze zaterdagmiddag. De wit fineren planken van het bed (met onderstel) van Boaz dat we vorige week zondag uit elkaar hebben gehaald baden in de tuin in de zon, evenals de voorgoed gesloten fiets van Levi, het overtollige X-box stuurwiel, de monitor uit Zilla’s oude kamer, een kussen dat door de katten is volgepist, een ontmantelde tuinstoel en zo wat meer rotzooi. Zij zitten, liggen of staan in de zon en ik zit binnen aan de keukentafel achter gesloten lamellen. Een paar kinderen zitten verderop in de woonkamer achter een gesloten rolgordijn met een ipad op hun schoot, een smartphone in de hand. Ook de tv staat aan. Heer Levi is weer even terug. Vorige week is hij definitief bij zijn vader in Zutphen gaan wonen. Hij komt om het weekend om zijn moeder en Haarlem te zien. Een kwartier geleden zijn moeder en zoon de stad in gegaan. Voor mij is het moment aangebroken om mijn recensie van pianist Claudio in de steigers te zetten. Ik heb een indruk, de nummers zitten in mijn hoofd, mijn oordeel is klaar, nu alle info overzetten in een makkelijk te lezen tekst. Manager Guido heeft me al herhaaldelijk gevraagd of ik al gevorderd ben. Ik heb al regelmatig onrechtmatig “Ja” geantwoord. Nu zal ik er toch mee aan de slag moeten gaan. En er ligt nog een andere opdracht te wachten. Een ode aan Duke Ellington door een trompettist, begeleid door klein orkest. Een duur album dus. De manager heeft me de CD’s ruimschoots voor de verschijningsdatum gezonden, maar ik ben te laat begonnen. Het album van de pianist is nog niet in het Engels gerecenseerd. Een kind met een groot hoofd komt aan de keukentafel en trekt aan mijn t-shirt. “Waar is hier de wc?”. “Vraag maar aan het meisje met het groene truitje” zeg ik, met mijn naar urine ruikende vinger wijzende richting woonkamer, zonder op te kijken van mijn scherm. Het meisje loopt slaafs naar de bank en verwijt me mijn grofheid niet. Dat komt later nog wel een keer.

imageDe zomer is weer even terug deze zaterdagmiddag. De zon is de tuin uit. Naast mij aan de keukentafel knippen Misja en Levi plaatjes in een boek over Frankrijk. Het boek hebben ze zojuist in de stad gekocht in een kringloopwinkel. Levi moet een werkstuk maken en Misja helpt graag mee. “Als het allemaal maar niet te voordehandliggend is mama!” zegt de jongen, “Dus geen Eiffeltoren of de Champs Elysee, geen Louvre of St Michel ofzo, gewoon plaatjes van Frankrijk”. Ik zie een foto van een kernreactor. “Die doen!” roep ik. “Nee, dit slaat nergens op.” antwoordt Leef en hij loopt boos richting de woonkamer. “Cliché is het in ieder geval niet.” reageer ik licht geïrriteerd en ik zet mijn koptelefoon op.  Ik draai het meest recent verschenen CD’tje van John Scofield op Spotify. Nu maar even geen Claudio. Ik recenseer morgen wel verder. Een weekend telt immers een vrijdagmiddag en een twee dagen. Zondag gaan we het anders aanpakken. Scofield brengt verlichting. Op de albumhoes staat een digitaal vormgegegeven baby met een oranje plastic zak om het hoofd die op het punt staat zijn eerste orgasme te bereiken. Net als de cover is het een vulgair album. Populaire muziek. Scofield overtreft zichzelf. Maar wel fijn om naar te luisteren. Jazzporno. Ik ben blij dat ik het album niet hoef te recenseren. Ik zou het wel doen als het me opgedragen werd. En ik zou er een postief verhaal maken. Zo ben ik.

De zomer is weer even terug deze zaterdagmiddag. Misja en ik lopen met de kinderen de Knoedelmarkt over. Een nazomerrommelmarkt in de openbare lucht. Een evenement dat negen van de tien keer in het water valt vanwege storm en regen. Dit jaar is het droog. De zon schijnt. Op iedere staathoek staan  oudere mannen met dikke buiken, ongekamd haar en brillen met onmodieuze monturen. Ze dragen felgeel gekleurde  hesjes en zijn lid van de wijkraad. Er loopt er ook een tussen zonder hesje. Hij draagt een net iets hipper montuur dan de rest en zijn buik is iets minder fors. Dat is de voorzitter. Een man met een missie. Hij is de reden dat ik voor het wijkraadblad schrijf. Ik kon zijn smeekbede niet weerstaan en nu schrijf ik over onderwerpen. “Adios Amooooooor” klinkt vanaf het plein bij de supermarkt. “Amoooor. Mijn Spaanse lover. Ik moet nu gaaaaaaan! Hou me nog even vast en dan moet ik gaan, misschien zien we elkaar volgend jaar wel weer staaaaaaaan”.  En dan is er het eeuwige afdingen. De mensen hier hebben geen cent te besteden, dus wat ze niet kunnen kopen proberen ze voor een minder dan geen geld op de kopt te tikken. Ook Misja doet vrolijk mee. Ik kan het afdingen niet aanzien en loop een stukje verder. Een vrouw van een jaar of 65 (maar het kan ook 55 zijn) met een  doorrookte stem, zwart geverfd haar in een knot, een oogverblindende tatoo op haar vanwege haar  mouwloze shirt zichtbare rechterarm en een in het kruis gescheurde zwarte  legging ontvangt muntgeld voor een vaag gekleurd beeldje van een zigeunerjongetje. Als de koper is vertrokken maakt ze een grijpgebaar en  zegt ze tegen haar buurvrouw: “Is allemaal voor Turkije!” Ik vraag me af welk  een ramp Turkije heeft getroffen. “Is allemaal voor Turkije Sien.” Ik loop verder “is extra, de reis is al betaald, hier kenne we lekker van spenderen.”. Ik weet genoeg. Turkije. Land zonder mogelijkheden. De kurk van het toerisme dobbert doelloos rond in een zee van wroeging, fanatisme en onaangepastheid. Mijn buurtgenoten gaan er graag op vakantie.

De zomer is weer even terug deze zaterdagavond. Ik zit in de tuin. De achterburen vieren feest. De barbecue staat aan. Er wordt een fles wijn ontkurkt. Een vrouw slaakt een hoge gil. Een kind weent om een op de stenen gevallen schepijsbol. De onbekommerdheid viert hoogtij. Ook de zon is er weer. Misja zet een bord mie met hete saus voor me op tafel. “Nu niet lieverd, ik schrijf.”. Misja druipt af en neemt het bord weer mee naar binnen. “Ik bak zo wel een hamburger voor mezelf!” roep ik mijn meisje achterna. Ze haalt haar schouders op als ze de deuropening is gepasseerd. Ik draai me om in de tuinstoel. Eigenlijk zit hij helemaal niet lekker. Misja loopt de tuin in geeft de planten water. Ze lacht om het slappe gelul van de achterburen.  Ze lijkt al vergeten te zijn dat ik haar gerecht zojuist heb geweigerd. Het is tijd om een hamburger te bakken.

 

Advertisements
This entry was posted in Uncategorized and tagged , , , , , , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s