Brugge – herbezoek (2) Brugge in 1 dag

image

imageVrijdagmiddag, kwart voor vijf, normaal gesproken het startmoment van een bruisend weekend. Nu hangen we onderuitgezakt in onze stoel aan de goed gevulde keukentafel. Chips, snoep en drank. Al wat een mens nodig heeft. In het midden van de tafel staat een Brugge Tripel (levend bier met nagisting op de fles) -glas , ingepakt in een reclamepapier van de Carrefour. Een vroeg verjaarscadeau voor mij, gekocht door Zajra op de kunst- en antiekmarkt aan de Dijver. De tuindeur staat open. Het weer is uitstekend, ik schat zo’n 25 graden bij een onbewolkte lucht. Een warme bries blaast  rioollucht naar binnen. De stank is aanwezig in het hele centrum. Het riool neemt langzaam maar zeker de stad over. Rahsaan Roland Kirk blaast het door het geluid van brekende golven en jagende zeevogels begeleide Loving You de kamer in. Zajra neuriet mee en Zilla, die met haar rug naar me toe gekeerd zit met haar smartphone in haar hand, brengt een bouwvakkersvloek uit. Ze heeft een potje “Don’t touch the spikes” verloren.

Het is een dag vol ontberingen. Om te voorkomen dat ik mijn held Hans Memling zal missen beginnen we de dag, na een goed ontbijt en  een bezoek aan De Apotheek (om -prive gehouden- redenen gesloten tussen 11.45 en 14.00 uur) met de expositie in het voormalige hospitaal met werk van de meester en zijn kornuiten en een bezoek aan de tegenovergelegen Madonna met Kind van Michelangelo in de Onze Lieve Vrouwekerk en de oude meesters verderop in de kapel. Middeleeuwse kunst is voor een volwassene al een flinke opgave. Voor een kind is het werkelijk een zware beproeving. De kinderen laten echter geen kik horen en ondergaan de overload aan historie zonder morren. Wellicht speelt het vooruitzicht van het Chocolade- en het Frietmuseum een rol.

In een passage tussen de Wollestraat en de Burg komen we na een (te) lang oponthoud in een zeepwinkel bij een antiquariaat. “Nu is papa aan de beurt jongens!” Ik stap de winkel binnen, op de voet gevolgd door mijn trouwe gezellen. De zaak is vrijwel onbegaanbaar. De wanden zijn gevuld met boeken en tegen de pilaren staan heiligenbeelden opgesteld. Van klein naar groot, van ongegeneerd tot onevenaarbaar, van sober gelakt tot kakelbond geschilderd. Ze staan er allemaal, St Sebastiaan, St Franciscus, de heilige drie-eenheid en hun maten, soms op een rijtje van drie of vier. Het voetbalteam van God. “Er staat hier niemand waar je bij kunt afrekenen.” zegt Zilla met een licht verwijt in haar stem.  In het midden van de zaak treffen we een half geopende sarcofaag met een skeletje op de kopse kant. Het geopende deurtje toont biedt ons een blik op een lijkbleek geraamte. Als ik Zilla hierop wijs slaakt ze een onevenaarbaar gilletje. “Kom jongens, we gaan” zegt ze en ik lach met mijn hand voor mijn mond richting Zajra. Ze knipoogt terug. Bij de uitgang lopen we tegen het goedgevoede lijf van de uitbater, een man in de bloei van zijn leven (van mijn leeftijd dus)  met ongeknipte krullen over zijn brede rug, een uilenbrilletje en scheve tanden (Goddank, ik ben niet de enige met zo’n gebit!). Hij legt zijn hand op mijn schouder. “Ah, heer, waar komt u vandaan?” vraagt hij me. “Haarlem” antwoord ik plichtmatig “Ah, die prachtige stad aan die rivier..kom hoe heet die ook al weer?” “U bedoelt het Spaarne?”  “Jawel, het Spaarne. Ach, u moet weten ik heb veel handel in Nederland. Ik kom er graag.” Ik realiseer me plotseling dat ik alle tijd van de wereld heb en een gesprek met deze knaap geen kwaad zal doen. “Nou, en hoe gaat de handel zoal? Is toch een uitstervend vak?” zeg ik ballorig. “U heeft echt veel spullen hier!” zegt Zilla. “Wat ik hier heb staan is slechts een deel.” antwoordt de man in mijn richting. “Ik woon hier schuin boven. Daar staat de rest. Ik koop mijn spullen in in o.a. Brussel en Parijs. Ik heb hier ruim 50.000 boeken. “De handel gaat niet goed, toch?” zeg ik, gebruikmakend van mijn aan kranten en populaire tijdschriften ontleende kennis. ” De Slegte is hier inmiddels definitief gesloten las ik op Google Maps.” (deze informatie haalde ik op, gebruikmakend van het gratis wifi-kanaal, in de Standaard boekhandel). “Achja, de Slegte. Ze kochten in voor weinig een vroegen de hoofdprijs. Dat kan natuurlijk nooit goed gaan. Als ik een handschrift onder ogen krijg dat ik voor 200 euro wil verkopen vraag ik er geen 20 euro voor. Ik bied dan zeker 120. Dat heeft De Slegte nooit gedaan.” “Ik deel deze mening met u.” antwoord ik. En op het moment dat ik wil vertrekken trekt de antiquair me aan de mouw.

“Weet u, hiernaast is een gek gevestigd. Hij is verkleed in een ranzig musketierpak. Trap er niet in. Hij trekt u onder valse voorwendselen naar binnen en begint een heel verhaal en verkoopt u rotzooi. Met neen neemt hij geen genoegen. Een kaart van zestiendeeeuws Brugge kunt u bij hem kopen, van derderangs drukkwaliteit. Hij ontvangt zijn mannelijke bezoekers standaard met een hand en de vrouwen krijgen een smakkus op de pols. Kijk, zij weet er meer van!”. De antiquair, die zelf steeds meer op een museketier begint te lijken gaat, wijst naar een vrouw aan de overzijde van de passage die (als op commando) met haar uitgedroogde lippen kusgeluidjes maakt. Zilla trekt aan mijn mouw, maar de verkoper trekt zich er niets van aan:  “Die mevrouw die naast haar zit is een non van ouder dan tachtig en zij heeft hem laatst een klap voor siene mombakkes gegeven! En een non is niet zo heetgebakerd! Ja, mijn buurman is een slecht mens.” We lopen naar de overkant van de galerij. Daar heeft de antiquair- aan de buitenzijde van het raam- enkele kopieën van krantenartikelen opgehangen. In de artikelen wordt de musketier als boef afgeschilderd. In de begeleidende foto’s ziet men de piraat met een balkje over zijn ooglijn.  Zie hier. Hij heeft ze keer op keer verwijderd. Na de zoveelste waarschuwing heb ik de foto’s aan de andere zijde van het raam geplaatst (de zijde die alleen via het kanaal is te bereiken) en sindsdien hoor ik hem niet meer. Ik tref hem af en toe in de rechtzaal en verder hebben we geen contact meer.” Even later loopt de aangeklaagde naar buiten. Een man in een rood, ongewassen musketierkostuum, gebruind gelaat, verwarde blik en  drooggeföhnd haar onder een vaalgewassen steek loopt op twee onwetende aziaten af. Hij geeft de mannelijke helft een ferme handdruk en de vrouw een kus op de ongeschoren onderarm. Ik begin de musketier plotseling te waarderen. Een man met een missie…net als zijn buurman 

Zajra moet vandaag om het half uur plassen. In de musea is er voldoende ruimte om een sanitaire stop te maken  maar daarbuiten blijkt de stad alleen geschikt voor mannelijke pissers. We besluiten de loop van een vaartje te volgen en komen uit bij een gezellig terras waar men de naam van Mozart aan heeft gekoppeld. We nemen plaats en bestellen een kop chocolademelk. Links naast ons zit een uitgeblust stel aan het Witbier. “Nog eem en dan gaan we er vandoor Ruud,” “Ja joh, trein van 7 uur? “” Nee..trein van 6, anders red ik het thuis op de fiets niet zonder licht.” “Ahjoh, je hebt toch licht op de fiets meid?” zegt de man in kwestie. De vrouw weigert en staat erop de trein van zes uur te nemen. Een in rood geklede Pierrot (een mens in de blessuretijd van zijn fatsoen) serveert ons onze chocomelk. Zilla zegt: “En we gaan binnenkort twee weken naar Frankrijk!” De bediende kijkt me verwijtend aan “Twee weken vakantie. Dat kan ik mezelf  niet permitteren.” zegt hij in mijn richting. Ik heb geen behoefte hem uit te leggen hoe het gesteld is met mijn gezinssituatie. Deze luxe is mij ook niet gegund.

Advertisements
This entry was posted in jazz, music and tagged , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s