In het kalifaat van de schoonmaakturk

  Vrijdagmiddag. Overleg in het stadhuis, tweede verdieping. Er gebeurt niets. Ik kijk door het raam naar buiten. Daar waar het leven lonkt. In een appartement op gelijke hoogte aan de overkant van het Waterlooplein zie ik een meisje zitten. Ze werpt een vaalwit object over een statafel. Het stugge ding dat de tafel volledig aan het oog onttrekt lijkt op een donzen dekbed. Het meisje borstelt haar stijle, lange haar en schikt haar blonde manen naast haar gezicht zodat ze vrij zicht heeft. Een ongeinspireerd stuk uitgesproken vergadertekst begeleidt de trage bewegingen van het meisje: “…lijkt het me raadzaam om na het zomerreces…” enzovoort. Het kind aan de overkant lijkt ineens geen oog meer te hebben voor de tafel. Ze draait zich om en kijkt wat voor zich uit in de richting van het stadhuis. Als ik even later weer kijk zie ik dat ze iets aan het doen is. Ze zit geknield,  wiebelt aanhoudend en ze heeft, getuige de bewegingen van haar hand, grote moeite om haar haren in bedwang te houden. Haar blik is gericht op het spook in het hart van haar door stevig daglicht verlichte kamer. Ogenschijnlijk houdt ze een fotocamera in haar handen. Is ze nu foto’s aan het maken? “…dragen we in ieder geval constructief bij aan het najaarsprogramma en ontzien we het budget van...” (nog tien minuten voordat ik de vergadering kan sluiten, schat ik in). Het meisje draait haar gezicht en -als de afstand niet zo groot zou zijn- zou ik kunnen zeggen dat ze mijn kant uit kijkt. Een tel later kijkt ze weer richting Mozes en Aaronkerk. Een fototoestel? Nee, een telefoon heeft ze in haar hand. Ze is aan het bellen.

Na een vermoeiend uur verlaat ik het stadhuis. Bij de artiesteningang van de Stopera neem ik met vrij veel moeite mijn fiets tussen de andere onhandig geparkeerde fietsen vandaan. Een twintigjarige jongeman met een kapsel van donkerblond krullenhaar en een ongecultiveerde baard, een groengrijs nylon topje en een lage v-hals die volop ruimte geeft aan zijn weelderige borsthaar, staat quasi ongeinteresseerd tegen de betonnen trapleuning aangeleund met een sigaret in zijn rechterhand. Hij is geanimeerd in  gesprek met een (ternauwernood volwassen te noemen) mager meisje met onhandig in een knot weggewerkt krullenhaar.  Ze kijkt ingestudeerd trots, maar haar kwetsbare blik zal breken bij de eerste welgeplaatste aanval. Gelukkig zal ik dat niet zien gebeuren. Ik slalom tegen de rijrichting in op het fietspad om de toeristen heen en vlucht door het rode licht de Jodenbreestraat in. De bekende route.  Nieuwmarkt, Prins Hendrikkade, Centraal Station. Ik kijk niet. Ik speur naar gevaar. Een onbevangen toerist, een dagdromende fietser, een roekeloze voetganger. Iedere aanwezige kan mij op dit moment fataal zijn. Bij het stoplicht voor het CS wacht ik tussen twee riksja’s, fietstaxis’s. Aan de overkant van deze oversteekplaats over het Damrak zie ik er nog een. Als het licht op groen springt duurt het erg lang voordat de massa voor mij in beweging komt. Het licht springt al weer op oranje als ik de straat kruis. Even verderop zie ik een touringcarbus in een onmogelijke positie op het kruispunt  staan. Een taxichauffeur duwt ongeduldig op zijn claxon en de tram even verderop staat dreigend in de startblokken. Aangezien er vanwege alle tegenwerkingen al enkele seconden geen fietsers meer zijn gepasseerd stappen hordes toeristen, ondanks het rode licht, het zebrapad over. Als de fietsers en scooters zich weer in beweging zetten is het een gescheld en gedoe van belang. Toeristen springen in paniek  de verkeerde richting uit. Sommigen staan stil terwijl links en rechts heetgebakerde fietsers passeren. Ik haal net een fietskoets in als mij twee scooters tegemoet rijden. Twee noord-afrikaanse jongens met hun noord-afrikaanse vrienden achterop. De eerste scheldt mij uit voor kankerzwijn, de tweede komt niet verder dan “mafkees”. Ik rijd stug en slalommend langs scooters, fietsers, auto’s en wandelaars door en benijd bovengenoemde driftkikkers  niet. Hun leven heeft geen zin en dat van mij is nog maar net begonnen.

Als ik thuis ben trek ik een fles bier open. Misja kust me. “Heb je het al gehoord van die aanslagen?” zeg ik tegen mijn lief en geef haar (dit weekend enig overgebleven) zoon een knuffel. Misja maakt een zeker gebaar en maakt daarmee kenbaar dat ze er even niet over wil spreken. Ik neem een slok en uit mijn ongenoegen over mijn fietstocht. “Het zal allemaal wel. Je rijdt ook te roekeloos.” zegt Mies terwijl ze haar hoog opgetrokken wildgekleurde rok weer rechttrekt.  Ze loopt naar de koelkast en opent een blik kattenvoer. “Kom, laten we tv kijken”, zeg ik -tot ongenoegen van de zoon die de tv heeft gereserveerd voor zijn X-Box-moordspel. Misja antwoordt niet, maar ik handel al…”Is goed, ik sluit de X-box wel af” zeg ik en ik werp me zonder het antwoord af te wachten op de Scart-pluggen achter het scherm. “Ach, laat die tv ook maar zitten, laten we muziek luisteren.” zegt Misja achteloos en ze ploft op de bank. Zoon Leef kijkt me ongelovig  aan. “En de tv blijft uit.” zeg ik (terwijl ik met veel moeite de pluggen ontkoppel) om hem duidelijk te maken dat het vanavond is afgelopen met spelletjes spelen. Ik sluit mijn telefoon aan op mijn stereo-installatie en in  Spotify open ik een lijst met composities van Phil Spector. Misja wordt meteen enthousiast en begint te dansen- tot ongenoegen van Levi.

Een dag later. Zaterdagmiddag. Incident op straat. Ik lig in bed om bij te komen van een zware week. Misja komt thuis, Levi volgt haar. “Kom beneden Robin!” hoor ik dwingend. Ik verlaat met tegenzin mijn bed. Ik loop de lange trap naar beneden af en ik tref een huilende Misja op de bank. Levi zit naast haar. ” Weer die kutislamieten!”  hoor ik in mijn ongeruste oor. Ik leg mijn hand om de hals van mijn lief en vraag om een verklaring. ” Een meisje voor me stond zo goed als stil op haar fiets terwijl ze de brug over ging. Ik zei tegen haar: ga nu door, je blokkeert de hele boel! En ik reed het meisje voorbij en twee meter verderop reed een Marokkaans jongetje van een jaar of dertien. Hij zei tegen me: Hoezo? Ik mag stilstaan waar ik wil! En ik zei: ik heb het helemaal niet tegen je. En daarna reed ik verdomme tegen een paaltje aan en schaafde enkel en dijbeen en schold het jongetje uit. Het ettertje lachte. En ik zei: “Rot op naar je eigen land kutturk, smerige islamiet”. Ik kijk vol bewondering naar mijn verontwaardigde meisje en ik weet dat Mies er vijf minuten weer spijt van heeft. “En nu ga ik een anti-islamsite starten op Facebook!” zegt Mies met de tranen in haar ogen. Leef kijkt zijn moeder aan en zegt: “dat ga je niet doen mama! Je weet niet wat je doet!”. Ik neem beiden in de armen. Het voelt alsof ik mijn kinderen omarm. “Nu maar even niet lieverds!” en ik begrijp Oriana Fallaci steeds beter. 

Ja. 

Mijn held is een vrouw. 

Advertisements
This entry was posted in Uncategorized and tagged , , , , , . Bookmark the permalink.

5 Responses to In het kalifaat van de schoonmaakturk

  1. fredvanderwal says:

    ALS DIE KRAPUUL LUI DIT LEZEN KOMMEN ZE MET ZE ALLEN AANBELLEN OF DREIGEN MET EEN DAGVAARDING, HAHAHAHA!

  2. fredvanderwal says:

    WAT IS HET NOU: EEN SCHOONMAAK KURK?

  3. Anonymous says:

    Ach Fred, Ze doen maar. Krapuul is erg ver verwijderd van de hedenaagse werkeliijkheid. Wij leven er middenin.

  4. fredvanderwal says:

    Wij spartelen in de verfrissende daaglijkse realiteit die ons steeds weer doet denken aan die tophit van Bobby Darin Splish! Splash!” ( I was takin’ a bath) Vertaald Spetter, spat spat ,( ieke was nemen een bad).
    Nederlands voor allochtoonse wildwater dobberaars. Van de frisse!

  5. Pingback: 2015 het jaar dat ISIS duidelijk maakte dat het ook in Europa is – Vervolg 1 | Belgian Biblestudents - Belgische Bijbelstudenten

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s