De kast van Mies Koopma

 Terwijl buiten de zon de zomer aankondigt levert Misja binnen strijd met een IKEA-dressoir. Ze heeft de verkeerde schroeven gedraaid en is er pas bij het indraaien van de derde schroef achtergekomen dat het schroefdraad van de gebruikte schroeven langer is dan dat van de schroeven op de instructietekening. Leef wacht gelaten met de ipad op schoot totdat mama klaar is met haar ondoorgrondelijke werkzaamheden. Na veel gezucht en gesteun is het mijn klusser gelukt de schroeven uit het hout te trekken met mijn zojuist (te duur) gekochte timmermanstang. Misja is zo blij met haar overwinning dat ze zich vol overgave op de rest van de kast stort en daarmee de tijd uit het oog verliest. Leef moet zich over tien minuten melden voor een slaapfeestje van een vriend, tien minuten fietsen verderop.  De zweetdroppels staan op haar voorhoofd en Mies kijkt me met een gepijnigde blik aan als ik haar op de tijd attendeer. Levi haalt opgelucht adem en kijkt me dankbaar aan als zijn  moeder het gereedschap op tafel legt. Misja pakt haar jas en fietssleutels. “Als er eenmaal beweging in zit kan het snel gaan” denk ik hardop als ik achter Misja aan de gang in loop. Ze kijkt geërgerd achterom als ze de huisdeur opent. Moeder en zoon  pakken hun fiets en ik neem plaats op de ommuurde bloembak tussen de entree van de buren en die van ons. Ik zwaai mijn huisgenoten uit en wandel weer naar binnen. Eigenlijk is het weer te mooi om binnen te zitten. Ik zie de kast. Hij staat op zijn kop. Precies midden tussen de twee planken waar de kast straks op staat steekt IKEA-gereedschap nummer 100001 uit de  plank.

Een kast. Twee potten schoenverf, een aantal boodschappentassen gevuld met eten. Veel verder kwam Misja niet deze week. Het Programma heeft haar tien dagen shopverbod opgelegd. Elke dag hebben we wel een gesprek gehad over de definitie van shoppen. De vragen waren niet van de lucht. “Is shoppen gelijk aan winkelen?” “Mag ik wel boodschappen doen?”, “Is een noodzakelijke aankoop toegestaan?”, “Het aanbod bekijken op internet, mag dat wel?” “Ruilen is toegestaan, morgen is de 14-dagen ruiltermijn voorbij. Ik moet nu toch echt naar de winkel, want deze broek zit veel te ruim.”  Ik heb deze vragen en argumenten allemaal voorbij horen komen en ik  wist dat hier een junk aan het werk was. Aangezien ik me erg ongemakkelijk voel in de rol van opvoeder of cipier heb ik Misja de afgelopen week maar laten begaan. “Ach, doe maar” heb ik me vaker dan gewoonlijk horen zeggen.  Ook de kinderen waren er blij mee. De laatste die (tot nu toe) van mijn laissez-faire houding heeft geprofiteerd is de ijzerboer aan de Gedempte Oude Gracht die me een veel te dure tang heeft aangesmeerd.

Koopziek. Angela heeft vorige week een foto gepost op Instagram. Ze kijkt stralend in haar camera, met haar regiseusse aan haar zij, voor een kluswoning even verderop in onze straat. “Ik zie er weer goed uit, met dank aan Leco Zadelhof!” meldt de mevrouw met haar hardnekkige gebrek aan zelfvertrouwen in haar bijschrift. “Gelukkig zijn jullie nog niet toe aan een verbouwing, zoals dat huis in de steigers achter jullie!” reageert een fan. “Wie weet hoeveel steigers zij en U nog te verwerken hebben voordat U van de eeuwige rust kunt genieten” verpeins ik en deel de foto op Facebook.

Koopziek. “De opnames in Amsterdam gaan niet door. We filmen je aan het einde van de dag thuis in Haarlem” onvang ik per app van een mevrouw  die ik niet ken. Ik had afgelopen week juist afgesproken dat we nabij mijn werk zouden filmen. Ikzelf had voorgesteld om dat bij de prachtige fontein aan het Hogewegpleintje, uitgevoerd naar een ontwerp van een vriend, te doen. Er staat een prachtige gietijzeren bank-twee rugleuningloze poeven en twee met rug- en beensteuning- waar je desgewenst in kunt liggen met uitzicht op die prachtige fontein. Helaas voor mijn vriend komt zijn ontwerp nu niet op tv.  In Haarlem heb ik helaas weinig vrienden. De opnames zullen dus weer thuis plaats vinden.

Koopziek. Zaterdagmiddag. Misja mag de stad niet in. Evengoed hebben we de dag in de stad doorgebracht. Er is op de Grote Markt, net als op de Dam  te Amsterdam, kermis. We beperken ons tot een bezoek aan de Leonardo-da-Vinci-tent. Een kraam met een achttiental  machines, gevuld met munten en plastieken waardenbonnen. Bij iedere vijf euro ontvang je 50 te besteden munten. Deze munten mag je in een van de vier gleuven van de automaat gooien. Met deze worp beïnvloed je de verplaatsing van de andere munten en de waardebonnen. De plastic waardebonnen liggen bovenop een muntenmassa en lijken ieder moment in de afgrond te kunnen vallen. Grijpklaar. Maar ze blijven steevast steken. Nadat we 20 euro aan een stoïcijns voor zich uit kijkende verwaarloosde en -naar alle waarschijnlijkheid- misbruikte, platinablond geverfde en gepermanente dame hebben uitgegeven voor 4 popcornemmertjes, gevuld met 50 (alhoewel…ik heb ze niet geteld) muntjes houden we het voor gezien. Vrijwel alle waardebonen liggen nog in de machine. We hebben 4 x 500 punten gewonnen. Precies genoeg voor een calculator a 95 cent.  Als Misja, even verderop,  haar schoencrème koopt wijs ik Levi op de werkwijze van de kraameigenaar. Hij heeft het raampje van een van de machines geopend.  Hij plaatst zorgvuldig een stuk of 125 waardebonnen op de muntjes. Hij werpt ze er niet in, maar legt ze zorgvuldig neer volgens een bepaald patroon. We houden de man nauwkeurig in de gaten. Zonder dat hij het weet geeft de man (een gebleekte spijkerbroek,  wit hemd, gel in het zwartgeverfde haar, bouwvakkerscollete) zichzelf bloot. “Ja, zo is er geen kloot  aan zeg!” hoor ik Levi zeggen.”Ahjoh, een beetje bankier zoals jij weet dat gokken zinloos is. Het casino moet toch de huur ook kunnen betalen. Waar rijkdom is, ligt de armoede op de loer. Wees maar zuinig met je zuurverdiende centjes.”  Hij kijkt me begripvol aan.

Misja brengt Leef naar zijn feestje.  Ik kijk naar de kast. Nee, klaar is hij niet. Misja is weg. Ze blijft hangen op het dakterras  van de ouders van het klasgenootje van haar zoon.  Ze drinkt (zoals ze later zal zeggen) een bel, zo groot  als de maximale ruimte tussen haar duim en wijsvinger, gevuld met prosecco. “Ze vroegen het niet eens. Ik kreeg hem plots in mijn hand gedrukt. Ik moest hem dus wel leegdrinken”. Ik geloof haar. Misja heeft immers altijd gelijk. Maar. Hoe zit het nu eigenlijk met  die koopverslaving?

http://youtu.be/uK76sWSmwMYd

Advertisements
This entry was posted in Persoonlijk and tagged , , , , , , , . Bookmark the permalink.

One Response to De kast van Mies Koopma

  1. Knap geschreven zeg. Zelf heb ik helemaal niets met kopen, ik vind dat vreselijk jammer (zouden daar ook cursussen voor zijn) Ik koop gewoon wat ik nodig heb om te eten en dat vind ik nog niet eens echt lekker. Ik mis het verlangen, de hunkering. ik stel me zo voor dat dat in kopen zitten spullen willen begeren, gek worden omdat je die ene jurk wilt, ik zou er de wereld voor over hebben als ik dat bezat, maar ja je hebt het niet voor het zeggen en ik kreeg dit, geen kooplust, het is niet anders.
    Soms heb ik wel ineens vreselijk trek in een wortel of een mars, maar die lust is dan toch niet groot genoeg om de deur uit te gaan op jacht naar juist die ene mars of wortel, Als je in de buitenlucht bent is trouwens toch alles weer anders, wil je ineens weer bloemen od een windje mee, o het nummer is afgelopen doeiiiiii

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s