Double Bill

 

 Amsterdam, vrijdag 27 maart 2015, 7:30. Ik loop van station Muiderpoort naar het pand aan de Ringvaart. Voor me loopt de modelburger. Hij draagt zijn schoudertas op zijn linkerheup en in zijn recterhand draagt hij paraplu waar de wind steeds meer grip op dreigt te krijgen. Ik weet  dat hij me  gezien heeft. Hij heeft geen concurrent aan me, dat weet hij. Ik loop hem voorbij zonder hem te groeten. Hij is grootgegroeid in een Marokkaanse kuststad, ik in de savannes van het mediapark. Ik  loop door de draaideur en kijk in de publiekshal op mijn smartphone.  Hij loopt me weer voorbij richting de deur voor medewerkers, de artiesteningang. Hij zoekt in zijn heuptas naar zijn  toegangskaart. Ik loop snel naar de deur en neem mijn kaart uit mijn broekzak, open de deur  en wenk mijn collega. Hij treedt dankbaar binnen. Ik ben blij. Ik heb me zojuist geinstalleerd op mijn kantoor. Ik droog mijn haren. De rest droogt vanzelf wel.

Even later zit ik binnen – achter de PC. Ik maak afspraken, ik steek stokken tussen radarwerken, ik geef antwoorden die mensen niet willen horen en leg dijken van bezwaren op….. kortom ik ben in mijn element  en plots (rond 9:45) ….houdt het op. Drie maal knippert de tl-verlichting  en plotseling is het stil. Het licht  valt uit. Mijn  mooigecomponeerde mail ligt in duigen. Mijn achterbuurvrouw, die even ervoor heeft verteld dat ze het deze dag per mail allemaal weer goed gaat maken met al die collega’s waar ze gisteren mee in onmin is geraakt, slaakt een afschuwwekkende kreet. Haar PC -scherm ziet even zwart als de mijne, haar verzoeningstekst is voorgoed de virtuele ruimte ingezogen. Enkele minuten later lopen groepjes verdwaasden door de onverlichte kantoorschuur.  Ik loop de trap op, “Heb jij die stekker eruit gegooid?” zeg ik tegen de kwartiermaker. “Nou, zo is het wel genoeg, deze ellende kost ons al geld genoeg meneer Arends!” antwoordt hij. Ik loop, conflictvermijdend als ik ben, de andere richting uit, de trap af. Beneden tref ik mijn maten van de beveiliging. “Is het veilig?” vraag ik aan mijn collega’s van de receptie en ze antwoorden alledrie “ja”. Ik loop rchting de draaideur door naar buiten en ontwaar de stilte waar ik enkele collega’s over  heb horen spreken. ‘jongens, ik ga weg, is dat vertrouwd?”  ” Nee, maar wij gaan zodra wij het sein hebben ontvangen. Ik wacht het sein niet af en loop richting station. Rond half twaalf tref ik een bus . Een vehikel vol met adolescenten, die bij iedere bocht of rempartij, in mijn oor gillen.

Advertisements
This entry was posted in Uncategorized and tagged , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s