Oorlog en misverstand

2015/01/img_0647-0.jpgZaterdag Haarlem, zondag Amsterdam. We zullen winkelen totdat we erbij neer vallen, want thuis zitten is niets. Vanochtend waren we van plan om de Hermitage aan de Amstel nu eindelijk eens te bezoeken. De museumjaarkaart zit al weer paar maanden onbenut in onze portemonnee. Heeft te maken met ons laatste Romereisje in oktober. Na Italië kost het ons vrij veel moeite om onbevangen een Neerlands museum binnen te stappen. Een Nederlands museum bestaat meestal uit een pronkkamer en een heleboel bijzetkunst. In Italië is het museum de pronkkamer. De bijzetkunst bevindt zich er op straat. Om een uur hebben we onze museumplannen al weer laten varen. We nemen bus 80 richting Elandsgracht en een half uur later stappen we perron zoveel van het busstation op, een slapende twintigjarige student in de bus achterlatend. Ik kijk verlekkerd naar de glanzende vleugels in de etalage van pianoboer Clavis. We steken de Marnixstraat over naar de tramhalte. Met de zeventien rjden we over de Rozengracht naar het Paleis. We lopen de trambaan over naar de Dam en steken rechtsaf de Kalverstraat in. De stad is deze voormiddag nog rustig. Behalve toeristen en homostellen zie ik weinig mensen op straat.

Amsterdam is in trek bij twintigers. Ze zwalken met hun ongeschoren smoelwerk, ongewassen spijkerbroek, in grove steken gebreide schapenwollen koltruien, nonchalant (de nek vrij) omgeslagen synthetische felgekleurde sjaals en in massaproductie gefabriceerde petten, ‘Amsterdam’-mutsen of blootshoofds, met een katerige blik van Anne Frankhuis via de Dam, naar het redlightdistrict. Er gaan zelfs stemmen op om de Warmoesstraat en de Zeedijk fietsvrij te maken vanwege het gevaar dat de niets- of niemand ontziende fietser vormt voor de argeloze toerist die de straat benut als het altaar waarop de eredienst van zijn platvloersheid wordt gevierd. Met de grote toeloop van toeristen naar Amsterdam verdwijnt het authentieke stadsleven steeds meer naar de periferie. Warmoesstraat, Zeedijk, Ik vraag me af welke straten volgen. Nog even en Amsterdam is een museum. Het zal geen praalkamer zijn, eerder een kotskamer, of beter: een dor organisme waar het onzuivere bloed van het hedonisme door de aderen vloeit, voortgestuwd door een onregelmatig kloppend hart, dat vervuld is van opportunisme. Amsterdam dus.

Ik loop, nadat ik Misja heb achtergelaten, door naar de Nieuwezijds. Ik sla linksaf richting Spui. Aan de linkerkant van de straat tref ik een klein zaakje dat ik nog niet eerder heb gezien. In de etalage zie ik boeken en platen, een biografie over Dr. Sarphati en een te duur geprijsde grammofoonplaat van Clifford Brown. In de winkel brandt fel licht. De vermoedelijke eigenaar, een grijze, bebrilde man zit met een krant op schoot achter de toonbank en wacht op het einde van de dag. Aan de overkant van de zaak bevindt zich Ramsjhandel Steven Sterk, de zaak waar ik twee weken geleden nog mijn neus voor ophaalde. Nu prefereer ik deze 13-in een dozijnwinkel boven het authentieke antiquariaat aan de overkant. De oude achter de toonbank zal het vandaag met een klant minder moeten doen. Bij Sterk word ik getroffen door het rijke aanbod. Hoe is het mogelijk dat ik dit twee weken geleden niet heb gezien? Binnen vijf minuten draag ik kilo’s papier. Ik laat verschillende boeken staan om ze een volgende keer mee te kunnen nemen. Een bundeltje met interviews door Bas Heijne, een biografie over Beethoven, een Biesheuvelomnibus, het verzamelde werk van Arie Visser, Dantes Inferno in het Italiaans met een etymologische verklaring in de kantlijn enzovoort, ik hoop dat ze er volgende keer nog liggen. Ik loop met mijn stapel naar de verkoopster en laat me en passent een gratis digitale nieuwsbrief aansmeren. Niemand hoeft te weten dat ik eigenlijk in Haarlem woon. Ik krijg een plastic tasje met de boeken erin, een foldertje van de zaak en een ramsjkrant.”Ik wens u een fijne zondag en hoop u spoedig terug te zien!” zegt ze met een gemaakte lach. De boekenhoer.

Als ik het trapje af naar buiten stap wentel ik me in de januarikoude en sla de stille Nieuwezijds in, linksaf richting Dam. De toeristen zijn dit stukje blijkbaar vergeten. Ik heb op straat niets meer te zoeken en snel langs Magna Plaza en sla bij de Molsteeg linksaf. Aan de overzijde van de Spuistraat lonkt mijn huiskamer aan de Torensteeg: Café Van Zuijlen. Mijn vaste plek, een klein tafeltje aan de tussenmuur aan de raamkant is vrij. Er staan twee stoelen voor mij klaar. Over de ene hang ik mijn jas, op de andere neem ik plaats. Aan mijn linkerzijde zit een lesbisch stel aan de cappuccino, aan mijn rechterkant hangt een toeristenkwartet met een kopje thee en tosti in de stoelen. Ik leg mijn plastic tas met boeken voor me en haal mijn ipad uit mijn rugzak. Ik zet hem neer en begin als een bezetene te tikken. De kelner zet zwijgend een glas Chouffe voor me neer. “Stilte! Sjaal werkt.” En zo is het maar net.
Een kwartier later staat er een nieuw glas bier voor me klaar. De buren zijn vertrokken. De zaak is zo goed als leeg. Ik leun met mijn stoel achterover, vouw mijn vingers over mijn buik en luister naar George Shearing. Sjaal wacht op inspiratie en geeft zich over aan de stilte in de pronkkamer van zijn geest. Over twee weken maar weer naar een museum.

Advertisements
This entry was posted in Uncategorized and tagged , , , , , , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s