De getergde levensgenieter en het valse vers van de razende ziener

/home/wpcom/public_html/wp-content/blogs.dir/cdb/19523579/files/2015/01/img_0633.jpgZaterdagochtend. Als ik kort na mijn ontwaken mijn telefoon bekijk word ik aangenaam getroffen door drie mailtjes. Twee automatisch gegenereerde mails van All About Jazz, het offerblok van mijn schrijverij over de jazz . Mijn in april gepubliceerde interview met Chuck Israels is op plaats 6 terecht gekomen in de vijftien best gelezen interviews en daarmee ook op plaats 11 in de top twaalf van best gelezen artikelen op AAJ, een plaats hoger dan het in een CD-boekje geciteerde artikel over de in 1914 geboren jazz-zonderling Sun Ra. Het andere mailtje is afkomstig van de legendarische jazzbassist Eddie Gomez. Hij schrijft me dat hij zich prima kan vinden in de tekst die ik hem heb opgestuurd n.a.v. mijn interview in 2013.

Ik spring vrolijk uit bed en loop de trap af om voor Misja een kopje Senseo-leut te halen. Misja ligt nog in gedachten verzonken in bed.
Misschien denkt ze nog aan de dag ervoor….. de dag na nieuwjaar….
Vrijdag 2 januari. Mies en ik zijn vanwege ons werk allebei in Amsterdam. We treffen elkaar in het huisje van Blooker, de dwerg tussen de reuzen, waar alle in maatpak geklede bank- en verzekeringsmieren uit Mokums Manhattan op de vrijdagmiddag bijeenkomen om hun loonslavernij voor een weekend van zich af te schudden, uit hun systeem te drinken. Misja heeft geen zin om er te blijven en zo vertrekken we een krant later via de door de krachtige wind lastig te openen deur de zaak. Misja wil de stad in. Ik niet. We rijden vanaf het Waterlooplein met een met toeristen gevulde tram 9 naar halte Spui. We persen ons naar buiten en lopen de Kalverstraat op.

Misja stapt de H&M binnen, ik spoed me de straat uit en loop langs het Begijnhof, over het Spui, de Spuistraat in. Ik zie en hoor Fransen, Engelsen, Amerikanen en Aziaten. Veel Aziaten. Ze fotograferen het Slangenhuis. Ik loop ongegeneerd door hun vakantiekiekjes. Ik steek de Rozengracht over, langs het faculteitsgebouw en sla af naar links. In de steeg grijp ik naar de deurklink van het vertrouwde cafe.

Het is druk. Ik hoor drukke gesprekken in vele talen. Mijn tweepersoonstafeltje is bezet. Aan mijn rechterhand tref ik een lege vierpersoonstafel met vijf stoelen. Ik leg mijn tas op de stoel naast me en hang mijn jas aan de stoel tegenover me. Ik bestel een glas bij de kale. Een aarzelende blonde studente met paardenstaart plaatst mijn bestelling op het viltje op de tafel.
Een onhandig ogende moeder met bril en karakterloos asblond stijl haar over de kraag van haar kleurloze regenjas met dito dochter van een jaar of acht staat besluiteloos met twee vrouwelijke begeleiders langs de baropgesteld. Zo staan ze vijf minuten totdat een gezelschap besluit op te stappen. Ontevreden nemen moeder, dochter en begeleiders plaats aan de tafel naast me. Ik heb inmiddels mijn koptelefoontje uit mijn tas gehaald en luister via mijn mobiel naar een kalmerend strijkje. Bertus Aafjes vertelt me via zijn bundeltje op het tafelblad over de Sint Jan te den Bosch. Een vertelling over de ontstaansgeschiedenis van de duivels, bouwers, bankiers en geestelijken die in steen zijn vereeuwigd.

De zaak stroomt vol. Zeven opgeschoten Engelssprekende jongens lopen naar de bar. Ze onderhandelen over een plek. De kale loopt naar mijn tafel, verplaatst een stoel en kijkt mij schuchter aan zodra ik mijn hoofd ophef. “Mogen de heren” (de kale wijst achteloos in de richting van de zeven aan de bar) “aan deze tafel gaan zitten? Ik heb uw vaste tweepersoonstafel aan het raam inmiddels gereserveerd.” Ik draai me om naar rechts en zie dat de tafel aan het raam vrij is. “Is prima. Graag zelfs!” Ik weet dat deze stoelendans me een gratis glas speciaalbier oplevert. Ik haal mijn jas en tas weg, neem het boek onder mijn arm en mijn glas in de hand. De jongens danken me onderdanig. Ik steek mijn vrije duim op en struin naar mijn tafel. Ik hang mijn jas op aan de stoel en ga in de vensterbank zitten. Ik voel meteen aan mijn onderrug dat het enkele glas van de caferuit onvoldoende grip heeft op de koude wind. Pech. Naast me zit een Engelssprekend jong stel aan een bord Italiaanse salade met basilicum. Hij loopt om de haverklap van tafel. Zij kijkt lusteloos voor zich uit. In mijn ooghoek zie ik dat het gezelschap waar ik mijn tafel voor heb moeten verlaten ontevreden de deur uitloopt. Tja, ze werden immers afgescheept met een tafel voor vijf.
/home/wpcom/public_html/wp-content/blogs.dir/cdb/19523579/files/2015/01/img_0634.jpg

Bertus verhaalt over een heksengeschiedenis in Veere. Ik leeg mijn glas en laat per SMS aan Misja weten dat ik een half uur later op perron 1 zal staan. De kale rekent een glas te weinig af. Ik groet hem hartelijk en loop de druilerige steeg uit, de Nieuwezijds in. Ik loop over het door toeristen gedomineerde trottoir de wal af naar de Martelaarsgracht. De krul bij de taxistandplaats is bezet. Een druk bellende Pakistaan staat te wachten op een traag plassende, deftig geklede vijftiger. Als de trage heer het pissoir heeft verlaten loopt de Pakistaan, nog steeds druk bellend, het plashok in. Na gedane zaken ben ik eindelijk aan de beurt. Ik zie dat er aan mijn linkerhand al weer iemand staat te wachten. Opgelucht loop ik snel de krul uit en been langs de taxi’s en de fietsenstalling de trap op naar het perron. Rode Misja staat er in vol ornaat met haar telefoon in de hand. We stappen de gereedstaande sprinter in. Een make-uploze vrouw met ongewassen, loshangend asgrijs haar, zit op de bank schuin tegenover ons. Ze leest een Franstalig boek. Ze draagt een te ruim zittende zwarte jas, die, getuige de rode lijnen, lijkt te zijn openkrabt door een hels dier. Groene en gele lijnen en vlakken die lijken te zijn gekopieerd van een wandschildering in een Chinees afhaalrestaurant, proberen de wonden te verhullen. Een jas die je wel meer ziet bij mensen die zichzelf hebben afgeschreven. Misja legt haar hand op mijn knie. Ze heeft door dat ik pieker en peins.

En plotseling is het zaterdag. Wederom een kinderloze dag. We blijven in Haarlem. Even een dag zonder toeristen. Bij de kringloop tik ik voor 50 cent een bundeltje Parool-bijdragen (jawel!) over toerisme door Rik Zaal op de kop. Ik loop vlug met het boekje naar mijn tweede huiskamer, Grand-cafe Brinkmann, dat na het vertrek van het Glazen Huis weer is ontzet. Ik neem plaats aan een tafeltje en laat me door mijn vaste gerant een glas Maredsous Triple inschenken. Ik open Zaal en lees over zijn vertrekpunt Amsterdam: “Het is zomer. Op de mooiste Amsterdamse zomertijd, tussen acht en negen uur in de avond, wandel ik door mijn buurt. Langs de Amstel is het stil. Een groepje Italiaanse meisjes discussieert over de avondbestemming, een Engelse vader wijst zijn zoon de gevels aan en twee internationale hippies doen bij de sluis wat jongleeroefeningen. De Amstel heeft het wel eens moeilijker gehad.” (Zaal, Leve het toerisme,1994).

Ja, ook Aafjes begint zijn reisbundeltje “De wereld is een wonder” (Meulenhof, 1967, 9e druk) in Amsterdam. Ik open het op pagina 13:
“Wat een prachtige dag. Dat kleine warme hartje van de Nederlandse zomer zit dit keer wat aan de verkeerde kant van ‘t jaar, het klopt nog volop al is het reeds herfst. Heel het groene Amstelland ligt bestoven met zonnegoud en de rivier slingert er zich blauw en fonkelend doorheen. Overal piepen boerderijtjes door het groen, dat niet helemaal maagdelijk meer is.” (Aafjes, oktober ’49). En vervolgens trekt Aafjes Amstel afwaarts naar Uithoorn.
Het Amsterdam van Rik Zaal kan me gestolen worden. Helaas zal het me nooit meer lukken het Amstelland van Aafjes te ontginnen.
Ik leg het boek van Aafjes terzijde en zie zijn foto op de kaft. Daaronder staan zijn geboorteplaats en -datum. Amsterdam, 1914. Hetzelfde geboortejaar als Sun Ra.

Advertisements
This entry was posted in Uncategorized and tagged , , , , , , , , , , . Bookmark the permalink.

6 Responses to De getergde levensgenieter en het valse vers van de razende ziener

  1. fredvanderwal says:

    Weer goed verhaal. Onderhoudend. Als je in die Kringloop dat boekje tegen komt van de dochter van Ischa Meijer-of was het de zus-kun je het voor mij aanschaffen? Een beloning wacht den eerlijken vinder.

  2. fredvanderwal says:

    O nee ik d acht bij Kringloop, lijkt me wel interessant. Aardig idee, neem ik het mee (rijmt) als ik weer in Haarlem ben.

  3. fredvanderwal says:

    Kun je niet beter altijd kinderloze dagen hebben?

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s