Een karrevracht vol Ellende

/home/wpcom/public_html/wp-content/blogs.dir/cdb/19523579/files/2014/12/img_0631.jpgDe laatste avond van 2014 is aangebroken. Buiten worden karrebietbommen en mortiergranaten afgeschoten. Aan het einde van de straat staat in een voortuin van mensen die we niet kennen een partytent met lampjes, een stookkachel met een dampende aluminiumpijp als afvoer, en in alle staten van beschonkenheid verkerende mensen waar ik als netopgevoede jongen niets mee te maken wil hebben. In de zijstraat staat een vader, nog dommer grijnzend dan voorgaande jaren, met zijn kinderen illegale strijkers af te steken. Misja kijkt het journaal. Ik heb de laptop op de keukentafel geparkeerd en zet bestanden over van computer naar een externe harde schijf en mijn dropbox. De rode kater komt eindelijk onder de bank vandaan. We hebben het hele huis doorzocht, de buren gealarmeerd en stad en land afgezocht, maar het beest had zich, uit angst voor alle idiotie die Nederlanders aan het einde van een jaar tentoonspreiden, in onze nabijheid verscholen. Misja en ik slaken een zucht van verlichting. De grijze, die met zijn vier jaar al drie jaar ouder is dan de rode, ligt rustig naast me op tafel zijn vacht te likken.

In de keuken liggen de ingrediënten voor spaghetti Bolognese, maar ik heb geen zin om deze maaltijd te bereiden. Misja heeft gekozen voor een kant en klare quiche. Zij is straks dus zo klaar.

Mijn vrije dag verliep uiterst traag. Ik ben om acht uur, na het wegbrengen van Misja naar de bus -en het weer met Misja terughollen naar huis omdat ze net de bus had gemist en ze met de fiets de trein nog net zou kunnen halen- weer teruggestapt in bed. De lakens roken nog naar Misja. Rond het middaguur stapte ik er weer uit. Ik liep naar zolder en pakte mijn laptop en de externe schijf waar ik u zojuist over heb verteld. Ik nam het spul mee naar de huiskamer en zette me aan een oersaai doch ogenschijnlijk nuttig karwei. Mijn verre vriend, de inmiddels 92-jarige jazzgitarist Mundell Lowe, speelde op een CD’tje Peter Gunn en ander tijdloos materiaal. Twee uur later zette ik de thermostaat op 16 graden, pakte mijn sleutel uit het sleutelkastje en liep naar buiten om Misja van haar werk te halen. Ik sloot de deur en pakte mijn fiets. Ik reed naar het einde van de straat en rook de lucht van brandhout. Ik reed Parkwijk door, een wijk zonder geschiedenis en zonder toekomst. Groepjes jongeren hielden zich bezig met vuurwerkmatten en siervuurwerk. Ik reed tegen de tijd in, langs de Joodse Begraafplaats, en het voormalige stationgebouw, waar ‘Rijksstraatweg’ op staat geschilderd, naar station Spaarnwoude, het lelijkste en meest reizigersonvriendelijke station van Nederland. Ik sloofde me de trap over de provinciale weg op en daalde gelaten de perrontrap aan gene zijde van de weg af.

De trein arriveerde kort na mijn aankomst op het perron. Op Amsterdam Centraal stapte ik over op de gereedstaande sprinter richting Rotterdam. Ik nam plaats op het balkon aangezien ik twee haltes verder alweer zou moeten uitstappen. Een hoekig bewegende en onaangenaam ogende Noord-Afrikaan liep dezelfde trein in als ik. Ik meende dat hij het tegen mij had toen hij sprak “de trein is niet fijn”, maar toen ik met hem in gesprek dreigde te gaan merkte ik dat hij twee oordopjes in had. Hij liep als een gekooide tijger langs me heen, het balkon over en rapte de meest verschrikkelijke teksten over verkrachting, doodstekerij, discriminatie en drugs. Het werd me nu echt kwaad te moede, maar toen ik de ruimte wilde verlaten verscheen vanuit het niets, uit een deur achter de eerste klasse, de conducteur om het vertrekfluitje te geven. Het onooglijke gelmannetje in zijn blauwe donsjas was ineens weg. De trein zette zich in beweging en zo snel als de conducteur verdween verscheen de door een overdosis energiedrank uit zijn balans geraakte puber. “Hee, waar ben je?” en zonder het antwoord af te wachten “in de trein. Hee, ff chill vanavond in de stad, maar ik moet nog wel een bankje halen. Ik doe geen alcohol weet je.” en plotsling rapte hij weer: “en dan lig je met drie steken in je rug”. Ik deed of ik druk aan het internetten was op mijn mobiel. Een vinger in mijn richting en ik zou hem aangeven bij de conducteur, waarvan ik nu wist waar hij verscholen zat. De jongen liep echter al vrij snel de coupe in. Hij had op CS enkele chickies zien binnenstappen die hij kon lastigvallen. Ik zag hem stoer doen. Hij bootste enkele schietbewegingen na en hij noemde een stuk wapentuig waarvan ik de naam nu al weer vergeten ben. Nadat hij was afgewezen liep hij weer verder de trein in.

Bij station Muiderpoort liep een gezette vrouw, een dertiger, met een groen bakje kipfriet in haar vlezige hand, de uit zijn hol gekropen conducteur (een goedverzorgde, slanke, zwartharige schicht met een ringbaardje) aan. “Ik weet niet of u het al gezien heeft, maar verderop loopt een man allerlei vervelende dingen uit te kramen. Ik zou maar even kijken.” Als door een wesp gebeten liep de conducteur treininwaarts. Mevrouw kipfriet liep voldaan om zich heen kijkende (zij had er immers wel wat van durven zeggen, en die andere passagiers niet) terug naar haar plek. Het object van alle aandacht was inmiddels gaan zitten en keek nu waarschijnlijk, ergens op een tweezitsbank, schijnheilig voor zich uit. Toen ik uitstapte op Amstel zag ik even verderop de conducteur, zichtbaar tevreden over het feit dat het niet was gekomen tot een confrontatie met Redbull, alleen de trein uitstappen om het vertreksignaal te geven./home/wpcom/public_html/wp-content/blogs.dir/cdb/19523579/files/2014/12/img_0632.jpg

In de stationshal trof ik Misja bij de AKO. Ik besloop haar en liet een halve meter achter haar een luide boer. Het meisje sprong achteruit en viel in mijn armen. Ik kuste haar lang. We gingen met de metro naar de Nieuwmarkt om er op de Zeedijk een oudejaarspilsje te nemen bij Dijk 120. Ik was even vergeten dat we geen cash op zak hadden en pinnen hier, evenals roken, niet is toegestaan. Ik liep de zaak uit op zoek naar papiergeld en sigaretten. De sigaretten waren zo gevonden, in de Albert Heijn op de Nieuwmarkt. De inpandige ING-automaat was echter leeg, evenals de Rabo-automaat. Ik liep weer terug naar de servicebalie van de AH. “Nee meneer”, zei de kauwgumkouwende tiener, “op de Nieuwmarkt is alles leeg. Heb te maken met die staking. U moet naar het Waterlooplein.” Met tegenzin liep ik de Antoniebreestraat over. Op de Jodenbreestraat zag ik een automaat in gebruik. Ik pinde er vijftig euro en liep vlug, slalommend om de Chinezen, marktkooplui, fietsers en toeristen, terug richting de Zeedijk. Toen ik de zaak betrad begon de kasteleine al (wijzende naar Misja, die alleen aan de tafel zat) : “We dachten al, die is ff sigaretten halen en die komt nooit meer terug.” “Ach, ik heb mijn onderpand hier toch achtergelaten?” (wijzende naar Misja) “nou, doe ons er nog maar een. Ben ik wel aan toe. Heb genoeg beweging gehad voor vandaag.” “Ga maar lekker zitten, ik breng ze wel.”, en de blondine tapte rap twee vaasjes met bescheiden kraag.

We worstelden ons over de Zeedijk en de kade terug naar het station waar het een drukte was van belang. Een kale toerist van een jaar of 20 balkte als een ezel terwijl zijn maatjes hem bewonderend over het Damrak volgden. We werkten ons door de massa op het stationsplein. Drie kwartier later openden we onze huisdeur met de intentie deze tot in 2015 gesloten te houden.

Nog even en het jaar is voorbij. De maaltijd hebben we inmiddels achter de kiezen. Misja houdt de met vuur spelende overbuurpuberjongens, nauwlettend door het voorraam in de gaten. Ik luister door mijn koptelefoontje naar een compilatie van werk dat is verschenen op Jazzlabel Impulse! en leg de laatste hand aan mijn laatste blog van 2014. Nog drie uur voordat we van onszelf naar bed mogen. Dat moet te doen zijn.

Advertisements
This entry was posted in Uncategorized and tagged , , , , , , , . Bookmark the permalink.

2 Responses to Een karrevracht vol Ellende

  1. richard kamp says:

    Het spul heet carbid.
    Als het in aanraking komt met water ontstaat er acetyleengas, het werd gebruikt voor autogeen lassen, en in lampen, op auto’s en fietsen.
    Carbidbommen bestaan niet, carbidbussen moeten worden ontstoken zodra het gas lucht mengsel een goede verhouding heeft.
    Wacht je te lang, dan is er te weinig zuurstof, en gebeurt er niets.

    • Robin Arends says:

      Naast de in Slowakije geproduceerde karrebietbommen vlogen de Chinese minikernkopjes, de Afghaanse jihadklappers en de Al-aqsa blowdowns ons om de oren. Je wil niet weten wat er tegenwoordig wordt afgeschoten Richard. De oorlog was hier in volle hevigheid losgebarsten. Het is nu weer even stil aan het front

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s