De ontzegger in het groen

/home/wpcom/public_html/wp-content/blogs.dir/cdb/19523579/files/2014/12/img_0630.jpg
Het is rustig in de stad. Natte sneeuw waait aanhoudend en pijnlijk in mijn gezicht. Misja probeert haar rode paraplu in bedwang te houden en vervloekt schreeuwend het weer. Er rollen enkele tranen over haar wangen. Ze heeft de vaart er goed in. Ze sleurt me aan mijn hand mee naar De Zaak Waar Ze Zulke Leuke Spullen Hebben halverwege de Kalverstraat. Als we er arriveren zie ik rode A0-posters achter het raam hangen waarop in grote witte letters het woord Sale staat gedrukt. Daar was het om te doen. De Zaak zou al om 9.00 uur de deuren openen om de gillende hordes naar binnen te laten. Wij bereiken De Zaak net na het middaguur. “Het beste is dan al weg.” heeft Misja me wel eens toevertrouwd. Zonder dat we het hebben afgesproken laat Misja mijn hand los en zwaait ze me gedag terwijl ze gehaast De Zaak betreedt. “We bellen wel.” zegt ze alsof het de gewoonste zaak van de wereld is.

Ik loop in mijn eentje de hoek om, het koopparadijs uit, de Sint Luciensteeg in, de Nieuwezijds VoorburgWal over en sla linksaf de Spuistraat op naar Het Spui. De bekende wandeling. In Atheneum loop ik mijn vaste rondje van de verse aanvoer, de trap af naar de klassieken uit de Oudheid, de trap op naar de biografieën, en weer een trapje af naar de Middeleeuwen en de filosofie-afdeling. Daarna loop ik gehaast zonder aanschaf de deur uit. Het hele gebeuren neemt ongeveer acht minuten in beslag. De duur van een gemiddelde vrijpartij. De laatste keer dat ik er een boekje gekocht heb was een jaar of twee geleden. Een niet al te zware verhandeling over schuldgevoel door de filosoof Coen Simon voor een budgetprijs. Als ik in een gerenommeerde boekhandel koop mag het niet te duur zijn. Ik weet dat ik een groot deel van dat werk vroeg of laat aantref in de Kringloopwinkel in ons dorp. Sinds ik mijn collega vertelde dat ik er “De man zonder eigenschappen.” van Robert Musil in zo-goed-als-nieuw-staat op de kop heb getikt voor het bescheiden bedrag van 2 euro 50 is onze vriendschappelijke relatie aardig bekoeld.

Ik loop langs het Singel naar mijn volgende stop: het Koningsplein. Mijn bezoek aan Phoenix Scheltema neemt traditiegetrouw meer tijd in beslag. Ik stap de lift in naar de vijfde verdieping. Ik loop langs een in gedachten verzonken jonge grijze meneer, type Van Bommel van de SP, die zich onder een schemerlamp achter een balie ontfermt over ingenomen werk. Waarschijnlijk probeert hij de stapel boeken op waarde te schatten. Een trapje lager staat het resultaat van zijn werk in lange rijen boekenkasten
uitgestald. Hij is matig geslaagd. Het aanbod is enorm, maar de prijzen komen niet in alle gevallen overeen met de verkoopwaarde. Ik stuit op een aantal bundels van De Dikke Man. De na-Carmiggeltse chroniqueur van het Amsterdamse straat- en kroegleven. Ik neem “Doe mij maar niks.”, een bundeltje Dikke Mannen uit 1994, ter hand en wordt meteen getroffen door stijl en taal. Op dezelfde plank zie ik een nog dikkere bundel (De Dikke Man voor altijd) en controleer de prijs. Deze is in overeenstemming met wat ik ervoor over heb. Ik loop een trap af en speur nog wat tussen de geschiedenis- en kunstboken. Een pianist speelt niet onverdienstelijk Schumann, maar maakt er uiteindelijk toch een potje van en stopt ergens halverweg de Kinderszene. Ik stuit op een autobiografie van Jessica Meijer, dochter van de Dikke Man. Haar Verhaal. Ik laat het boek liggen. Eerst de Dikke zelf maar. Ik loop nog een trap af met het bundeltje naar de verdieping waar de kassa staat. Een mollige vrouw met asgrijs rommelig krullerig haar neemt het boek aan en biedt me aan het in te pakken in een stuk papier. De plastic tasjes zijn wegbezuinigd. Ik ga graag op haar aanbod in en ik neem de lift terug naar de begane grond. Deze laat lang op zich wachten. Op de eerste verdieping gaat de deur open. Een afro-rastaman vraagt of de lift naar boven gaat. “Nee, naar beneden.” antwoord ik en kijk weg, evenals de man. De deur opent opnieuw op de begane grond. Ik loop naar de, wegens de harde wind, gesloten toegangsdeur en trek hem open. Ik loop naar de halte en neem de tram richting Dam.

De tram neemt me mee. Een verlegen meisje vraagt me in gebroken Engels of het station nabij is. Ik knik afwezig ja. Even later rijden we Centraal Station binnen. Ik loop een stukje terug en urineer in de krul nabij de taxistandplaats. Op perron 2 tref ik meisje Mies. De sneeuw slaat nog even agressief in ons gezicht voordat we de trein instappen. Het is voorbij die wilde reis…

Advertisements
This entry was posted in Uncategorized and tagged , , , , , , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s