Kerst met Linus en Lucy

/home/wpcom/public_html/wp-content/blogs.dir/cdb/19523579/files/2014/12/img_0514.jpgZondagmiddag 14.00 uur. De kortste dag. Ik bevind me in het voorste treinstel van de sprinter van Amsterdam naar Haarlem. Ik proef de smaak van sigaret. Naast me zitten twee jonge stellen. Het populaire meisje in het gezelschap praat voluit over haar stage, haar kerstpakket en het onderdrukte ongenoegen onder haar collega’s over het feit dat de stagiaire een kerstpakket ontving. Haar vriend en het andere stel waar ze tegenover zit luistert matig. Ze stellen vragen die niet gesteld hoeven te worden, tenzij men slecht geluisterd heeft. Aan de hand van het ronde vissersdialect stel ik vast dat een van de stellen uit Volendam komt. Het gezelschap is op weg naar de provinciehoofdstad om het Glazen Huis te zien. Ze gaan met de trein, dan kunnen ze zich allevier lekker volgieten. Ik kijk mistroostig naar buiten. “Halfweg Zwanenberg, Halfweg Zwanenberg!” roept de conducteur om. “Swanuh beer? Bin hier neuit weest.” zegt de kortgeknipte bruno in zijn felblauw gekleurde donsjack met een licht verwijt in zijn stem.

Op het perron had ik Leef en Mies, even voordat de trein naar Lelystad arriveerde, toegezegd dat ik de vier kinderen onder mijn hoede zou nemen als Misja zou besluiten de nacht bij Leef en haar ouders in het hoge noorden zou doorbrengen. Ik had er een uur later al weer spijt van. Het perpectief van een leeg bed lonkte even weinig als een avond in de opvang van het Leger des Heils.

Bij de Ikea van Haarlem stopt de trein nogmaals. “Gaat deze trein naar Zandvoort meneer?” vraagt een bejaarde dame in een lange, vormloze regenjas, met een jampotbril met breed montuur terwijl ik het perron van station Spaarnwoude betreed. “Jazeker” antwoord ik, onzeker achter me kijkend om te controleren of ze het wel tegen mij heeft. “Dank u, ik ken het allemaal niet meer zo goed volgen, begrijpt u?” beëindigt ze het gesprek terwijl haar zalmroze handtas de stang raakt die ze vastgrijpt om zichzelf de trein in te trekken. Ik haal mijn chipkaart langs de ov-paal en loop de lange, zware trap op naar de brug die het perron verbindt met de bushalte die zich bevindt aan de kant van het spoor waar ik woon. Ik herken mijn fiets aan de rode PTT-postfietstassen, die ik heb overgehouden aan de zaterdagbaan in mijn studententijd. Direct naast de oversteek zie ik de metallicgroene fiets van Misja op de standaard staan. De fiets domineert het plein. Mooi zo. Ik neem mijn fiets in de hand en loop naar het stoplicht. Ik zing een vergeten lied en twee passanten, een jongen en een meisje van een jaar of twintig, komen op hun dure, goed onderhouden, fietsen naast mij staan. Ik kijk de twee aan en bespeur in hun blik niets dan ergernis. Ik weet niet of deze blik met mij te maken heeft, maar ik fiets zodra het licht op groen springt bewust de andere kant uit.

Ik rijd nog even langs de supermarkt om enkele afbakbroodjes, eieren, limonade en zakken chips te kopen. Thuis plaats ik de boodschappentas in de keuken en voordat een van de kinderen doorheeft dat ik er weer ben loop ik stilletjes de trap op richting slaapkamer. Ik gooi mijn schoenen naast me neer en plof op bed. Een uur of wat later word ik wakker. Mijn telefoon trilt. Ik neem hem ter hand, schuif de groene hoorn naar het midden van het gebroken scherm en hoor Misja’s stem. “Ik zit in de Spoeke Polle” zegt ze met haar hese stem, en ik weet dat het onbegonnen werk is…. Ik stribbel nog wat tegen en vraag Mies om met spoed naar Haarlem terug te keren. Ik hang op zonder het antwoord af te wachten. Ze belt niet terug. Een kwartier later bel ik haar terug en geef toe. Mies is inmiddels onderweg naar het station. Ze heeft haar ouders en Leef achtergelaten bij de parkeerplaats onder de scheve toren. Zegt ze. “Ga ze maar achterna, ik red me wel” lispel ik in de microfoon. “Fijn skattie! Ik pak de bus!” zegt ze terug en een uur of twee later sta ik achter een fornuis met een pan verse groenten en een pan koud pastawater op het vuur.

22.00 uur. We zijn inmiddels nog enkele uren verder. De kinderen liggen in bed en ik ben klaar met de dag. Ik heb geen zin in telefoon of mail. Ik doof de lichten van de kerstboom en stel de thermostaat in op 16 graden. Ik loop de trap op naar de slaapkamer. De kortste dag eindigt voor mij in een kil en eenzaam tweepersoonsbed. Ik doe de rolgordijnen naar beneden, betreed het bed en trek de donsdekens over me heen en leg mijn ipad op mijn schoot en plaats de koptelefoon op mijn hoofd. Het scherm projecteert een onsympathieke horrorfilm. Ik neem een slok uit mijn limonadeglas gevuld met rode huiswijn. Het smaakt slecht. Ik sluit de ipad en leg mijn koptelefoon op het nachtkastje. Ik knip het slaapkamerlampje uit en trek de dekens iets verder over me heen en ik hoop vurig dat deze langste nacht snel voorbij zal zijn.

Advertisements
This entry was posted in Uncategorized and tagged , , , , . Bookmark the permalink.

One Response to Kerst met Linus en Lucy

  1. fredvanderwal says:

    GOED VERHAAL WEER

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s