Warmwinternacht

/home/wpcom/public_html/wp-content/blogs.dir/cdb/19523579/files/2014/12/img_0627.jpgZaterdagnacht 2.00 uur. Slaapkamer. De wind giert om het huis en laat de tuinpoort iedere minuut minimaal eenmaal dicht- en vervolgens weer openklappen. Sinds de schutting twee jaar geleden een centimeter of twee erfopwaarts is verschoven wil het geval niet meer sluiten. Mijn in beschermhoes met toetsenbord gestoken ipad ligt verticaal op het dekbed waaronder zich mijn schoot bevindt. Uit de zijkant van het apparaat steekt een plug die via een kort kabeltje verbonden is met mijn koptelefoon. Misja slaapt naast me. Ze snurkt een onrustig sprookje. Om 0.00 had ze me nog aangetikt omdat ik middenin een horrorfilm in slaap was gevallen. Ik had mijn koptelefoon afgezet, had mijn ipad op het nachtkastje gelegd en was barrevoets de trap afgelopen en had in de keuken een zakje chips en een glas rode wijn gehaald. Toen ik mijn blaas had geleegd en weer naar boven was gestrompeld lag Misja zelf in dromenland. Ik pakte mijn koptelefoon weer op en nam mezelf voor niet meer in slaap te vallen. Het lukte. Ik zette nog een nieuwe horrorfilm op en zag deze uit.

Het is 2.05 en ik heb nog een half uur te gaan. Ik val in de nacht tussen zaterdag en zondag meestal niet eerder dan 2.30 in slaap. Later ook niet. Ik controleer op internet wat feitjes uit de films die ik zojuist heb gezien. Zoals gebruikelijk klopt er niets van. Ik droom inmiddels weer wat weg en leg mijn ipad definitief terzijde. Ik hoor de poort niet meer. Ik denk aan de afgelopen dag. Zaterdag. Drukste winkeldag van het jaar. Haarlem herbergt dit jaar bovendien het glazen huis. In de straten, stegen en pleinen richting Grote Markt is het niet meer toegestaan om te fietsen. Een fiets aan de hand mag ook niet meer. Misja, de kinderen en ik zetten de fiets neer tegen een lantarenpaal. We lopen in ganzenpas naar de Baaf. Schuin tegenover het huis met de kogel lopen we naar rechts, richting Grote Markt. Het is gezellig druk en aan de overkant lonkt Brinkmann. Het is zaterdagmiddag, ik heb zin om te schrijven en mijn ipad brandt in mijn rugzak. “Ben je gek joh, dat is toch geen doen. Veel te druk. Je kunt beter thuis gaan werken.” zegt Misja. Teleurgesteld loop ik haar en de kinderen achterna naar het glazen huis. We zien (in het huis en op het scherm) een DJ die verveeld in het rond kijkt. Bij het huis zelf is het dringen geblazen. Volwassenen verdringen zich voor het felverlichte schijntheater en duwen de kinderen naar de derde rang. De dwaasgedraaide protagonisten, aan hun lot overgelaten kinderen van een verloren generatie, slaan geen acht op de aandacht van hun bewonderaars op het plein. Het standbeeld van Laurens Janszoon Coster, dat al generaties lang op zijn sokkel over de Grote Markt waakt, draagt een streng lampjes voor zijn buik in de vorm van een elektrische gitaar. Een harige vijftiger met een kleuter op zijn ongekamde lange grijze haar spreekt me met zijn aangeschoten stem aan over het feit dat mijn rugzak geopend is “Als ik werkelijk kwaad wil haal ik hem er zo uit.” zegt hij. Ik haal de zak van mijn rug en weet wat de Neanderthaler met “hem” bedoelt. De ipad.

Levi en ik willen z.s.m. weg van dit wanstaltige gebeuren. We wandelen tussen de dwergen en de reuzen, de geborneerden en de ruimdenkenden, de vooruitstrevenden en de massa die stilstaat, door richting Grote Houtstraat. Zoals vissen op het droge naar adem happen, snakken wij naar ruimte. Mensloze ruimte. We nemen Misja,Boaz en Zilla op sleeptouw. We kijken als wilden om ons heen en zien in de verte het manifeste gebouw, het bolwerk van de V&D. Daar is het einde in zicht. Ongelukkige moeders met overbodig gevulde schoudertassen, goed geklede twintigers met een uitgeblust gezicht en huilende, alsmaar huilende, kinderen, voortgeduwd in beklemmende kinderwagens, belemmeren ons keer op keer onze weg naar de Gedempte Oude Gracht. We beginnen te schoppen en te slaan. De meesten vallen weerloos en moegestreden op het trottoir. Een enkele moeder kijkt ons bloeddorstig aan. Levi geeft het wijf een tik en ze zakt vals vloekend door haar knieen. Als we bij de gracht achterom kijken zien we een winkelstraat, gevuld met lethargie. We lopen rechtsom de gedempte gracht over en nemen via de Schagchelstraat de route naar de kerk. We lopen wederom naar rechts en treffen enkele hordes verderop onze fiets.

Het is 21 december, 7.30. De kinderen zijn wakker en lopen om en rond het huis. In de verte klinkt een kraai. De kinderen spelen buiten. “Dit was het eerste deel van onze voorstelling.” roept Boaz in de camera van buurmeisje Kaja. Ik hoor dat hij de grendel van de deur naar beneden draait nadat hij naar binnen is gelopen. Ik hoor gestommel in de huiskamer en vervolgens is het stil. Ik schurk me tegen Misja aan. Ze knort tevreden en snurkt harmonieus verder. Ik val weer in slaap. Tegen 11.00 uur ontwaak ik wederom. Misja wil graag naar het hoge noorden om lieve Leef naar haar ouders weg te brengen. Ze stoot me wakker. “Kopje koffie?” vraagt ze me hoopvol. Ik strompel de trap af en zie de wakkere kopjes van twee kinderen in het blauwe schijnsel van de tv. Ik mis er drie. Ik loop naar de keuken en wacht totdat de tweede bak senseokoffie is uitgedruppeld. Ik til mijn lijf omhoog en werk me met koffie en al in het tweepersoonsbed in de ruimte die in theorie de “ouderlijke slaapkamer” zou kunnen heten. Ik knuffel en kus totdat Misja er genoeg van heeft. Ze ontwaakt, slurpt de koffie op en poetst haar tanden en stapt onder de douche, en daarna kleedt ze zich snel aan, “Nu snel naar het station” zegt ze en we lopen door het huis op zoek naar verloren voorwerpen. Om 13.00 zwaai ik op Amsterdam Centraal, perron 11, Mies en Leef gedag. Even later loop ik naar buiten. Een kille wind waait over het stationsplein. Ik trek mijn sjaal en jas aan en tuur over de hoofden van de toeristen richting Martelaarsgracht. De zon is onzichtbaar. Een stad verder draaien drie Dj’s voor het goede doel. Ik neem mijn rugzak in mijn hand en gris een pakje L&M- sigaretten uit mijn voorvak. Ik pak een sigaret en steek hem aan. Ik neem een trekje en blaas onaangedaan de rook uit. Een Pools meisje loopt langs en lacht me toe alsof ze me kent. Ik negeer haar en loop na het doven van mij sigaret buitenom de trap op naar perron 1. Het waait behoorlijk. Maar ik adem rustig. Ik ga in de voorste wagon van de gereedstaande trein zitten. Drie haltes verder zal ik thuis zijn.

Advertisements
This entry was posted in Uncategorized and tagged , , , , , , , . Bookmark the permalink.

One Response to Warmwinternacht

  1. fredvanderwal says:

    GOED VERHAAL

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s