De Stille Stad

IMG_0615.JPGVrijdagochtend tien voor half zeven. Het was donker en het regende en stormde dat het een aard had. Ik verkleumde in het bushokje. Een kwartier eerder lag ik nog in mijn warme nestje. Ik was na het alarmsignaal te hebben beëindigd de slaapkamer uitgeslopen, de badkamer in. Ik had me kort gedouched, vluchtig gedroogd, mijn tanden gepoetst en ik was in mijn gereedliggende kleren geschoven. Gejaagd liep ik de trap af, de gang door, de huiskamer en vervolgens de keuken in. Ik aaide de grijze kat, gaf het beest een bakje rundslobber en kattenmelk, nam mijn rugzak, knipte het licht in de gang uit en sloeg zachtjes de huisdeur achter mij dicht. Ik liep de schaars verlichte straat uit, een andere schaars verlichte straat in, ik sloeg het hoekje om richting de Hoofdstraat. Ik stak de lege weg over en nam even later plaats op het natte bankje van de bushalte. Het informatiebord gaf aan dat het nog 8 minuten zou duren voordat de eerstvolgende bus zou arriveren.

De bus kwam inderdaad na 8 minuten. Het was het eerste teken van leven op de weg. Ik stond op en stapte noodgedwongen onder het afdakje vandaan de regen in. Striemen regen belandden op mijn gezicht. Ik hield mijn kaart omhoog. De bus minderde geen vaart. Ik zette nog een stap naar voren en stond plots in het volle licht van de koplampen. Ik wist dat de buschauffeur me nu moest zien. Hij remde en stond plotseling voor me stil. Ik stapte de bus in en haalde mijn kaart langs de chiplezer. “Sorry man, ik verwachtte niet dat er iemand zou staan.” baste de bebrilde, buikige, vijftiger. Ik mompelde “geeft niet” en liep naar mijn vaste plek. Alle stoelen waren leeg. Door het raam zag ik slechts duisternis. Toen de bus zich in beweging zette nam ik mijn mobiel uit mijn binnenzak. Ik zocht een wifiverbindng, maar ik kon er geen vinden. De buswifi was uitgeschakeld. Ik keek naar buiten. Ik zag de druppels op het raam traag naar links glijden. Daarachter heerste stilte. Ik dacht aan Misja en aan ons vrije weekend. Wat waren we beiden toe aan een vrij weekend! Misja had, half overspannen, de schooldirecteur donderdag nog uitgescholden omdat hij een beroep op haar deed voor het kerstdiner “Moet ik tijd maken voor iets onbenulligs als een kerstdiner, terwijl ik mijn eigen kinderen niet eens op een fatsoenlijk moment hun avondeten kan opdienen? Als ik na een werkdag van twaalf uur eindelijk thuis ben, ben ik er voor hun en niet voor een kookproject voor die achterlijke school van jou!” had ze gezegd en hij, de goodlooking omgeschoolde reclameman die het met alle moeders goed kon vinden, had de tirade met wijdopen mond aangehoord.

Op gezette tijden stond de bus stil bij een tijdhalte, maar er stapte niemand in. Toen we langs het spoor stilhielden zag ik een lege sprinter voorbij rijden. Even later drukte ik op de rode stopknop om over te kunnen stappen op de trein richting Amsterdam. “Blijf maar zitten.” klonk er vanachter het geblindeerde raam achter de chauffeur vandaan. “Waar moet u heen? Ik breng u wel even.” De chauffeur reed mijn halte voorbij en mijn hart sloeg over. De routine werd doorbroken en ik moest in een mum van tijd mijn verwachtingen bijstellen. Wellicht zat ik bij een maniak in de auto en zou ik Amsterdam nooit levend bereiken. Ik haalde me het gezicht van de chauffeur voor de geest. Een uitgeblust smoelwerk, loensende ogen met een uilenbril ervoor. Een passieloze Abraham Kuyper. Een lobbes. Ik stelde mezelf gerust met de gedachte dat deze routinelul nooit een moord op zijn geweten kon hebben en zou hebben. “Amsterdam Oost, Tugelaweg” loog ik. “Prima, nog een kwartier en dan zijn we er.” antwoordde de man afwezig. Ik ging naast de chauffeurscabine staan. De weg was vrijwel leeg. Ik durfde hem niet te vragen naar de reden van de stilte op de weg en blijkbaar wenste hij er niet over te beginnen. De westerwind gierde met vlagen in het gehoor en duwde ons de Haarlemmerweg over richting hoofdstad.

Inderdaad arriveerden we binnen 15 minuten op de plek van mijn genoemde bestemming. Ik zwaaide de chauffeur (die mij niet meer zag) een goede terugreis toe en wandelde met mijn capuchon strak over mijn hoofd getrokken en mijn ogen neerwaarts gericht tegen de wind in naar mijn kantoor aan de kade. Alle lichten brandden. Dat stelde me gerust. Ik haalde mijn magneetkaart langs de prikklok. De conciërge groette me. Ik liep de trap op naar de eerste verdieping. Ik nam plaats op mijn werkplek, schakelde de PC en de telefoon aan. Ik was hier de enige aanwezige. De wind blies onverminderd hard stralen regen tegen de ramen aan mijn rechterhand. Het was half acht en nog steeds nacht. Ik ging naar de wc en ontlastte met mijn vermoeide hoofd op mijn handen en mijn ellebogen op de knieën. Ik probeerde me voor te stellen wat deze dag me zou brengen, maar het lukte me niet. Zelfs de ontlasting bleef steken. Onverrichterzake liep ik naar de wastafel en waste mijn handen overvloedig met zeep. Ik droogde ze met vier repen gerecycled papier en ik liep met lood in de schoenen terug naar mijn werkplek. De PC stond uit. Ook de telefoon was niet ingelogd. Ik probeerde het niet opnieuw. Ik zat lusteloos op de stoel. Ik pakte mijn mobiel. Ook hier geen wifi. Ik stak mijn mobiel weer in mijn binnenzak. Niemand aanwezig. Niemand om voor te werken. Ik wreef over mijn gezicht, mijn haar. Het voelde stug, koud en onaangenaam. Ik realiseerde me dat ik mijn spiegelbeeld bij het handen wassen niet had bekeken.

Ik liep terug naar de toiletruimte, naar de spiegel. Ik keek en ik zag dezelfde leegte als op de straat en in de bus. Ik stierf zoals ik nog niet eerder gestorven was.

Advertisements
This entry was posted in Uncategorized and tagged , , , , , , , . Bookmark the permalink.

One Response to De Stille Stad

  1. fredvanderwal says:

    goed verhaal

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s