Roma dag 4: de Engelenburcht en de rust van Trastevere

IMG_0358.JPGRoma ’14, Via Tiburtina, 20:30. Laatste dag Rome. We hebben een half uur geleden na allerlei omwegen ons kamertje toch weer weten te vinden. Dexter Gordon blaast een solo op het thema uit Bonny and Clyde. Misja leest een van de spotgoedkope tijdschriften die ze in een kiosk op het Stazione Tiburtina op de kop heeft weten te tikken. Ze wilde het liefst een metrohalte eerder (Bologna) al de straat weer op om zonnebrillen en handtassen te scoren bij de clandestiene marktkooplui, maar ik wist haar tijdig tegen te houden.

Ik zal het kort houden. Morgen weer vroeg op om ons vliegtuig dat nog voor het middaguur vertrekt te halen.

Vanochtend sliepen we nog heerlijk uit. Misja was met geen mogelijkheid uit bed te krijgen en dus draaide ik me tot half elf keer op keer nog maar even om. De koffie beneden lokte niet en we hadden een eenvoudig programma: Castel Sant Angelo, Palazzo Corsini (Janiculum) en een pizza in Trastevere. Nadat ik mijn rugzak had ingeruimd met de benodigde etenswaar en blikken cola, mijn reisgids, portemonnee en de uitgedraaide bevestigingsmail van mijn reservering voor Palazzo Corsini reden we met de bus naar het station. Daar namen we een kinderkoffie. Met name Misja moest nog erg wennen aan de nieuwe dag. We reden in een piepende en krakende metro naar Termini en stapten daar over op lijn A richting Battistini en stapten, even nadat we de Tiber overgestoken waren uit bij halte Lepanto. Daar pakten we de bus die ons, zo bleek al snel, de verkeerde kant uit vervoerde. Een halte verderop stapten we uit en geïrriteerd liepen we door rood een levensgevaarlijke verkeersader over, op zoek naar een bushalte in tegenovergestelde richting. Het lukte ons binnen vijf minuten een bus in te stappen die ons tot na het Piazza Caour op de Via Cresenzio bracht. Ook hier negeerden we het rode verkeerslicht, evenals enkele ons tegemoettredende bejaarden die ons vrolijk groetten. Een mens wordt makkelijker naarmate hij ouder wordt.

We sjokten langs de gedempte slotgrachten het Piazza Adriana over en arriveerden via de kade langs de Tiber het voormalige mausoleum van Hadrianus en ooit verblijf- en vluchtplaats van vele pauzen (sla de Scharlaken Stad van Hella S Haase er maar eens op na). Voor de vette prijs van 10,50 per persoon mochten we het voormalige Vaticaan in, een ronde stenen burcht met twee verdiepingen hoge verstevigde slotmuren, gevuld met kanonnen en Middeleeuwse katapulten. Op de eerste verdieping bevond zich een tentoonstelling over de passies van de pauzen en de kunst die in hun opdracht is gefabriceerd, een schatkamer, en vooral vele mooie uitzichten. Op de 5e verdieping, waar een tentoonstelling over oorlogsvoering was ingericht hingen en Mies en ik uit een raam om van het uitzicht te genieten totdat een verveelde Amerikaanse toerist ons met zijn flitslicht wegjoeg. We liepen het dak op en fotografeerden de stad. Het waaide flink en we besloten dit, ietwat tegenvallende stenen kasteel te verlaten. Bij iedere trap naar beneden speelde mijn spierpijn weer op en werd ik herinnerd aan het feit dat ik slechte wandelschoenen draag. Tot overmaat van ramp ontdekte Misja, toen we eindelijk op de begane grond waren aanbeland, een trap die naar de tombe van Hadrianus zou leiden. Beneden was niets te zien maar, zo vertelde Misja me, als we ronde trap omhoog zouden volgen zouden we de laatste resten van de keizer aantreffen. We liepen een keer schuin omhoog in het rond en troffen dezelfde plek waar we vandaan kwamen. Moegestreden liepen we, langs druk pratende en wild gesticulerende geüniformeerde Romeinen het pand weer uit.

We gingen over de kade richting Janiculum op zoek naar een bus die ons naar het Galleria Corsini zou vervoeren. Deze arriveerde een minuut later. We wrongen ons vermoeide en bezwete lijf langs nonnen, dwergen en onrustig bewegende studenten naar een oncomfortabele staplek. Enkele haltes later verlieten we de naar zweet en pis stinkende bus en liepen we een ouder Italiaans echtpaar (zo vitaal als Italianen na hun pensionering nog kunnen zijn! Ze lopen met stok en al een geruïneerde trap af met een even groot gemak als een Nederlandse bejaarde zijn scootmobiel bestuurt) voorbij en stonden even later op de Via Della Lunga voor de poort van het Pallazo Corsini. We betraden de binnenplaats. We lazen op een bord dat we op de eerste verdieping de entree van het museum zouden vinden. We doorkruisten de witte, met stijlvolle bustes ingerichte binnenplaats richting lift (mijn benen!). Op de eerste verdieping liepen we een prachtige hal door en wisselden mijn kaartje om bij een vriendelijke studente die me vertelde dat ik mijn rugzak op mijn rug mocht laten. Een garderobe was niet aanwezig. De antichambre, waar zich gelijktijdig de boekenwinkel en het kaartjesverkooppunt bevond, was achteloos volgehangen met ingetogen kunstwerkjes uit de 17e en 18e eeuw. In de tweede, stemmig behangen, ruimte bevond zich achter een gebroken witte deur een toilettarium. In dit gebouw, dat ooit gasten als Bramante. Michelangelo, Erasmus herbergde hangen nu doeken en doekje van Van Dijck, Rubens, Murillo, Caravaggio en Guido Reno. In een ruimte lazen we dat Christina van Zweden er in 1689 gestorven was en ook de verloofde van de zus van Napoleon zou hier zijn vermoord. In een zekere zaal begon een verwarde Italiaanse vrouw van middelbare leeftijd in zichzelf te praten. Misja liet me weten dat deze vrouw hoogstwaarschijnlijk niet goed bij haar hoofd was. Even later draaide het mens zich om met een Italiaans-Engels geformuleerd verzoek, of wij onze mond wilden houden. Madam kon zich niet concentreren. Misja en ik reageerden dat ook de klaagster niet haar mond had gehouden en dat wij, evenals zij, recht hadden om te praten. Geërgerd door al dit onbegrip beende de vrouw snel en geagiteerd een andere ruimte in.

Een kwartier later namen we de trap naar de begane grond en wandelden we via de Porta Settimiana onderdoor, Trastevere in. Het was als thuiskomen. Onze vorige trip in 2012 sloten we in deze wijk af. We wisten feilloos het terras van de prima betaalbare pizzeria terug te vinden waar we toen ook zaten. We dronken rode huiswijn en aten een pizza Margherita aan het rustieke plein waar Rome er nog maar zo weinig van telt. Aangezien het nog maar 16:00 uur was besloten we na het eten nog even de wijk in te gaan om Bernini te zien. We liepen over de drukke Via Trastevere naar het plein van de San Francesco a Ripa. In de kerk hielden enkele in monnikspijen gehulde figuren de drukke kinderen die zij begeleidden in bedwang. Een enkele non barstte in wenen uit bij al deze drukte. We omzeilden de drukte in het middenschip en schoven aan de linkerzijde va het altaar naar het stemmig belichte meesterwerk, Beata Ludovia Albertoni in Extase. Een aantrekkelijk schouwspel. Na een korte knik richting de huilende non gingen we weer snel de kerk uit. We namen de tram richting Piazza Venezia en stapten uit nabij het kattenforum. We haalden een aantal blikken kattenvoer en daarmee gingen we naar de, door kapotgeslagen ruiten omheinde plek waar, naar sommigen beweren, Julius Caesar is vermoord. Zodra Misja de blikken openden stoven de katten op haar af. Ze aten hun buikjes rond en Misja ging daarna nog snel naar de Spar om een nieuwe voorraad blikvoer te halen. Ondertussen had ik een fles bier opengetrokken en ik observeerde de voorbijgangers die zich al even gepassioneerd met de katten bemoeiden als Misja. Drie kwartier later zat ik daar nog. Misja was naar de overzijde vertrokken en was de trappen afgedaald naar forumhoogte. Ze sprak geanimeerd met een grijze Amerikaanse vrouw. Ze vertelde van alles. Haar liefde voor katten, haar liefde voor Rome. Met haar gebroken stem liet ze Misja weten dat ze uit San Francisco kwam en zomeer. Het werd ondertussen donkerder en donkerder en ik kreeg het koud. Ik tikte om de vijf minuten op Misja’s rug. Het had geen effect. Een kwartier later stonden we met de vrouw op straathoogte. Ze wees ons de plek waar Caesar het loodje zou hebben gelegd en nam plotseling afscheid. Eindelijk.

Misja vertelde me later dat ze met de vrouw, een vrijwilliger die de katten verzorgde, in contact was gekomen nadat ze haar terecht had gewezen. Katten uit het forum mogen niet gevoerd worden. Ze lopen namelijk graag achter de gulle gevers aan en dan belanden ze vrij eenvoudig onder de wielen van een passerende auto. Misja was nog vol energie en ik kon haar er met vrij veel moeite van weerhouden de Via del Corso in te gaan. Bij de bushalte liep ze nog snel een tassenwinkel in. Toen de bus arriveerde riep ik, die bij de halte was blijven wachten, haar vlug uit de zaak. “Je bent maar 1 keer in Rome” zei ze en ze liep snel naar een vrije zitplaats. Bij Bologna moest ik haar nog een keer weerhouden om de bus uit te stappen en daar bij een van de straatverkopers een bril of handtas te scoren. Uiteindelijk wist Misja haar koopdrift bij Stazione Tiburtina alsnog (deels) te stillen. Misja ging blij de kiosk in en kwam met twee vuistdikke modetijdschriften van 3 en 1,5 euro terug. Geen geld inderdaad. Blij en uitgeput kwamen we terug bij onze appartement.

22.35. Misja ligt alweer op een oor. Morgen om 7.30 op. Ik moet niet vergeten mijn alarm te zetten.

Advertisements
This entry was posted in Uncategorized and tagged , , , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s