Pathos op zondag

imageZondagnamiddag. Ik lig in bed met mijn schoenen aan. Naast me op het met halfgelezen boeken en thee en bierkringen bedekte nachtkastje staat een glas bier naast en pak toast en kruidenboter. Ik beoefen mijn nieuwe hobby: televisie kijken via de Google Chromecast. Een ontvangertje dat ik in de HDMI-ingang van mijn tv-toestel plaats maakt het mogelijk films en documentaires van youtube op mijn mobiele telefoon naar het plasmascherm van mijn tv over te brengen. Zo kijk ik nu naar het ascetische gezicht van de pijprokende bassist Larry Gales terwijl hij soleert op Epistrophy van Thelonious Monk. De pianist zelf loopt neurotisch heen en weer naast zijn vleugel. Tenorsaxofonist Charlie Rouse is buiten beeld en drummer Ben Riley roffelt rustig door. Vanochtend keek ik naar Bomans en Camiggelt. Straks over naar een opname van Wes Montgomery uit 1965 in de studio in Hilversum met Ruud en Pim. Zoveel boeken in de kast die ik nog wil lezen, muziek om te luisteren en te spelen en ik lig in bed tv te kijken.

Gisteren liep ik te gastheren in de Hoofdwacht. Mijn gepensioneerde medegastheer en ik turfden tezamen 33 bezoekers, inclusief Misja. Geen record. We hadden ruim de tijd om de inboedel te inventariseren. Op de eerste verdieping van dit oudste gebouw van Haarlem, was een tentoonstelling over schilder/ schrijver Jacobus ingericht. Met name schetsen, voorstudies en enkele door de tijd aangetaste doeken, vrijwel onzichtbaar vanwege de donkere sluier die in de honderdtwintig jaar sinds het ontstaan over de doeken heen is getrokken. Bomans (ooit buurman van Van Looy) heeft beweerd dat deze sluier het gevolg is van de in verf verwerkte bituum. Hetzelfde is te zien bij het werk van Breitner. Bomans voorspelde dat de doeken vijftig jaar na het ontstaan geheel zwart gekleurd zouden zijn. Dat blijkt anno 2014 een verkeerde prognose te zijn geweest. Zoals gebruikelijk ontvangen we voornamelijk ouderen. Een heer loopt een moment nadat we het pand hebben geopend naar binnen en snelt steevast de trap op naar de eerste verdieping “om Van Looy te observeren.” Zijn bezoek blijkt een verkenning te zijn. De heer, een serieus kijkende grijze heer met sikje en bril, een grote kop op een gedrongen, in donkergrijs pak gestoken gestalte, bekijkt of de expositie geschikt is voor zijn 70-jarige vriendin met een slechte gezondheid. Na tien minuten benadert hij me. “DIt is prima zo. Voldoende materiaal om haar enigszins te onderhouden.” Hij kijkt bedachtzaam naar buiten. “Het interesseert u toch ook, wat hier hangt?” Ik knik. “Jazeker, ik zou u er van alles over kunnen vertellen.” “Bewaart u dat verhaal maar voor de volgende keer.” Hij groet me en loopt snel de trap af.

Op de televisie zie ik wijlen pianist Oscar Peterson met wijlen meestergitarist Joe Pass. Een registratie uit 1987. Het zweet gutst van Oscars voorhoofd. Joe speelt koelbloedig de meest geniale riffs en knikt tevreden naar Oscar als hij uitgeimpoviseerd is.

Na de serieuze kleine heer bleef het en tijdje rusig. Na een half uur verscheen er een stel. Een journalist met zijn vrouw. Hij bleek voor Dagblad de Telegraaf te werken. “Het valt me 100 % mee. Wat een rijke tentoonsteling.” zei hij. Ik verhaalde wederom over het bituum-verschijnsel. De journalist leek er geen interesse in te hebben. Hij stelde me snel een vraag, terwijl zijn vrouw, een kortgeknipte, blonde, vrij kleurloos geklede, maar pienter ogende vrouw zich achter de panelen schuil hield. “Mag ik van u een digitale foto van het schilderij daar, van de intocht van Wilhelmina? Ik zou het graag willen gebruiken om aandacht te vragen voor deze prachtige tentoonstelling. Ik publiceer het kort voor Prinsjesdag. Kijk maar op het schilderij, de ruiters hebben dezelfde slingers aan hun helm als de heren die nu nog jaarlijks voor de gouden koets uitrijden.” Ik schreef zijn naam en telefoonnummer op een kladblaadje en beloofde hem zijn gegevens door te geven aan de erfgenamen van Van Looy.

Bill Evans met Joe Labarbara en Marc Johnson. Augustus 1980. Kort voor zijn dood. De met de injectienaald veelvuldig bewerkte handen opgezwollen op het klavier. Donkere wallen en een vermoeide blik onder de gekleurde bril, het haar strak met brillantine naar achteren getrokken, een weelderige baard aan een moegestreden kin, een door levenslust verlaten lichaam in een beige pak. Vorige week zou hij 85 zijn geworden. Ik heb zijn zoon nog via Facebook gefeliciteerd.

Tja, wat gebeurt er nog meer op zo’n dag? Een goed geklede dame van een jaar of tachtig met kastanjebruin geverfde haren en enorm lange voortanden voegde me toe dat het werk van Van Looy erg veel weg heeft van dat van “Deekaa”. Het duurde even voordat ik doorhad dat ze over de Franse schilder Degas sprak. “En het theaterwerk heeft wel wat weg van Toulouse Lautrec”. “Ik ga het vanavond bestuderen.” zei ik om het mens gerust te stellen. De volgende bezoekers dienden zich al aan. Een stel op leeftijd, waarvan de vrouw “Ton” werd genoemd daar haar (vermoedelijke) man, een kortgeknipte grijze heer, a la oud-minister Tinbergen, met intelligente koolzwarte ogen. Hij moest rust houden op zijn stoel. “Ik was vorige week nog bij een hoogbejaarde schilder op bezoek. Een vriend van mijn vader, hij stelde zijn volkstuin open voor de kring rondom Van Looy, Verweij en Boot. Als kind kwam ik er graag. Er zat er altijd wel een te werken.” Ik vroeg me af hoe deze mevrouw iemand onlangs in levenden lijve kon hebben ontmoet die nog bevriend is geweest met Van Looy, die in 1930 is overleden. “ik heb nog zeven etsen van Van Looy. Ik heb ze voor behoorlijk wat geld laten inlijsten. Hij heeft ze gemaakt tijdens zijn reis door Italie. Vroeger vond ik het mooi, maar ik wil er nu vanaf. Als je ouder wordt wil je niet al te veel spullen meer in huis hebben. Als je dood gaat heb je er niets meer aan. Je kinderen zetten de boel op een veilingsite of ze gooien het gewoon weg omdat ze de waarde ervan niet inzien. Kent u een potentiële koper?” De stichting heeft geen geld, wist ik. “Ik zal voor u navragen.” “Ze zouden hier niet misstaan.” zei ze voordat ze de zaal verliet, haar geërgerde man achter zich aan slepend.

Zondagavond 20:45. De kinderen worden, elk onder hun eigen protest, naar bed gebracht. Misja vraagt me de muziek zachter te zetten. De kinderen doen een groot beroep op haar. Misja is aan het werk. En morgenochtend weer. Ik kijk naast me. Het nachtkastje is nog steeds smerig. De schemer is ingetreden. Nog even en de Damiaatjes klinken weer. Experimenteel gitarist Bill Frisell speelt John Lennon. Het geluid van een opstijgend vliegtuig klinkt door het geopende raam. Tijd om eens uit bed te gaan.

Advertisements
This entry was posted in Uncategorized and tagged , , , , , , , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s