Louvain, het lijden en het menselijk gebrek

imageDe Blauwput, Martelarenlaan 11A, Leuven, zaterdag 12 juli 2014, 17:30. Er staat een groot gezelschap, bestaande uit druk pratende, in felblauw wielertenue gehulde  mannen van gemiddeld een jaar of vijftig in de ontvangsthal van de herberg. Een studente achter de balie, vermoedelijk heet ze Nadia, informeert, met een lichte stresstrilling in haar stem, naar de paspoorten. Een van de wielrenners (die nog niet de moeite heeft genomen zijn pet af te zetten), loopt al frunnikend in zijn rugzak richting balie. Z. en ik lopen de hal door, langs de ontbijtzaal, richting de slaapruimte. We nemen de lift naar de eerste verdieping en gaan nar onze kamer aan het einde van de gang. Z. rent naar de wc. Ik installeer mijn ipad op de tafel en zet via Spotify een muziekje op. De Starbucks waar we vanochtend de dag met een sloot koffie en een zijn begonnen had een uitstekende internetverbinding. Geen Glen Campbell of Thomas Chapin, maar Gnut, de melancholische Italiaanse bard. Op het keukentafeltje ligt nu ook een stapeltje bij de Leuvense boekencargo “De filoloog” gekochte boeken. Het was vandaag de dag van de boeken, maar daarover straks meer. Er wordt geklopt. Het is een van de kaalgeschoren wielrenners staat met een vochtig en rood (rond) ontbloot bovenlichaam voor de deur. Hij spot Z. “Sorry, verkeerde kamer”, en loopt snel de gang weer in. Ik sluit de deur. Tijd om de stad weer in te gaan. We hebben een dagkaart voor de bus gekocht. Dat scheelt ons een hoop heen en weer geloop tussen het station en de Grote Markt.

image
We hadden vanochtend geen wekker gezet en werden pas rond 9.45 wakker. De ontbijtzaal sloot om 10.00 uur. Na een vluchtig onbijt (een kop koffie, een snee brood met chocopasta en een appel) begaven we ons naar het station. Na onze koffie bij de, in de royale (voormalige) stationswachtkamer gevestigde Starbucks pakten we de bus richting Markt. Centraal Leuven bestaat uit een Grote Markt met daaraan een bescheiden kerk met een imposante naam (de St Pieter), een tierelantijnig stadhuis dat behouden is gebleven omdat de Duitsers hier in 1914 kwartier hielden, een groot aantal in de jaren twintig herbouwde panden, (waaronder het Moorinneke, het zal niet lang duren of ook de gevelsteen van deze prachtige negerin zal verdwenen zijn omdat zij mogelijk verwijst naar een duister verleden). We betraden het stadhuis. Z. was bang voor het barokke exterieur van het pand, wellicht werd ze bevangen door de geesten uit het foute verleden, maar ik trok haar de trappen op, waar 100 jaar geleden de keizershelmen van Wilhelm II trots poseerden. We betraden het pand. Er was een bruiloft gaande. Z. en ik liepen langs zenuwachtige getuigen, ceremoniemeesters en gasten en bekeken de plakkaten ter nagedachtenis aan de Leuvense gestorvenen uit verschillende oorlogen. We liepen tussen fotograaf en bruidspaar terug naar de uitgang en liepen het plein over naar de St Pieterskerk. Na het ontsteken van een waxinelichtje liepen we het onbetaalde gedeelte van de kerk door. We zagen een bidhoek voor zielenherder Damiaan, een indrukwekkende eikenhouten preekstoel, werk in restauratie, doeken die nodig aan restauratie toe zijn, een biechtende serveerster uit een Italiaans restaurant (ze had haar vuile schort nog aan)…en al wat de St Pieter in Leuven nog meer te bieden heeft. We bezochten het betaalde gedeelte (kinderen gratis) en namen volop foto’s met flits, hoewel dat niet was toegestaan. Opvallend was het grote aantal verbeelde martelingen en onthoofdingen. Z. en ik hielden een tijdlang stil bij de fiere Margriet, een lokale heilige die haar heiligheid te danken heeft aan haar verkrachting, moord en het gefingeerde feit dat haar geschonden lichaam tegen de stroom in dreef.

imageNa de kerk bezochten we een terras aan de befaamde Oude Markt, volgens de gids de grootste toog ter wereld. Bij het cafe dat reclame maakt voor de zuipkaart (10 Stella voor de prijs van 7,5) namen we plaats aan een tafeltje. Ik bestelde een enkele Stella en Z. nam een warme chocomelk. Ik zag aan haar ogen dat ze moe was. Ik vroeg haar of ze nog zin had in een museum. “Ja, en dan terug naar de herberg”. Na het legen van ons glas liepen we via de Muntstraat en Savoyestraat naar het Leuvens Museum aan de Leopold Vanderkelensstraat. Ik zag vooral combinatietickets die aardig aan de prijs waren. Uiteraard kinderen weer gratis, maar ik meende te zien dat mijn kind er weinig zin in had. Ze bekeek trouw de kindertekeningen (thema oorlog en onderdrukking) in de ontvangsthal en ik besloot het museum weer te verlaten. We liepen het Mgr Ladeuzeplein op en stonden voor een enorm gebouw. De Universiteitsbibliotheek van Leuven. Platgegooid in 1914, tussen 1921 en 1928 opgebouwd met steun van de Amerikanen. Architect was Whitney Warren, tevens bouwmeester van het centraal station in NYC. Daar kwamen we overigens pas achter nadat we entreegeld hadden betaald. In de hal was een gedenkplaat aangebracht voor de grote weldoener (coördinator van de geldinzamelacties in de States, Herbert Hoover). In het gebouw werden ons door middel van doeken en pamfletten de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog geopenbaard. Het gedrukte intellectueel erfgoed van de Universiteit van Leuven is in twee oorlogen volledig verwoest, 300.000 exemplaren in 1914 en 900.000 boekwerken in 1940. Inmiddels is de bibliotheek weer goed gevuld (een miljoen boekdelen, wat drukken we toch veel met ons allen). In sneltreinvaart liep Z. de wenteltrappen op naar de klokkentoren. Ze wist dat de klok het hele uur zou gaan luiden en dat was volgens de studentes in de ontvangsthal een luidruchtige belevenis. Z. was wel in voor een verzetje en liep alsof de duivel haar op de hielen zat de toren in. Ik liep haar puffend en steunend achterna. Helaas waren we net te laat. Eenmaal bovenaan zagen we het bewolkte, heropgebouwde, Leuven en de heuvelachtige omgeving. We maakten foto’s van het uitzicht en van elkaar en liepen uiteindelijk de toren in. Er was verder geen mens te bekennen. In de klokkentoren zagen we op verschillende verdiepingen (de toren is te bereiken via 4 wenteltrappen) in tekst en beeld de verschillende fasen van wederopbouw van de bibliotheek. Uiteindelijk bereikten we de begane grond. Aldaar was een tentoonstelling gewijd aan … hoe kan het ook anders…de destructieve inval van de Duitsers, vrijwel 100 jaar geleden. Anonieme doeken met beelden net na de inval werden verbonden met personen van vlees en bloed en (in een begeleidende film door) het vioolconcert van Alban Berg. Z. keek vol afschuw naar de film terwijl ik enkele foto’s maakte van de intense schilder. Ik nam bij wijze van grap een foto van Z. die de verlaten brandblusser naast de deur ter hand nam om de geschiedenis te herschrijven…

We verlieten het plein en bezochten een terras aan het Herbert Hooverplein om het eens over een andere boeg te gooien. Na een frisse versnapering liepen we terug in de richting waar we vandaan waren gekomen, de Grote Markt, uiteraard niet nadat we een boekwinkel hadden bezocht. We pakten de bus richting herberg en de rest tot 17:30 weet u.

Inmiddels is het 22:30. Cedar Walton klinkt. We maken ons op om te gaan slapen. We hebben de wekker gezet. Om 8.45 zullen we morgen naast ons bed staan om de spullen in onze tassen te proppen, een ontbijt te halen, onze tas achter slot en grendel te zetten en een laatste stukje, zondags Leuven, mee te pikken, voordat we de trein terugnemen naar ons vertrouwde Haarlem…

Advertisements
This entry was posted in Uncategorized and tagged , , , , , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s