Roes

20131022_144412[1]Het is half acht en Misja is al naar de slaapkamer. Ze is moe. In de slaapkamer staat een tv. Als Misja in bed tv kijkt valt ze binnen vijf minuten in slaap. Haar exen hebben er haar regelmatig op aan gesproken. Ik doe dat dus maar niet. Ik ben immers geen ex.

Vandaag zijn we de stad in geweest. Met buslijn 80 zijn we naar de Rozengracht gereden en vervolgens met tram 14 naar de Munt. Misja had een leuke afgeprijsde tas op het oog bij de V en D. Deze was helaas al uitverkocht. We wandelden door de Marks & Spencer en even later zaten we aan een tafeltje bij Bakkerij Bart met een kaasbroodje in de hand. De duiven vlogen ons om de oren. Een driekoppig Limburgs gezelschap keek ons ongegeneerd aan. Drie vrouwen met een kop als een uitgeperste pruim.

Na ons broodje gingen we elk een andere kant op. Ik liep regelrecht naar de boekhandel aan het Koningsplein. Misja liep een kledingwinkel in. Ik nam de lift naar de vijfde verdieping. Aldaar stonden gelezen boeken. Wetenschappelijke, literaire, realistische en bij elkaar gefantaseerde boeken stonden er door elkaar. Ik verliet het pand een uur later met een door Hafid Bouazza en Yves van Kempen (wie kent hem niet?) samengestelde bloemlezing over drank en drugs. Deze bundel legde ik een half uur later op tafel in café Van Zuylen aan de Torensteeg, met uitzicht op het Singel en het beeld van Multatuli. Negentien meter van het terras waar ex-Y, de moeder van mijn bijna zestienjarige dochter Miss Fab, twintig jaar geleden het behalen van haar doctoranda- titel vierde. Ja, de tijd houdt geen schaft.

Rond vier uur in de middag belde ik in een prettige stemming met Misja. Ze gaf aan dat ze me om 16:15 op het Centraal Station verwachtte. Ik leegde mijn glas, sloot mijn boek en stopte deze in mijn rugzak. Met mijn rugzak aan één hengsel om mijn rechterschouder liep ik, aangegaapt door een stoet toeristen, langs coffeeshop, smartshop, slijterij en een stel verveelde hoeren naar het CS.

Ik dacht aanhoudend aan Bouazza. Het boek is verschenen in het jaar 2010. Het jaar dat ik, op een warme lentedag, na een bezoek aan mijn loopbaanadviseur (Leidseplein) besloot me te bezatten. Bij Scheltema haalde ik Tom Hollands standaardwerk Rubicon. Ik nam de fiets naar mijn favoriete studentencafé, CREA, en na een glas zwaar bier zette ik mijn fiets neer in de bewaakte fietsenstalling. Ik liep richting Koningsplein en ik kocht bij de Albert Heijn een sixpack Amstel Gold. Met deze voorraad in mijn hand liep ik naar het Spui en daar begon ik met mijn boek en mijn bier. De café’s zaten vol en achter mij was van alles gaande. Ik opende een fles Amstel Gold en van de grond nam ik een pamflet. ‘Literair festival ‘De Roes”. Een literaire ode aan de dronkenschap. Afsluiting door de dichters des vaderlands, Gerrit Komrij en Ramsey Nasr. Interessant. Ik nam Rubicon ter hand en las een aantal bladzijden. Na mijn eerste fles ging ik naar het mobiele urinoir even verderop, naast de Aula van de UvA. Een minuut later zat ik weer op mijn plek en opende mijn tweede fles. Het lezen verliep steeds langzamer. Het werd drukker op het plein en onstuimiger om mij heen. Ik opende een derde en een vierde fles sterk bier. Ik had Rubicon opengeslagen op pagina 20, maar ik las geen letter meer. Ik nam een teug van mijn vijfde sigaret. Op een gegeven moment merkte ik dat er iets achter mij gaande was. Komrij en Nasr lazen, zes meter van mij af, in een tent, gedichten voor uit eigen werk. Thema: de Roes. Ondertussen had ik hem behoorlijk hangen. Na een zoveelste bezoek aan het toilet nam ik wederom plaats op mijn plek. De dichters waren uitgesproken. Ik besloot hen aan te spreken. Al zwalkend trad ik hen tegemoet, terwijl zij richting een gereedstaande limousine liepen. En…het spijt mij, ik weet niet meer wat ik tegen hen zei. Ik weet niet meer wat ze tegen mij zeiden. Ik herinner me de rug van Komrij. En ik herinner me mijn frustraties. Alleen Nasr kan het misschien nog navertellen. De rest is vervlogen.

Voorjaar 2010. Misja kende ik nog niet. Ik reed op mijn fiets naar Haarlem. Bij Halfweg ging ik twee keer tegen de vlakte. Een lichtjaar later bereikte ik het huis dat ik deelde met mijn ex. Op de stoep kwakte ik met fiets en al tegen de grond. Ik bleef, moegestreden, op de tegels liggen. De buurvrouw opende haar deur en informeerde naar mijn gesteldheid. Op hetzelfde moment opende mijn ex de deur. De buurvrouw sloot haar deur en mijn ex trok zich terug. Ik betrad mijn huis en ging op de bank liggen. Nadat ik had gekotst kon ik slapen. Roes.

Ja, het is inmiddels na tienen. Het is tijd om naar bed te gaan.

Advertisements
This entry was posted in Uncategorized and tagged , , , , , , , , , . Bookmark the permalink.

One Response to Roes

  1. fredvanderwal says:

    Sterke Story.
    “Drie vrouwen met een kop als een uitgeperste pruim”.
    Toch beter dat ze een tafeltje verder zaten dan jouw kop in die pruim.
    Die dichters braken in tranen uit toen jij zei dat het allemaal kloten van de bok was en dat de rest ook niet over hield.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s