Firenze revisited (finale)

20131024_140352[1]Vannacht zijn we om 3:00 uur teruggekomen. Een taxi bracht ons naar een leeg plein naast het station Spaarnwoude.  Vervolgens was het nog twintig minuten lopen voordat we onze vertrouwde voordeur konden openen.

De dag was zo voortvarend begonnen. Om 11:00 uur lieten we onze kamer achter, de sleutels in de deur. In de ontvangstruimte zeiden we ‘ciao’ tegen de stille Aziaat die zijn ogen de voorgaande dagen niet van zijn tablet had afgewend. Een bebloed laken (Misja was weer ongesteld) op het tweepersoons matras, een volle prullenbak met lege flessen bier, dito blikken cola en zakken chips herinnerden aan onze aanwezigheid. De zenuwachtige jeugdherbergier was in geen velden of wegen te bekennen en we sloten zonder afscheid te nemen de voordeur van de verdieping. Even later liepen we schuin de straat over naar het dichtstbijzijnde koffiehuis. Een mollige Italiaanse dertiger bestierde de koffiebar. Routinematig draaide hij zijn rondjes. In een handomdraai zette hij ons perfecte bakjes cappuccino, espresso en latte macchiato voor. Af en toe kwam zijn bejaarde moeder uit de keuken om een bakje thee met melk te halen. Tenslotte trok de gekromde grijsaard zich terug met een door haar zoon ontkurkte fles witte wijn. Een nog krommer en ouder vrouwtje, in het zwart, kwam verhaal halen (geen idee wat ze zei). De koffiejongen poeierde haar af. 

Tegen twaalven liepen we met onze zware bagage over de Via Proconsolo en de Piazza Duomo richting de Cappelle Medecee, de laatste rustplaats van de (in maatschappelijk en cultureel opzicht)  grondleggers van deze stad. Misja en ik parkeerden, voor de duur van ons bezoek, onze zware koffers naast de metaaldetectoren van de kapelbewakers. Een veiliger plek konden we in heel Florence niet vinden. Ontdaan van onze zware last verbleven we een lange tijd op een Dantestoel in de enorme koepel, in de directe  nabijheid van de graftombes van de invloedrijke heren. Enige tijd geleden is er een zware stenen schijf uit een van de grafgewelven naar beneden gedonderd. Vanaf dat moment staat een deel van de kapel in de steigers.  Rechts naast het altaar draaide op een flatscreen een video over de renovatiewerkzaamheden. In de bijvertrekken vond men religieuze curiosa, de bijdrage van paus Leo X de Medici. In een naastgelegen kapel vonden we de graftombes van Lorenzo il Magnifico en zijn broeder Giuliano en imposante sculpturen van Michelangelo. Achter het altaar waren potloodtekeningen van voornoemde meester achter dikke glazen platen te bewonderen. Misja en ik namen plaats op de altaarbank en genoten in stilte. De zware bagage lag slechts een vertrek van ons verwijderd.

We lieten de dood achter ons en we betraden de bruisende stad. In de van zwervers, bedelaars en andere louche types vergeven markthallen kochten we een broodje mozzarella met tomaat en met dit broodje in de hand vluchtten we voor een zigeunervrouw met opgeheven hand naar de dichtstbijzijnde uitgang. Op het trottoir, naast twee dure terrassen, aten we ons broodje op, af en toe verwijtend aangekeken door de klantenlokkende serveersters.20131024_161012[1]

Na het broodje liepen we tegen 13:00 uur verder in een onbestemde richting. Het bleek de richting van het station te zijn, het plein van de Republiek. Hier wilden we eigenlijk nog niet zijn. Ons vliegtuig zou pas om 21:20 vanaf vliegveld Bologna vertrekken. Met onze zware spullen liepen we weer richting Arno. Iedere vijfhonderd meter  zetten we onze spullen neer en genoten we van de prachtige stad. Op het plein voor de S. Maria Novella bekeken we het straattheater van de bedelares die, tegen een kleine vergoeding de immer dolende toerist wegwijs maakte. Bij het Palazzo Strozzi troffen we een gezelschap signori, dat zich laafde aan wijn en broodjes tonijn. Naast de Ponte Santa Trinita bleef ik een tijdlang bij de kademuren wachten, omdat Misja, even verderop in een etalage, enkele laarzen had gezien die ze perse op de foto wilde nemen. De basilica Santo Spirito was niet toegankelijk. We besloten op het plein ervoor te vertoeven. De terrassen op het plein hielden hun poort voor ons gesloten. Het ene etablisement had te weinig personeel, het andere bood alleen plaats aan mensen die wilden eten, het laatste had geen plek meer. Uiteindelijk haalde ik wat vloeibare versnaperingen en rookwaar bij de Tabaccheria om deze samen met Misja op een bank te kunnen consumeren. Aan onze rechterkant zagen we, op de trappen van de kerk, een stel zwervers/ junks met hun honden (die elkaar beurtelings probeerden te dekken), aan onze linkerzijde zagen  we, naast de grote fontein, een groep grijze Amerikaanse toeristen. Tussendoor reed er een rumoerige borstelwagen van de gemeente op volle toeren langs en over het plein. Het leek erop of hij ons probeerde weg te pesten. Over de vensterbanken van de geopende ramen aan gene zijde van het plein hingen hoogbejaarde vrouwen met tandeloze monden (soms wel een kwartier lang!). Toen ook dit stadsbeeld ons verveelde vertrokken we, rond vieren,  moegenoten, richting station.20131024_145424[1]

De reis naar Bologna verliep voorspoedig. Na een drukke (spits-) trein richting Viareggio stapten we in Prato over op een rustige stoptrein die ons, via dal en tunnel, door het prachtige Toscane vervoerde.

Een vliegtuigbus bracht ons (ondanks het oponthoud door de 56 rode verkeerslichten) binnen een half uur op naar 

het kleine vliegveld. De check-in verliep voorspoedig, evenals de douanecontrole. Het vliegtuig vertrok een half uur voor geplande vertrektijd. Alle passagiers waren aan boord. Half elf landden we in Eindhoven. Ook deze vliegtuigbus reed netjes op tijd, nam zelfs halverwege nog een tiental dronken scholieren mee,  en stopte tien minuten voor het vertrek van onze trein naar Amsterdam op het Eindhovense stationsplein. We hadden zelfs de tijd om een kroket uit de muur te trekken. De trein vertrok, reed een kilometer of tien en toen…stopte de locomotief. Een kwartier later wist de conducteur ons te vertellen dat er sprake was van een technisch mankement. Een half uur later vertelde hij ons (persoonlijk, want de geluidsinstallatie was defect) dat er hulptroepen onderweg waren om het mankement te verhelpen en nog een kwartier later zei de conducteur ons dat we met de taxi naar Haarlem zouden worden vervoerd. Onze aansluiting op de laatste trein konden we, naar zijn inschatting, onmogelijk halen. Nog een kwartier later vertrok de trein hortend en stotend naar Den Bosch, alwaar een grote groep opgewonden studenten instapten, en nog een kwartier later vertrokken we naar Utrecht. De conducteur, die er alleen voor bleek te staan, voerde onderhandelingen met boze medepassagiers, nam contact op met taxicentrales her en der, de leiding, en koppelde vervolgens alles weer terug aan ons. Het leek wel politiek Den Haag.  Nadat we om  2:30 waren gearriveerd, bereikten we via het perron en de trap, de door de marechaussee bewaakte, verlaten, stationshal van Amsterdam CS.

De held van de rit nam afscheid van enkele boze passagiers en leidde Misja en mij, samen met enkele andere Haarlemmers mee naar een de twee taxi’s die voor de gelegenheid naast het Ibishotel stond geparkeerd. We namen emotioneel afscheid van de man die onze taxi had geregeld en reden even later door het desolate Westpoort richting Halfweg en Haarlem. Om 4:00 uur knipten we ons nachtlampje uit.

Ciao Firenze.

Advertisements
This entry was posted in jazz, music and tagged , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s