Frans en het Haarlemse avontuur

Foto-0486Vanaf Hemelvaart viert Haarlem het honderdjarig bestaan van het Frans Halsmuseum.  Het feest duurt, meen ik, tot morgen. De hele stad was afgelopen weekend in rep en roer.  Het gebeurde grotendeels op De Grote Markt en de belendende straten en steegjes richting Frans Hals Museum. Groot Heiligland. De museumdirecteur reed dikwijls in Frans Hals-t- shirt met dito bakfiets in de regen van museum naar de Grote Markt. Vraag me niet waarom.

Zaterdag was er een mud hooibalen op het plein achtergelaten. De bundels gedroogd gras dienden, samen met een rijtje authentiek gedekte tafels (tinnen bekers, gebarsten glazen, onhandelbaar bestek, u kent het wel) als decor voor het twee maal per uur gepresenteerde toneelspel. Malle Babbe, Frans Hals, Judith Leyster, de dorpsomroeper, ze kwamen allemaal voorbij. Enkele stadsgenoten, die ik herkende van het jaarlijks, even voor de kerst, georganiseerde Charles Dickensfestival, liep tussen in 17e eeuwse kledij rond, als monnik, ridder, hoer, de VOC-magnaat. De Gouden Eeuw in vol ornaat dus. De ongedragen kledij lag in de Tademakamer in de Hoofdwacht, waar ik zaterdag als  gastheer optrad. Elk kwartier kwam een horde verloren Halsenaren naar binnen gevlucht om te klagen over wind, kou en regen. Een enkeling, gehuld in wollen pij, bleef buiten staan. De Hoofdwacht, oudste gebouw van Haarlem, tevens zetel van de historische vereniging Haerlem, bood afgelopen weekend de argeloze Frans Hals festivalbezoeker tevens een expositie over de drukkers van het Nederlandse geld, een van de oudste Nederlandse familiebedrijven, de firma Joh. Enschede. Stempels. Met uitzicht op het standbeeld van de, (net niet-) uitvinder van de boekdrukkunst, liepen vele Haarlemmers langs het tentoongestelde, gefotografeerde en gefilmde verleden van hun (ex-) werkgever.

Een 92-jarige liep langs en beklaagde zich over de geringe omvang van de tentoonstelling. Hij vertelde me dat zijn vader al rond de eeuwwisseling  werkzaam bij de firma was. Een 80-jarige collega van hem sprak me even later over de Nederlandse overheid die, onder auspiciën van oud-staatssecretaris v.d. Linden (paspoortaffaire?)   de hele lucratieve handel om zeep had geholpen. Ik zal u de details besparen.  Inmiddels telt de uitgeverij van de Statenbijbel minder dan 300 medewerkers. Geld wordt er niet meer gedrukt.Foto-0482

Een uur voor sluitingstijd wisselde ik af met mijn collega-gastheer in de ontvangstruimte. Enkele heren op leeftijd wandelden naar binnen. Een van hen ontvouwde me zijn plannen met Haarlem. Hij had inmiddels een tiental stichtingen opgericht ter verbetering van de stad. Zijn nieuwste project betrof de, tot enkele jaren geleden, in de Haarlemse Hout geplaatste, en tot vervelens toe gemolesteerde, Camera Obscura-beelden. Hij zag de meest recent herstelde exemplaren, graag terug op het lange plein naast het Klokhuis (einde Riviervisschmarkt, Lange Veerstraat), schuin achter de Oude Baaf. Lekker veilig in de binnenstad. Even later vroeg hij me een donker kledingstuk op te tillen achter een binnenraam in de Tademakamer, zodat hij zijn naam (op de lijst van financieel weldoeners van de vereniging, die op dit raam in witte drukletters is afgedrukt), zonder tegenlicht kon fotograferen. Toen hij het pand verliet vertelde hij me dat hij nog veel meer plannen had met Haarlem, maar dat hij te oud was om te realiseren.

Zondag was het al even koud en winderig als zaterdag. Misja en haar twee oudste kinderen waren inmiddels terug uit het Hoge Noorden. Ik nam ze mee naar het onhehaaglijke plein in het centrum van Haarlem. De kinderen wilden alleen mee omdat ik ze een ijsje had beloofd. Onder het bordes van het stadhuis was een piano opgesteld. Op het bordes hielden enkele zangers en zangeressen zich vast aan de traprailing voor de hoofdingang en zongen er verwaaide chansons, aria’s en liederen van o.a., Puccini, Bizet en (uit) Zorba de Griek. De kinderen vonden er niks aan en toen begon het ook nog te regenen. Voor de Hoofdwacht begon een fanfare te toeteren. Maar de lol was er voor mijn metgezellen vanaf. In sneltreinvaart fietsten we naar de Italiaanse ijscowinkel. Op de smalle bank naast de kassa aten we, in onze klamme kleren tegen elkaar aan gedrukt, onze bolletjes ijs alsof het een straf was.

Morgen wordt het festival afgesloten. Dan zijn we er goddank de aankomende 100 jaar weer vanaf.

Advertisements
This entry was posted in Uncategorized and tagged , , , , , , , , , , , , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s