we zijn er klaar voor

Foto-0449 (1)Zondag. Een-dag-van-niks-bijzonders. In het begin van de middag heb ik enkele kinderen meegenomen naar het voetbalveld. Ze voetbalden en toonden zich meesters in het geblesseerd op het veld liggen. Ik las, aan de rand van het veld, een Rainbowpocket. Een kwartier later verscheen Misja met haar blonde held Boaz. De zon scheen op onze bolletjes toen we om 14:00 uur langs het op het hoofdveld feestvierende thuiselftal (met bier en ontbloot bovenlichaam) liepen en het koningslied floten. Een aangeschoten voetballer riep ons na: ‘Weg met het koningslied!’. Ik groette de bleekgespoelde pleeborstel en keek hem spottend in zijn hoekige smoelwerk met zijn twee te dicht naast elkaar geplaatste oceaanblauwe ogen. Een veelbelovende voetballer.

Even later liepen we een afgehuurde speeltuin in. Dat de speeltuin was afgehuurd bleek toen Mies, de kinderen en ik het hek openden. Een gebruinde veertiger met een grijs befbaardje liep ons tegemoet om te vertellen dat hij de zaak had afgehuurd vanwege de verjaardag van zijn “aapje”. Ik feliciteerde hem met de verjaardag van zijn, in evolutionair opzicht, ondergeschikte nakomeling. We vertrokken naar een andere speeltuin, 1,3 km verderop. We liepen langs huis en zodoende was ik in staat mijn Rainbowpocket (Klassieke geschiedenis in de kunst) om te wisselen voor een (in figuurlijke zin) lichter werk van Bomans (Verzamelde Werken Deel III). Ik nam het boek ter hand en fietste langs onze buren. “Ga je met de Statenbijbel naar de speeltuin?” vroeg de buurman. Ook hem groette ik en ik keek hem respectvol in het sympathieke gelaat. Bomans en Haarlem gaan goed samen.

In de speeltuin aan het plein aan het einde van de lange straat namen we het ervan. Mies en ik zegen, met de oudste telg, neer op een zonovergoten bankje. Blondie bestierde met een buurtgenootje het, door gedrogeerde ontwerpers geïmproviseerde speeltoestel, elk als Superman, met een vuilniszak om hun tedere halsjes geknoopte vuilniszak over hun rug. Het buurjongetje vermaakte zich, met twee leeftijdsgenootjes op het betonnen voetbalveld tegen een tweetal grote, slungelige, bebrilde jongens met door de puberteit gebroken stemmen. Ze schoten met ongekende kracht ongerichte ballen richting goal. Het is een wonder dat er geen bloed is gevloeid. Toen de oudste het zat was namen we de fiets ter hand en namen we ook de rest mee naar huis. Om 16:00 stond papa voor de deur. Hij nam zijn kinderen in zijn auto mee en Mies en ik hadden het nakijken. De buurjongen keek de auto met zijn speelkameraden beteuterd na en liep stilletjes wenend het huis van zijn ongescheiden ouders in.

Het is 20:45. Mies kijkt naar the Simpons. Ik denk aan het koningslied. Geweldige melodie. Maar mijn favoriete koningslied blijft toch…

Advertisements
This entry was posted in Uncategorized and tagged , , , , , , , . Bookmark the permalink.

One Response to we zijn er klaar voor

  1. fredvanderwal says:

    En hoe goed was het niet om bij het voetbalveld bij het jeugdvoetbal Misja te horen krijsen: Levi! Gooi de beuk er effe in!
    en
    “Schop ‘m verrot op zijn Achillespezen!”
    of
    “Ik wil bloed zien! Bloed! BLoeoeoeoeoed!
    want jong geleerd oud gedaan
    en ieder voor zich en G*d voor ons allen
    en wie dat niet bevalt
    gaat gewoon maar aan het gas

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s