Open monument

ImageVrijdagavond, zonsondergang in Haarlem-oost. Laptop op de tuintafel. De zilte zeelucht in de neus. Ik merkte het vanmiddag al op de fiets terug naar huis. Er staat een ferme westerbries.

Twee van Misja’s kinderen zitten binnen voor de televisie. Nicht Sam kijkt mee.

Ik verdiep me in de tuin in het korte leven van King Curtis. De Nederlandse tak van Wikipedia moet niets van hem hebben. De Engelstalige tak weet wel het e.e.a. over hem te vertellen.Vooral zijn dood is interessant.  “Around midnight on August 13, 1971[7] Curtis was lugging an air-conditioning unit towards his brownstone apartment on West 86th Street in New York City when he noticed two junkies were using drugs on the steps to his home. When he asked them to leave, an argument started.[8] The argument quickly became heated and turned into a fist fight with one of the men, 26-year old Juan Montañez. Suddenly, Montañez pulled out a knife and stabbed Curtis in the chest. Curtis managed to wrestle the knife away and stab his assailant four times before collapsing. Montañez staggered away from the scene and Curtis was taken to Roosevelt Hospital, where he died from his wounds less than an hour later.[9]” 

Ik bedoel maar.

Een gewelddadige dood. Een lullige aanleiding. Het had anders af kunnen lopen met deze getalenteerde saxofonist. Ik heb het er regelmatig over met al die eigengereide Amsterdammers om me heen. “Houd je  brutale bek nu toch eens en loop weg. Gelijk heb je toch al, wat wil je verder nog bereiken?” 

“Wie ben jij dan, pik?” hoor ik ze zeggen en gelijk hebben ze. Ik heb me al te vaak laten gaan.
En ik heb het soms ook opgezocht. Zo fotografeerde ik een tijdje geleden een bestelbus die me op het fietspad tussen Amsterdam Geuzenveld en Halfweg voorbijreed. Bij het stoplicht fotografeerde ik de  bus nogmaals. Bij het passeren lachte de bestuurder me minzaam tegemoet. “Je doet maar”, sprak hij me woordeloos toe.

Maar dat gedoe is passé. De laatste maanden ervaar ik rust. Conflictmijdend als ik van oorsprong ben stel ik me beminnelijk op. Ik ben de man van het vriendelijke gebaar. Ik geef eenieder voorrang en geniet van de waardering die dit bij mijn medeweggebruikers oproept. Ik groet de vrachtwagenchauffeur die me op een haar na niet overrijdt. De automobilist die het rode stoplicht negeert om mij vervolgens rechtsom in de flank te rijden  onthaal ik op een “niets-aan-de-hand”- gebaar. In het verleden stak ik mijn middelvinger nog wel eens op, maar ik ben er mee opgehouden. De hufters blijven de hufters en ik blijf de kwetsbare partij. Ik schik me en dat lijkt me voorlopig wel genoeg.

De avond is inmiddels over de helft. Leef kijkt in zijn eentje naar een talentenjacht en ik luister op mijn koptelefoon naar Buddy Miles.

Wat moet een mens toch zonder muziek?

Mirosjabin draait: Buddy Guy:

Advertisements
This entry was posted in Uncategorized and tagged , , , , , , , , , , . Bookmark the permalink.

4 Responses to Open monument

  1. Jezzebel says:

    Ben erg goed geworden in het verleiden van mensen, anders te denken.
    Heb een prettige stem en weet precies hoe ik je rustig kan vertellen, er eens anders naar te kijken.
    Ik doe het vaak.
    Dood gaan we allemaal.
    .

  2. mirosjabin says:

    @ Jezz, mij overtuig je niet.
    Ik heb namelijk ook een prettige stem.
    En ik krijg zelden gelijk.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s