Ergens in de haven van Brugge

foto(of: hoe sjaal zich samen met twee van zijn kinderen een werkweek vakantie probeert te vermaken in het gure west-vlaanderen)

Brugge, Haven 2 (16 februari 2009), uur of acht (20:00).

Chet Baker op Mp3. Kinderen slapen elk zacht de roes van een dag stoeien, stoken, beleven. Op de 3e van de jeugdherberg zit ik met mijn voeten over de verwarmingsbuis. Op de vensterbank  een dubbelgevouwen stapel papier. Ik schrijf in het licht van de straatlantaarn naast mijn raam, het licht dat tevens het hemelwater aan mij openbaart.

Een stoplicht. Chet blaast Snowbound. Het is februari, maar het regent gestaag door. Brugge telt veel automobilisten en minder fietsers, zo mogelijk minder voetgangers. Mijn blik zeer sterk bier laat zich eenvoudig leegdrinken. Bij elke zware vrachtwagen die langsdendert trilt het gebouw een stukje mee.

Ik hang met mijn benen over de bedrand: ik kijk uit over de stad, althans dat gedeelte waarvan men het belangrijk genoeg vindt er een lamp op te laten schijnen. Hier direct tegenover, net achter de weg naar Maldegem een flink stromend water, een gebouw met glazen trappenhuis waardoor  reflecterende hulpverleners zich richting een centraal gelegen meldkamer begeven. Ik hoor de stemmen van de meisjes die een uur eerder gearriveerd zijn. Ze zijn jong en mogelijk op zoek naar avontuur. Ze slaan met de deuren en praten luid. Ik hoop dat ze onze nachtrust niet verstoren. De kinderen worden ongetwijfeld te vroeg wakker. Maar ik zal ze voor zijn. Nog vijf slokken en ik leg me te rusten.

Brugge 20.30. Ik hang met mijn benen over het voeteneind van het bed. Ik hoor de onrustige ademhaling van J. Ik voel de verwarmingsbuis onder mijn voeten bewegen. De nacht duurt vast
nog lang.
20.35 Een ambulance rijdt met gillende sirenes voorbij. De meldkamer is plots fel verlicht. Een eentonige dreun door tot in mijn kamer.

Dank voor dit lege vel.

Ik heb vandaag naar huis gebeld maar er sprak slechts een voicemail. Ik heb ingesproken. De kinderen vertikken het om een volwassen gesprek met me aan te gaan. Een gil hiernaast. In de verte rent een zwarte figuur over het fietspad de kruising over. Het regent nog harder dan zojuist.

Na een dag van diffuus melklicht is de nacht al in de vroege avond in huilen uitgebarsten. Ik begrijp ze hiernaast wel. Het is geen weer om naar buiten te gaan. Jongens nemen bijkans een sixpack bier hun kamer in. Meiden hebben elkaar en- nog belangrijker- zichzelf.

Kamer 32. Een erker onder de kap naast kamer 31 en de brandtrap enerzijds en een ruimte genaamd privaat anderzijds. Tegenover de gang twee toiletten met douche en de trapgalerij met op elke verdieping houtsnijwerk van (schijnbaar) Afrikaanse makelij.

20.45 Een licht linksonder in het gebouw hier tegenover wordt snel aan en uitgeknipt. Een vergeten mobiel of pieper wordt meegenomen de avonddienst in. Een ambulance zonder sirene wacht braaf voor het stoplicht. Een overledene? Nee, een bestelbus van een loodgietersbedrijf.

Blik is leeg. Tijd om de tanden te poetsen, het gordijn dicht te trekken, stil te liggen tot de stemmen hiernaast zijn verstomd. Of tanden poetsen maar? Gang op, mensen op de gang? Of niet? Ach, was ik maar zo’n reflecterende hulpverlener.

Advertisements
This entry was posted in oud-vkblog-2009-02. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s