De Wens en de Vader

fototerwijl dinsdagavond de heren van het nederlands elftal hun aanval tegen de italianen hadden ingezet woonde ik een interview bij tussen marjan brouwers (havinck, casino) en leon de winter (zoeken naar eileen w., super tex, god’s gym). de eerste interviewde volgens mij de tweede. onderwerp van het interview was het laatste boek van de winter: het recht op terugkeer. in 2024 is er van israël weinig over. een strook aan zee rondom tel aviv en een stukje landinwaarts rondom beersjewa en dimona. een fragment:

"Wat na de verwoestende aardbeving overeind was gebleven- sommige van de gebouwen die de vroegere heersers door westerse architecten hadden laten ontwerpen, met versterkte funderingen en speciale constructies om schokken op te vangen: hotels, kantoren, voorbeelden van moderne esthetiek met veel glas en open ruimtes- was gesloopt en vervolgens bedolven onder dikke lagen zand, met lange konvooien trucks uit de omgeving aangevoerd. Op de zandheuvels die de ruïnes bedekten groeide niets, kale geheugensteunen voor de verbrijzelde glazen zalen waar vijftien jaar geleden westerse delegaties pogingen hadden gedaan een olierijkdom te verwerven en waaruit high-concept suites de heersers voldaan over de daken van de stad hadden gekeken. De standbeelden die de bevingen hadden overleefd- de meest solide, die van de heersers- waren omvergetrokken, maar ze lagen er nog, kop in het zand, met gebroken benen, vaak met een geheven hand die ooit zelfverzekerd naar het volk had gewuifd maar nu in de aarde groef."
(Het recht op terugkeer, Leon de Winter, 2008).

De Winter schetst een persoonlijk drama tegen de achtergrond van het Israëlisch-Palestijnse conflict. Een klaaglied op de teloorgang van de Joodse beschaving. In het interview met Marja-die zich een scherpzinnig interviewer betoonde (quasi-nonchalant legde ze hem in haar eerste vraag al het vuur na aan de schenen, De Winter was merkbaar verrast)- wierp Leon de Winter zich op als pleitbezorger van de jeugdcultuur (in zijn jeugd was dat de Rock ‘n Roll).
Wat de jonge mensen in de Palestijnse gebieden -en daaromheen- missen is afleiding. Je bent jong en je verveelt je. Moeder zit thuis en verzorgt je jongere broertjes. In onze (westerse) samenleving krijgen we tussen ons vijftiende en drieëntwintigste de ruimte om ons volledig bezig te houden met onze adolescentie. In concertzaal, club en bed reduceren (westerse) opgewonden lustelingen hun agressie in geritualiseerde vorm.  Ook streng islamitisch opgevoede jongeren worden op een bepaalde leeftijd geregeerd door hun hormonen. Hun onrust echter kan in voorkomende gevallen slechts worden gekanaliseerd via straattereur. Enkele van die jongens figureren in het kidnapdagboek van Arjan van Erkel (sj.).

Na de pauze (waarin Jessica op haar hoge naaldhakken
door een fotograaf op en naast de brede trap naar de eerste verdieping werd vastgelegd) verklaarde De Winter het kernconflict in het Midden-Oosten nog aan de hand van een Duitse demografische theorie (een jongensquotum zou de neiging tot het voeren van oorlog verminderen). Brouwers was intussen haar scherpte kwijt, waarschijnlijk als gevolg van het glas rosé dat ze nog voor een kwart gevuld mee de zaal in nam. De Winter kon dus rustig zijn gang gaan.
Enfin, het moge duidelijk zijn dat De Winter zijn boek een behoorlijke politieke lading heeft meegegeven. Dat was ook merkbaar in de discussie tussen Zionisten, Christenen en Atheïsten die volgde in de tweede helft van de avond.

Ook ik kwam uiteindelijk aan mijn trekken. Aan het eind van de avond raakte ik met mijn buurvrouw in gesprek over God.

De Winter en zijn vrouw gingen er met de vouwfiets vandoor (na een tijdje te hebben gestuntelend met de fietslampjes). Het was inmiddels aan het schemeren, de uitbundige menigte op de Grote Markt werd bewaakt door bereden politie- geen van de daar aanwezigen zal de schrijver en zijn blonde gade hebben opgemerkt.  

Door mijn hoofd spookte Blokken van Bordewijk.
Over God en nog veel meer. We eindigen met een fragment uit het anti-totalitaire gebed van Bordewijk:

‘De eerste zei:
– Het ergste is dat men de mensheid, die in theorie de hoogste uiting van organisch leven heet, praktisch alleen maar erkent als kudde. Om haar mak te houden vond men de fictie van de mensheid als organisch geheel. (…)
De tweede zei:
– De mensheid is een geboren ontdekker. zij deed een ontdekking, de vreselijkste aller tijden: zij vond de eindigheid van het heelal. Zij schafte God af. De astronomische maat werd tot niets. En de mensheid die een idool moest hebben nam zichzelf. dit idool geprojecteerd in het abstracte werd de Staat. Maar als in het helaal geen ruimte is voor God, omdat de mensheid het heeft doorzocht, zoek ik god buiten het heelal. Dit heelal is ruimtelijk en tijdelijk, dat staat nu wel vast. Dit heelal kan niet anders zijn omdat wij zijn structuur hebben ontdekt. Maar wij kunnen het grote geloven. Mijn geloof is gegroeid. Mijn geloof is dat het heelal buiten zintuiglijke waarneming verbonden is aan andereheelallen tot een nieuwe eenheid in de vierde dimensie, en deze weer aan andere en zo tot in het oneindige en onbegrensde. En dat is misschien God.

Zij spraken tot het dag was. Zij waren zich bewust niet buitengewoon te hebben gesproken, maar louter menselijk. Zij hadden herademd." (Blokken, F.Bordewijk, 1931).
(uit een verslag van een geheime bijeenkomst van een dissidente groepering: Groep-A. Vijf van hen worden later op last van de Staatstraad op gruwelijke wijze geëxecuteerd).

Advertisements
This entry was posted in oud-vkblog-2008-06. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s