Vleeseters

fotosinds gisteren weet ik ook dat een vlaamse gaai op zijn tijd een koolmeesje verorbert. met twee tassen verzwaard liep ik vanaf het huis van mijn schoonouders naar het station van schagen toen ik zag dat zo’n onverwachtse carnivoor het leven van zijn geelzwarte prooi ontnam. het meesje fladderde nog vergeefs met haar vleugels tegen de straatstenen terwijl de gaai ruw in zijn buik pikte om houvast te vinden voor zijn roofvlucht. een meisje van een jaar of acht keek met hetzelfde onbegrip als ik naar de stoeipartij op het wegdek. een heertje op de fiets riep "wat doe jij nou?" en de vogel vloog weg. het verlamde soortgenootje in de snavel.
Wrede natuur.

Een uur of wat later in Amsterdam bezocht ik een uitvoering van het Nederlands Philharmonisch in het Concertgebouw. De laatste van dit seizoen. Voor mij in ieder geval.
Na de symfonische fantasie "De Middagheks" van Dvorak en het klarinetconcert van Mozart stond de zesde (de Pathéthique) van Tsjaikovski op het program. Na het verrassend sprankelende klarinetspectakel maakte ik me op voor een onderdompeling in de toonweelde van een van de slecht begrepen componisten uit de negentiende eeuw (onder hen ook Mendelssohn en Meyerbeer). Helaas viel het geheel toch nog behoorlijk tegen. In het voorfilmpje (een concert wordt tegenwoordig voorafgegaan door een audiovisueel supplement op een televisiescherm in de foyer) vertelde de geduldige dirigent ons al dat het derde deel meestal wordt gevolgd door een daverend applaus, een pathetisch deel te vroeg dus. Het zal u niet verbazen dat ons dit genoegen gisteren ook ten deel viel (de dirigent bleef stoïcijns met zijn rug naar het publiek staan totdat het geklap aarzelend was vervlogen). Maar dat niet alleen;
ontijdig ingezette strijkpartijen, een fagot die juist naast de door de Grote Componist bedoelde noot blies. Brulkoper en een tornado van gehoest.
De misantroop in mij werd gewekt door een luide polyfone beltoon van een concertbezoeker op het noorderpodium (vanuit de zaal gezien rechtsachter het orkest) juist tijdens het meest aangrijpende, laatste deel. Het requiem voor een befaamde toondichter ging in eigentijdse repulsie ten onder.

Vanaf mijn balkonplek zag ik dat de naam van onze Russiche Grootheid is ingeklemd, misplaatst eigenlijk, tussen de naamborden van twee (onzer) haast vergeten landgenoten: Johannes Wagenaar en Bernard Zweers.

Aangrijpend.

Advertisements
This entry was posted in oud-vkblog-2008-06. Bookmark the permalink.

2 Responses to Vleeseters

  1. Wilma says:

    Zo zag ik laatst een poesje met een, voor zijn/haar postuurtje, enorme goudvis in z’n bekkie! Leuk lezen was dit!

  2. sjaal says:

    @ Dat moet een hele worsteling zijn geweest! Ik hoop dat het beestje er niet in gestikt is.
    Dankje!

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s