Ondergang

fotowie zijn we? wat weten we? wat hebben wij mensen ooit geweten, ervaren, gecreeerd? en wat is verloren gegaan? er is veel verloren. wat betekent ontwikkeling, vooruitgang in een periode van afbraak ? vandaag een korte bloemlezing: de afbraak in de duitse muziekgeschiedenis in de 19e en begin 20e eeuw. de muzikale moord van felix mendelssohn-(bartoldy) en de twijfels van richard strauss.

In 1923 legde de Duitse cultuurfilosoof Oswald Spengler de laatste hand aan de tweede band van zijn werk De ondergang van het Avondland (der Untergang des Abendlandes).

Spengler stelde dat overal rondom ons de kenmerkende verschijnselen van de ondergang te zien waren, zoals we die ook zagen in het oude Rome in de laatste keizertijd. De tot dan toe dominante west-Europese cultuur – in de ogen van Spengler, evenals alle andere culturen, een organische eenheid – zou langzaam uitblussen. Een cultuur in deze laatste fase is herkenbaar aan het verslappen van de geestelijke kracht. De cultuurdragers verkeren in een staat van vertwijfeling. Een tijd van moreel verval en vervlakking.
(Zie voor een uitgebreide tekstanalyse: Tekos (2005/6)

Je kunt je afvragen wat cultuur nu eigenlijk is, en: wat is er organisch aan cultuur? Cultuur wordt wel eens omschreven als een geestelijke en maatschappelijke ontwikkeling en beschaving. Maar van wie? Wat is de reikwijdte van een cultuur? Ergens zal een grens getrokken worden. Het kunstmatig aangebrachte onderscheid tussen culturen is even bedenkelijk als dat tussen naties en volkeren. 
Het organisme cultuur wil er bij mij niet in. 

Spenglers landgenoot Richard Strauss stelde ruim twintig jaar na het verschijnen van bovengenoemd werk dat “de geschiedenis een vrijwel onafgebroken keten (is) van stomme en verderfelijke daden, van iedere soort slechtheid, hebzucht, verraad, moord en vernietiging. En hoe weinig hebben degenen waarop een beroep wordt gedaan om geschiedenis te schrijven daarvan geleerd.”

Richard Strauss leefde in de nazi-jaren in zelfverkozen afzondering in zijn villa te Garmisch Partenkirchen. “Zijn tachtigste verjaardag in 1944 ging ongemerkt voorbij. Het regiem bekritiseerde hij echter niet. Deze politieke stilte was een deel van een overeenkomst die garandeerde dat zijn Joodse schoondochter en haar kinderen geen kwaad ondervonden.”

"In oktober 1943 werd tijdens een bombardement op München het National Theater verwoest, een van de eerste gebeurtenissen uit de oorlog die Strauss persoonlijk diep trof. Hij noteerde een muzikale schets voor een treurwerk. Eén facet van die schets, een ritmisch dalende lijn in de mineur toonaard, werd een belangrijk motief van de Metamorphosen. Maar het leek er even op dat Strauss verder nooit meer een noot zou schrijven nadat Goebbels 1 september 1944 had besloten dat alle Duitse theaters moesten worden gesloten. De componist verklaarde toen dat zijn leven voorbij was. Echter de laatste geallieerde bombardementen en vooral dat op Dresden, zorgden voor een nieuwe katalysator."

“Hij noteerde de woorden “In Memoriam” in de partituur van zijn werk Metamorphosen (een studie voor 23 solo-strijkers) als een soort laatste eerbetoon waarmee hij eraan wil herinneren dat Beethovens Duitsland wordt geëerd. Wagners Duitsland ook, getuige een triolen figuurtje dat aan Tristan und Isolde herinnert en dat ook een belangrijke rol speelt.” (bron: bron: audio-muziek )

Maar waar bestond die Duitse cultuur uit? En wat ging er verloren? Richard Strauss verwijst naar Ludwig von Beethoven en Richard Wagner. Dat Wagner een belangrijke rol in de Duitse muziekgeschiedenis heeft gespeeld is onweerlegbaar. Maar waarom noemt Strauss niet de grote Felix Mendelssohn? Deze maakte inmiddels al geen deel meer uit van de Duitse cultuur. Althans van dat wat in de periode van Strauss doorging voor Duitse cultuur.

“De componist Richard Wagner, het latere idool van Hitler publiceerde in 1850 “een uitvoerig rancuneus artikel tegen zijn toen zo veel succesvoller Parijse collega Meyerbeer, aan wie hij zowel artistieke als financiële verplichtingen had. Hij kon eigenlijk alleen diens jodendom aangrijpen, hetgeen hij dan ook met overgave deed. Wellicht om een en ander minder persoonlijk te doen lijken dan het was, werden onder meer ook de componist Menselssohn-Bartholdy (kleinzoon) en Heinrich Heine in beeld gebracht. Die hadden dan wel enig talent gehad, maar geen echte kunst kunnen scheppen: zij laboreerden aan ‘innere Lebens unfähigkeit’. Er was maar één oplossing voor joodse kunstenaars: ‘der Untergang!’. Dit artikel uit 1850 werd in 1869, en later herhaaldelijk, heruitgegeven als pamflet. In een nawoord schreef Wagner in 1869: ‘Ob der Verfall unsrer Cultur durch eine gewaltsame Auswerfung des zersetzenden fremden Elementes aufgehalten werden könne, vermag ich nicht zu beurtheilen, weil hierzu Kräfte gehören müssten, deren Vorhandensein mir unbekannt ist.'(…) Inderdaad, Wagner zou het zelf helaas niet meer meemaken, maar in 1933 kwam zijn Siegfried aan de macht, die alle hoop van zijn geestelijke voorvaderen in vervulling zou doen gaan. “
bron: NJB-archief

Uiteindelijk maakte het nazi-regime het werk van Wagner af. De Joodse muziek werd in de ban gedaan, de componisten gedeporteerd naar vernietigingskampen.

“Het concentratiekamp dat wellicht het meest met klassieke muziek wordt geassocieerd, is het
Tsjechische Terezin (Theresienstadt). Op 24 november 1941 arriveerden de eerste joodse
gevangenen in dit kamp. Tijdens het tweede transport werden muziekinstrumenten binnen
gesmokkeld en al heel snel werden er in het geheim concerten georganiseerd. Toen deze
activiteiten door de kampdirectie werden ontdekt, beseften de Nazi’s dat ze daar handig
gebruik van konden maken om de buitenwereld een voor hen flatterend beeld van Terezin op te hangen. De ‘Freizeit-Gestaltung’ (de administratie voor de vrijetijdsactiviteiten) werd door
het Nazi-SS-commando ingesteld. Componisten die in Terezin verbleven en er werkten, waren Gideon Klein (1919-1945 in het
concentratiekamp Fürstengrubbe), Viktor Ullmann (1898-1944 in Auschwitz), Hans Kràsa
(1899-1944 in Auschwitz), Karel Berman (1919, die de oorlog overleefde) en Pavel Haas
(1899-1944 in Auschwitz), deze laatste overigens een leerling van Karel Janacek.
Een propagandafilm, Der Führer schenkt den Juden eine Stadt, en een georkestreerd bezoek
van het Rode Kruis aan het kamp, moesten Theresienstadt voorstellen als een soort cultureel
kuuroord, waar joodse kunstenaars hun oeuvre konden ontwikkelen. Maar vele gevangenen
overleefden de oorlog niet: Theresienstadt was immers een doorgangsstation op weg naar
Auschwitz.” bron: Paul van Aken, Schoonheid in de duisternis, klassieke muziek en de kampen
En het komt nooit meer terug.

De sterfelijkheid van een cultureel erfgoed. De bittere realiteit van het cultuurpessimisme.

Advertisements
This entry was posted in oud-vkblog-2006-03. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s