De evolutie van een cartoon: de antropoloog

fotomaar wat was daarginds, dat niet ijlde, maar kroop?
Het zwenkte, het zwikte, zijn route was onberekenbaar,
het scharrelde terug en vooruit, dwars, schots en
scheef. (…) En het naderde. – Een rottenkoning. (…)
Het was een hele klomp ratten, rioolratten met
vastgekleefde, ineengegroeide staarten. De ratten,
door raadselachtige ziekte walgelijk gekoppeld,
vormden de koning (uit: F.Bordewijk, Rood Paleis).

In de evolutie van een cartoon heb ik al wat ruw materiaal naar voren gebracht om tot een mogelijke verklaring te komen voor de opstelling van de verschillende partijen in de behoorlijk uit de hand gelopen Deense spotprentenkwestie (zonder meteen tot een analyse te komen). De volgende vragen hebben vooral betrekking op de gekrenkte partij. Waarom geven de demonstrerende moslims juist nu (openlijk) zo fel uiting van hun verontwaardiging? En waarom wordt de woede vooral in groepsverband geuit? Wat is het doel?

De Franse antropoloog Pascal Boyer beschouwt in zijn werk ‘Godsdienst verklaard’1 de verschillende aspecten die leiden tot geloof. Laten we beginnen met een lastige volzin: “Als je wilt verklaren hoe de menselijke geest godsdienstige voorstellingen verwerft, waarom deze voorstellingen geloofwaardig worden en waarom ze zoveel moties losmaken, dan moet je alle onzichtbare processen beschrijven die dergelijke gedachten scheppen, het mogelijk maken ze door te geven en allerlei aanverwante mentale effecten zoals emotie en betrokkenheid losmaken” (Boyer, p.67).
Dat doet hij ruim 434 pagina’s lang (exclusief noten).

Boyer constateert een menselijke behoefte tot het sluiten van coalities. “De mens lijkt er naar te snakken om zich bij een groep aan te sluiten en loyaliteit aan de dag te leggen.” In een willekeurig samengestelde groep (in een testomgeving) vertonen mensen al vrij snel de neiging tot groepssolidariteit. “Ze ontwikkelen intuïties en gevoelens omtrent vertrouwen en betrouwbaarheid die verband houden met groepslidmaatschap.”(ibid., p.371). Er ontstaan coalities. “Deze coalities vereisen een zeer subtiele inschatting van de betrouwbaarheid van andere mensen” Allerlei mechanismen bij godsdienstige genootschappen versterken het gevoel dat men voor eens en voor altijd lid is.”, (p.376). Niet onbelangrijk: Wie zich inzet voor een geloof kan rekenen op de solidariteit van geloofsgenoten.

“Een voor de hand liggende verklaring voor godsdienstig extremisme is dat de moderne wereld er een is van schrille culturele tegenstellingen, waarbij je er voortdurend op attent wordt gemaakt dat andere mensen in andere omstandigheden leven, andere waarden hebben, andere goden vereren, andere rituelen hebben. (…) In deze optiek willen fundamentalisten terug naar een (in hoge mate mythisch) verleden, toen plaatselijke waarden en identiteit vanzelfsprekend waren, toen nog niemand besefte dat er andere levenswijzen bestonden.” 2

De straf die op weglopen staat is gewoonlijk hoog. 3 Ook omdat hier een signaal wordt afgegeven naar de overige coalitiegenoten. “Het is gevaarlijk je aan te sluiten bij een coalitie waaruit anderen zonder veel kosten kunnen weglopen. Hoe meer je op het spel zet door je bij de coalitie aan te sluiten, hoe hoger je de prijs van het weglopen wilt maken.” (p.380)

Fundamentalistische groeperingen zijn gewoonlijk overwegend geïnteresseerd in het controleren van openbaar gedrag: hoe mensen gekleed gaan, of ze naar godsdienstige bijeenkomsten gaan enzovoort.” (p.381)

“Fundamentalisme is geen overmatige godsdienstigheid, noch vermomde politiek. Het is een poging om een bijzondere, op coalitie gebaseerde hiërarchie veilig te stellen4, wanneer deze wordt bedreigd door het besef dat afvalligheid niet veel hoeft te kosten en dus verre van ondenkbaar is. (p.382)

Maar uiteindelijk merkt Boyer wel op : “Het feit dat de prijs zo hoog wordt opgestuwd toont duidelijk aan dat deze groeperingen goed beseffen dat de gevoelens van het gewone volk niet in hun voordeel overhellen.” (p.383)
Dat zou voor velen een geruststellende gedachte kunnen zijn. Maar het brengt de hoog opgelopen gemoederen in de cartoonkwestie niet tot bedaren. Een mogelijke oplossing zou besloten kunnen liggen in de ethische kanten van de religie zelf. Vooralsnog heb ik enkel maar een nieuw lijntje naast het vorige gelegd.

Ik eindig met een citaat van de Amerikaanse dichter en humanist Walt Whitman: “Bij God, ik wil niets hebben, dat niet allen op dezelfde voorwaarden eveneens kunnen krijgen.” (uit: GRASHALMEN (Leaves of Grass) )

(wordt vervolgd)

—————————————————————-
1Pascal Boyer,Religion Explained. The Evolutionary Origins of Religious Thought, 2000, in het Nederlands vertaald door Leo Gillet, Amsterdam, 2002.
2 (p.378) De aanwezigheid van de oude koloniale mogendheden in Afrikaanse (grondstofrijke) staten levert logischerwijs wrijvingen op tussen ‘de indringers’ en de inheemse bevolking. Dat werd vorige week duidelijk in Nigeria. 
3 Hoe lager de prijs is die voor afvalligheid wordt betaald, hoe waarschijnlijker het is dat afvalligheid ook inderdaad voorkomt. “Wanneer je eenmaal hebt vastgesteld dat iemand een lafaard is, zou je hem in gevaarlijke situaties niet moeten vertrouwen.”(p. 380)
4 Het doelwit van veel fundamentalistische bewegingen is vaak een plaatselijke vorm van gemoderniseerde godsdienst.” “Liberale bewegingen (in het hindoeïsme en de islam) waren zeer populair bij de hoger opgeleide, stedelijke middenklassen en betekenden dus een werkelijk politiek gevaar voor degenen wier gezag zuiver op godsdienstige hiërarchie stoelde.” (p.382)

Advertisements
This entry was posted in oud-vkblog-2006-02. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s