Twee maal retour Auschwitz.

fotofebruari 2001. mijn eerste en laatste wintersportvakantie. we waren met ons zevenen in noord-tsjechië en stelden het skiën dagelijks tot morgen uit aan de dorpspomp. een grote dikke man, een jaar of zestig oud zat daar ook en tijdens ons tweede samenzijn schoof hij bij ons aan. hij had zichtbaar al enkele glazen pivo op en nam op een nederige wijze plaats (terwijl we met gemak zijn kinderen hadden kunnen zijn). we hadden de dag ervoor al van de kroegbazin doorgekregen dat hij nogal stil was, maar erg aardig. de man kon praten en wendde zich tot mij. hij sprak duits en vertelde me over zijn jeugd. hij was als kind met zijn ouders gedeporteerd naar het vernietigingskamp auschwitz-birkenau. tijdens het gesprek barstte hij enkele malen in huilen uit. de eerste keer toen hij vertelde op welk een afschuwelijke wijze zijn moeder voor zijn ogen werd geliquideerd en kort daarna toen hij verhaalde over de afslachting van zijn vader. ik legde mijn arm om zijn grote schouders en nek. een ontroostbaar mens. de dag erna was hij opgewekt, hij wilde me direct weer spreken, we deelden zijn snuiftabak en meden het grote verdriet. de dagen erna verloor ik hem uit het oog, tot ons afscheid. 

Een andere Auschwitzoverlevende ken ik –indirect, dus  uit zijn geschriften- in de persoon van Menachem Arnoni. Ook hij had, hij is in 1985 overleden, het kamp niet verwerkt en ontwikkelde de meest zwarte mensvisie die ik ken. 

Kijk maar naar de geschiedenis sindsdien. (…) Wat is er veranderd? Weinig, zeer weinig. Men negeert de waarschuwingen van de holocaust met een onverbiddelijke consequentie. Dat kan ook niet anders, want als waarschu­wingen ooit voldoende waren geweest voor de mens, zou hij die hebben gekregen van eerdere holocausten, waarvan de ge­schiedenis er zovele, zovele heeft voortgebracht. Wat aan dit alles ten grondslag ligt, is niet een of ander systeem, maar de mens zelf. Hij is de meest schaamteloze hui­chelaar die de natuur heeft voortgebracht. Hij dicht zich het vermogen tot abscract denken toe. Zoiets ontbeert hij echter volledig, zijn hersenen zijn niets dan een computercentrum waar lichamelijk of geestelijk voordeel wordt berekend. Het voornaamste verschil tussen hem en andere dieren ligt voor­namelijk besloten in het gegeven dat hij lijvige woordenboe­ken tot zijn beschikking heeft. Daarin zet hij een kruisje bij ieder goedklinkend bijvoeglijk naamwoord als zijnde van toe­passing op zichzelf en waarin hij zich kan spiegelen. Van alle andere bijvoeglijke naamwoorden ‘weet’ hij dat ze van toepas­sing zijn op vreemden, op mensen die anders zijn dan hij, op mensen over wie hij zich niet positief hoeft uit te laten omzichzelf bij hen in een goed blaadje te brengen. Ach, ik zou zoveel meer kunnen zeggen op deze veertigste verjaardag van mijn ‘bevrijding’. Maar wat voor zin zou dat hebben? Zou het enig verschil maken? Geen enkel. Dus wanneer men mij vraagt wat deze veertigste verjaardag voor mij betekent, dan dwingt onbarmhartige oprechtheid mij re zeggen: Het betekent een niet-aflatende spijt dat ik niet nummer zes miljoen en één ben geweest. (p.207, uit: Het recht om pessimist te zijn, Arnoni, Meulenhoff, 1985). 

Twee gezichten uit Auschwitz, in de betrekkelijke hoedanigheid van overlevende. De een bleef de rest van zijn leven het kind dat in het vernietigingskamp is achtergebleven, de ander ontleende zich aan deze ervaring het recht om pessimist te zijn.

Advertisements
This entry was posted in oud-vkblog-2006-01. Bookmark the permalink.

4 Responses to Twee maal retour Auschwitz.

  1. Voordaan says:

    Sjaal, niet te bevatten. Mijn oud-collega zij ook, ondanks man en kinderen, dat ze soms intens wenste dat ze samen met haar ouders op transport was gesteld. Zij was als enige van de hele familie ‘gered’ als baby uit het Joodse kindertehuis in Amsterdam. Je kunt veel in je leven uiteindelijk een plaats geven. Maar dit niet. Dat je er was voor de man, dat ontroert mij.

  2. Sjaalman says:

    Het moedwillig folteren en doden van mensen, ik kan het niet vatten.

  3. Voordaan says:

    Ik denk ook dat het niet te bevatten is. Er zit meer achter, een genieus plan. Ik heb inmiddels begrepen dat de mens in de juiste omstandigheden tot dingen in staat is die niet te bevatten zijn. Portie propaganda, verlies, grote angst om te verliezen en de steeds stelliger wordende overtuiging dat de ander debet is aan alle ellende… En dat begint al in het klein. Ons kabinet met nazis vergelijken bijvoorbeeld. Daar, bij die kiem zou je al moeten protesteren. Dan kun je nog iets doen. Denk ik.

  4. sjaalman says:

    De Joodse historicus George Mosse heeft enkele werken gewijd aan de instrumenten waarmee nationaal socialisten het Duitse volk ‘inpakten’, drogeerden, met hun abjecte gedachtengoed. Stuitend, maar blijkbaar voldoende in bepaalde omstandigheden. Kern in het nazi-denken is een negatieve benadering van het intellect. Oppervlakkigheid, het uitschakelen van het kritisch vermogen, inspelen op emoties. Geen populair onderwerp, maar ik denk dat ik er nog niet over uitgeschreven ben.
    (ook al komt dat mijn stemming niet ten goede 🙂

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s