De spoken van Saint-Saëns dl 2.

fotoin zijn brief aan sain-saëns (1900) wendt de spritualist camille flammarion zich tot de componist als auteur van een kritisch artikel over de krachten van de persoonlijke ziel (en verdediger van de cerebrale vermogens der mensch!): zooeven heb ik uw geleerd en keurig artikel in de nouvelle revue gelezen- wat erg laat, maar ge weet dat ik meer in den hemel dan op de aarde bezig ben- en ik heb gelezen zooals men luistert naar een van die machtige symfonieen die gij verstaat te componeeren, waarin wetenschap en kunst wedijveren om op onzen geest den hoogst mogelijken indruk te maken. het is of gij in dat artikel het onderwerp maar even aanraakt, doch in werkelijkheid laat ge ons een blik werpen in al de diepten ervan. gij hebt volkomen gelijk, wanneer gij zegt dat de woorden spiritualisme en materialisme tegenwoordig werkelijk niets anders meer zijn dan woorden, wijl het innerlijkst wezen der dingen ons onbekend blijft en de jongste ontdekkingen der wetenschap aantoonen dat de zichtbare wereld berust op een onzichtbare, die er in zekeren zin het substraat van is. ik dank u dat gij de aandacht hebt gevestigd op mijn bescheiden uistapje in het "onbekende", maar ik kom u vragen te mogen antwoorden op uwe interpretatie. gij schijnt te vreezen dat de etymologie van het woord psychisch eenigerlei invloed heeft gehad op mijn gedachtengang. De in mijn boek aangevoerde feiten leiden er volgens u geenszins toe, het bestaan van de ziel te aanvaarden. Deze feiten, die gij overigens terecht voor juist houdt, zouden alleen dit bewijzen:,,de onbekende kracht, welke de gedachte voorbrengt, zou het vermogen hebben zich buiten de grenzen van het lichaam te begeven, hersenen zouden op een afstand op andere hersenen kunnen inwerken; maar daaruit volgt niet noodwendig dat deze kracht van geestelijken aard zou zijn en onafhankelijk van de hersenen." Ziedaar de argumentatie die ik eens zou willen onderzoeken en onder het mes nemen. Einde citaat. Vervolgens komt Flammarion met een voorbeeld van een jonge vrouw die hij ontmoette in Parijs. Zij vertelde hem van haar ervaring met haar overleden aanbidder. Deze zou haar bij zijn overlijden in een ver oord een doodskus hebben gebracht in haar slaap. Na het idee te hebben weggewuifd dat deze jonge vrouw hem slechts een verhaal op zijn mouw heeft gespeld gaat Flammarion gelijk over op het hoe en waarom, de toedracht van de geest om juist deze vrouw (nota bene niet zijn wettelijke geliefde) te bezoeken. De boodschap- overgebracht via een spirituele telegraafverbinding- was helder: ik hou van jou en niet van mijn vrouw. Gelukkig heeft de brave Flammarion de namen uit dit telepathische liefdesdrama niet onthuld, een lichtgelovige echtgenoot zou zijn vrouw naar alle waarschijnlijkheid met liefde naar haar heimelijke geliefde zenden. -wordt vervolgd-

Advertisements
This entry was posted in oud-vkblog-2005-10. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s