Verdrongen trauma’s

IMG_0433Het Jazzfestival Sudtirol 2017, waar ik u in mijn vorige blog over heb verteld,  is inmiddels bijgeschreven in de snel verstoffende boeken van het Nederlands Jazzarchief. Negen juli jongstleden speelde artist in residence Reinier Baas in mijn afwezigheid het slotconcert.

De herinnering aan het festival en de omgeving van Altoadige is weggezonken vanaf het moment dat ik werd gedwongen me bezig te houden met de dagelijkse gang van andere zaken. Meteen na het verlaten van het vliegveld verbeeld ik me nog even dat ik een globetrotter ben, een mens met een minimaal  besef van tijd en locatie, maar in de bus van Amsterdam Zuid naar Haarlem wordt me Mijn Troosteloze Leven opgediend in de vorm van een cocktail van zweetlucht, gereserveerde blikken en somberstemmende vergezichten. Ik neem mijn koptelefoon, gevuld met haperende geluidsfragmenten, van mijn vermoeide hoofd en kijk uitgeblust uit het busraam over het eentonige, door kortgesnoeide weilanden onderbroken, snelweglandschap.

Een dag eerder nog zit ik met de Amerikaanse jazzjournalist Tom en de Duitssprekende Italiaanse fotograaf, waarvan ik de naam inmiddels vergeten ben,  in de auto. De laatste brengt ons -ver- voor de troepen uit naar een plek waar we de shuttlebus naar het volgende concert kunnen pakken. Een vrije val vanaf het op tweeduizend en zes meter boven zeespiegel gelegen Gasthof waar gitarist Reinier Baas, contrabassist Clemens van der Feen en altsaxofonist Ben van Gelder onder de beschutting van een partytent hun in poncho’s gehulde en onder paraplu’s schuilende publiek een treffend concert voorschotelen, naar het dal van provinciehoofdstad Bolzano .

De journalist en ik hebben elkaar bergopwaarts ontmoet. De man, een inmiddels zeventigjarige grijsaard, loopt traag. We raken al vrij snel achterop  en met moeite informeert hij me naar Reinier Baas. Ik vertel Tom van alles over mijzelf, ik vertel hem dat ik -in een ander jaar, maar- in hetzelfde dorp  als de artist in residence geboren ben. Ik vertel hem over het conservatorium in ons geboortedorp en de geweldige Nederlandse jazzmusici die deze instelling heeft voortgebracht. De Amerikaan toont zich meer dan tevreden. Zijn recensie voor JazzTimes mag niet meer dan 900 woorden bedragen. En mijn informatie kan hij moeiteloos aanvullen met de rest van zijn indrukken. De vrouw van de journalist, Joanne, heeft bij het krieken van de dag zijn rugzak gevuld met pinda’s, chips en Snickers.  En daar maken we aan het einde van de dag in de shuttlebus, vol van egocentrische Italiaanse journalisten,  dankbaar gebruik van.

Als we na veel haarspeldbochten en vergezichten zijn aanbeland op de hoogvlakte van het concert schudden Tom en ik elkaars hand. We zijn de enigen van het team van zeventien journalisten die het zover hebben gebracht (van bergdorp naar bergdorp). We hebben er inmiddels dertien uur aan reistijd op zitten om onze vriend, de gitaarprins Francesco Diodati,  met zijn ensemble te zien optreden aan het meertje, omgeven door de stuwwallen, waar af en toe een lokaal treintje overheen draaft. Mede-organisatrice Valeria, een begenadigd zangeres, bestelt bij de Duitssprekende gastfrau voor mij een goed gevuld bord met Mozarellasalade. Ik zit aan tafel bij mijn pianoheld Enrico Zanisi, die alleen maar met zijn eigen vriendin bezig is. Diodati loopt rusteloos heen en weer op zoek naar een knijpers om de partituren op de lessenaar te kunnen klemmen. Het waait behoorlijk.

Even na elven rijdt de bus met journalisten terug naar beneden. Alle gespreksstof lijkt te zijn opgedroogd.

Posted in jazz, music, Persoonlijk, persoonlijk | Tagged , , , , , , , , | Leave a comment

De eenzame man die vergat te kiezen

IMG_0420Het gebeurt niet vaak dat de wekker me verrast. Zelfs gisteren nog werd ik midden in de nacht wakker om twee minuten voor half drie om tijdig het alarm te kunnen blokkeren.

Bolzano/Bozen dag twee. Plaats van handeling is een kamer op de eerste verdieping van het stadshotel aan het centrale plein. De wekker overvalt me. In eerste instantie denk ik nog dat het een vergissing is. Maar als ik mijn vermoeide ogen toeknijp zie ik op de ipad dat het inderdaad negen uur elf is. Een van mijn afwijkingen bestaat eruit dat ik nooit een rond of even getal wil gebruiken. Er zijn ongetwijfeld specialisten die dit verschijnsel beter uit kunnen leggen dan ik.

Anderhalve minuut later open ik de gordijnen. Een niveau lager zit de Man met de Baard, een gewaardeerd lid van de gemeenschap van Bolzano zonder vaste woon- of verblijfplaats. Het is geen zwerver. De man verblijft immers meer tijd op een vaste plek dan u en ik samen. Hij weet niet dat ik kijk en ik schuif de gordijnen weer stilletjes toe. Ik bekijk het hotelboekje. Er staat weinig in. Informatie over het wellnesscenter, inclusief masseuses en bubbelbad. Een artikel over de Sachertorte, een instructie over het in- en uitchecken. Ik leg het boekje weer weg. Hoe laat zou de ontbijtzaal open zijn? Het meisje achter de balie heeft het me gisteren wel gezegd, maar ik heb het niet opgeslagen. Tussen negen en tien of tussen tien en elf? Onder de douche vraag ik me af hoe laat ik de ontbijtzaal zal betreden. “Ga maar om kwart voor tien”, fluistert een stem uit de hemel.

In de ontbijtzaal, die inmiddels prima gevuld is omdat deze al om 9.00 uur is geopend, word ik begroet door het Duitstalige oudere heertje dat ik gisteravond heb ontmoet.

Gisteravond. Ik probeer het me weer voor de geest te halen. De grijsaard zat gisteren met zijn vrouw, een timide roodgeverfde vrouw die er zichtbaar niet in is geslaagd het beste uit haar leven te halen, samen met mij en de Onhandige Mevrouw in de shuttlebus. De Onhandige Mevrouw, een zenuwachtige zestigjarige vrijgezel uit München zat net als ik in het publiek tijdens de uitvoering van de Edisonwinnende opera Reinier Baas VS Princess Discombobulatrix. Ze was me tijdens de uitvoering niet opgevallen. Ik werd in beslag genomen door de muziek, de wonderlijke focus van de fotografen, de opgewonden Italiaanse twintigers in de rij voor me en door slagwerker Jamie Peet en de productiemevrouw in de rij achter me.

Ja, ik weet het weer. Het is vrijdagavond. De laatste avond van juni 2017 en de openingsavond van het jazzfestival. Ik zit in de bus met bestemming Messe Bozen, een conferentiecentrum, gelegen in een industriegebied in een zuidelijke uithoek van Bolzano, een shuttlebus voor journalisten (en een enkele jazzliefhebber). Een raar fenomeen eigenlijk. Een bus voor journalisten. Iedereen houdt de kaken stijf dicht om te voorkomen dat er informatie wordt doorverteld waar de ander mee aan de haal kan gaan. Ik zit naast een Duitssprekende vrouw, genaamd Gabriela. Halflang sluik zwart haar, helblauwe ogen, een zwart hemd met dito gilet en stretchbroek. Ze stelt zich plichtmatig voor. Als ze merkt dat ze het in haar moedertaal niet gaat redden beëindigt ze het gesprek. Mijn moedertaal schiet tekort, maar ik probeer nog wat in het Duits. “Bijzonder dat Reinier Baas is verkozen tot artist in residence.” “Het verdient geen twijfel. Hij is de beste. Zonder hem zou Klaus (de directeur) de Benelux hier überhaupt niet hebben uitgenodigd”, zegt ze vinnig. Ik pruttel nog wat na, maar ik merk gelijktijdig dat dit gesprek weinig zal toevoegen aan mijn geluksgevoel en keer me na wat tegengepruttel naar het raam. Helaas is het donker buiten. Ik zie mijn spiegelbeeld en dat dwingt me naar voren te kijken richting chauffeur, een ongeschoren asgrijze veertiger met een verleden. Een man uit de buurt die zijn Duits evengoed beheerst als zijn Italiaans. Hij zet ons even later af op een leeg plein. Ik loop op goed geluk richting de entree van het verlaten congrescentrum. In de verte brandt licht. Ik volg het licht. De journalisten, die ineens niet meer zo nieuwsgierig blijken te zijn, lopen -op enige afstand- achter me aan. Ik begin nu langzaamaan te begrijpen waarom (o.a.) Nederland het gidsland is tijdens dit festival.

In de foyer haal ik mijn kaartje. Als ik de zaal binnen loop biedt de prinses Dolasilla, alias Norah Fischer, getooid met kroontje en gehuld in haar suikerspinroze gelaagde jurk me met een afgemeten knipoog een programmaboekje aan. Wat volgt leest u in de recensie, maar ik kan niet nalaten u te vertellen dat u iets gemist heeft.

Na afloop van het concert sta ik als een van de eersten buiten, als de dood om de shuttlebus terug te missen. Ik laat er zelfs de mij toegekende consumptiecoupon voor liggen. Liever op tijd in het hotel dan een uur lopen. De bus staat al klaar, maar er zit niemand in. De chauffeur wacht waarschijnlijk in het congrescentrum totdat de laatste journalist zich heeft kunnen losweken. Ik hoop van harte dat hij niet met ze meedrinkt. Een gedrongen kort geknipte slecht geblondeerde brunette met stevige tanden loopt me tegemoet. “Wissen sie..” ze ziet aan mijn blik dat ik waarschijnlijk geen Duits spreek en schakelt over op gebrekkig Engels “the next bush? Is it leaving here?” Ik lach wat en dat geeft de vrouw het idee dat ze aan mij wel een goede heeft. Even later hebben we het over Jazzclub der Unterfahrt in München. Als de chauffeur is gearriveerd probeer ik de vrouw uit haar verhaal te trekken. We hebben er allemaal belang bij dat we bus halen. Terwijl het mens nog aan het praten is loop ik richting de bus. Als we er eindelijk allemaal inzitten zet het busje zich in beweging richting centrum. Bij het uitstappen klampt de eenzame Onhandige me weer aan. Of ik weet waar het eethuis is waar iedereen het over heeft. Ze sterft van de honger en zonder eten kan ze niet slapen. Voornoemde bejaarden, die logeren in hetzelfde hotel als ik, weten het de vrouw prima uit te leggen mits ze meeloopt -de verkeerde kant uit- richting ons hotel. Ik heb geen zin om dit misverstand recht te zetten en wandel met de ouderen richting mijn tijdelijke slaapkamer. Bij de entree van het hotel wijst de grijsaard De Onhandige Mevrouw de juiste richting uit en adviseert haar verderop nogmaals de weg te vragen. Ik neem niet eens de moeite om gedag te zeggen. Een dag later zal het gebeuren. Een door “Also Sprach Zarathustra” van Nietzsche geïnspireerd modern jazz/klassiek symfonisch gedicht voor kwintet. Een rit de bergen in, twee optredens in de kloostertuin van Neustift en een heavy metal jazzdance feest op de Obstmarkt. U bent gewaarschuwd (wordt vervolgd).

Posted in jazz, music, Persoonlijk, persoonlijk | Tagged , , , , , , , , | Leave a comment

Een Benelux Jazzfeest in de Alpen

IMG_0410.JPGSchiphol, 3 uur 55. Ik dool slaapdronken door de lange luxe winkelgangen op zoek naar mijn vertrekpunt, de gate met het nummer C18. Als ik in de juiste vertrekhal ben beland sta ik in de tientallen meters lange bagagerij voor een vlucht naar Lissabon. Vijf minuten later stap ik weer uit de rij. Ik heb immers al ingecheckt, ik heb alleen een rugzakje, dus ik kan zo doorlopen. Bovendien is mijn bestemming Verona. Ik loop naar het bord met vluchtinformatie. Een geüniformeerde kijkt me wantrouwend aan. Ik kijk langs hem heen en tuur naar de mij bekende info. Gate C18. De douaniere verderop vraagt me in welke taal ze mij mag benaderen. Ik noem mijn naam voordat ik de cabine van de bodyscan in stap. Ze lacht “Het is nog vroeg he?” Dat is het. Bovendien voel ik me allesbehalve op mijn gemak bij de controle op Schiphol. Ik heb niks te verbergen, maar ik heb het gevoel dat ik dat onomstotelijk moet bewijzen om maar enigszins in de buurt te kunnen komen van de verlossende poort C18. Mijn rugzak maakt een omweggetje op de rolbank en belandt achter een transparant scherm. Ik kijk de vrouw van de douane schuldbewust aan. Ze vraagt me welke taal ik spreek. Ik noem mijn naam. “Het is nog vroeg he?” meld ik, voordat zij het kan zeggen. Ze vraagt me de tas te openen. Ze grijpt erin en haalt er even later een gereedschapssetje in etui van de Hema uit. De tas draag ik 15.000 fietskilometers per jaar op mijn rug. Het gereedschap heb ik in Verona niet nodig. De vrouw veegt met een vies gezicht de door zweet- en regenwater aaneengeklonterde brood- en koekkruimels van de etui. Ze bekijkt nu al minder vriendelijk dan voorheen. “Ik vraag even na of dit mee mag.” Ik meld haar dat ik het ding kan missen als kiespijn. Ze negeert mijn opmerking en loopt in onbestemde richting. Ik vraag me af of mensen van de douane zelf ook gefouilleerd moeten worden. En zoja, wie zou dat dan doen? Twee minuten later komt de gezette blondine terug en geeft het in mijn ogen waardeloze ding terug. “Neem maar mee.” zegt ze achteloos terwijl ze zich over de volgende verdachte rugzak buigt. “En dan krijg ik dat gezeik op de terugweg weer in Verona”, denk ik vele stappen vooruit.

Als ik bij gate C18 arriveer zit het gezelschap van de vlucht naar Las Palmas er nog. Het duurt zeker twee uur voordat de vlucht naar Verona vertrekt. Waarom wil ik toch in godsnaam zo vroeg op Schiphol zijn? Ik had nog twee uur kunnen slapen en dan was ik braaf achter in de rij gaan staan om ruimschoots op tijd het toestel in te kunnen stappen. Ik kijk geërgerd naar de halve liters bier drinkende jongeren. Af en toe stapt een vermoeide toerist in de door de ING-bank gesponsorde massagecabine. De door dezelfde bank gefinancierde oplaadpunten zijn zijn buiten gebruik. Ik verveel me. Het duurt me allemaal te lang en ik begin me steeds meer aan de Las Palmas-gangers te ergeren. Het gezelschap stapt op het moment dat ik ze te lijf dreig te als op commando op om slaafs in de rij te wachten totdat het grondpersoneel de kaartjes geknipt heeft. Dat proces neemt van begin tot einde rij nog een kwartier in beslag, maar dat mag mijn pret over hun vertrek niet drukken. Weg. Ik haal van verveling nog maar een kartonnen beker gevuld met waterige koffie. Er zit cafeïne in. Dat merk ik even later aan mijn hartkloppingen.

Na een voorspoedige vlucht landen we op de juiste tijd op Verona. Een sober vliegveld waar men weinig kan dolen of dwalen. Buiten staat een tiental taxi’s te wachten op het moment dat iemand besluit de shuttlebus te negeren. De shuttlebus staat inmiddels klaar voor vertrek. Een medewerker van de maatschappij, lichtblauw overhemd strak gespannen over de gevulde buik, een onmodieuze bril op de neus, die van de smalle lippen wordt gescheiden door een kort geknipte snor, roept de wachtenden die willen instappen tot de orde en loopt met de toeristen naar een automaat in de aankomsthal van het vliegtuig. Het is onduidelijk wat er precies gebeurt. Sommigen drukt hij een kaartje in de hand na zes euro te hebben ontvangen. Anderen wachten in de rij van de automaat, die slechts – per transactie- een kaartje afdrukt mits er met contant geld betaald wordt. Het zal wel loslopen allemaal. Ik heb geld en tijd genoeg. Het is kwart over negen en ik kan pas rond tweeën inchecken en Bolzano ligt slechts twee uur reizen verderop.

Na een prachtige rit door het vriendelijke berglandschap arriveer ik in Bolzano. Een klassiek, overzichtelijk plaatsje dat is ingeklemd tussen groene Alpencols. Italiaans Oostenrijk. Altoadige, Sudtirol. Ik ben uitgenodigd door de organisatie om verslag te doen van het Jazzfestival. Nederland is dit jaar het themaland, samen met België en Luxemburg. De jonge Nederlandse gitarist Reinier Baas is artist in residence en mag het openingsconcert verzorgen met zijn onnavolgbare jazzopera Princess Discombobulatrix. De organisatie heeft mijn hotel en maaltijden geregeld. Ik ontvang de sleutel van een eenpersoonskamer en consumptiebonnen voor een taveerne 500 meter verderop. Een shuttlebus zal me op gezette tijden naar idyllische plekken in de bergen vervoeren. Wat een zaligheid. Ik wandel de dorpsstraat uit en ga achter het museum voor moderne kunst op een bankje zitten met uitzicht op een wilde bergbeek en de deels achter sluierbewolking verscholen Alpenweiden (wordt vervolgd).

Posted in jazz, music, Persoonlijk, persoonlijk | Tagged , , , , , , , , | Leave a comment

Jazz, jazz en nog eens jazz

IMG_0254Een tijdje terug stelde een Amerikaanse vriend, een drummer in een (verder) Italiaans trio, me voor om wat zaken door te nemen op het festival. Het Jazzahead! Festival in Bremen. Alsof het de normaalste zaak van de wereld was dat ik er zou zijn. Ik kende het festival niet en keek op internet. Aldaar presenteerde de organisatie het festival als een internationaal gebeuren waar iedereen die maar iets met jazz heeft aanwezig dient te zijn. Ik besliste dat ik niet achter kon blijven en schreef mijn eindredacteur en vervolgens de festivalorganisatie aan met een acreditatieverzoek. Door beide partijen werd positief gereageerd. Een week later boekte ik het hotel en drie weken erna reserveerde ik een plaatsje in een zogenaamde Flix-bus (een touringcarmaatschappij die je voor een onmogelijk laag tarief door vrijwel heel Europa vervoert) van Amsterdam Sloterdijk naar Bremen Hauptbahnhof. De openingsdag van de conferentie viel samen met Koningsdag. Nadat ik me eenmaal ingeschreven had ontving ik per mail de ene uitnodiging na de andere. Labels, artiesten, radiostations, tijdschriften…ze wilden me allemaal wel even zien en spreken. Ik noteerde alle afspraken netjes in mijn agenda en constateerde eergisteren dat ik ze onmogelijk allemaal kon nakomen.

Koningsdag. De FlixBus rijdt Bremen in met een half uur vertraging. We rijden door een landschap van betonnen flats en viaducten de binnenstad in. De onbeholpen Duits-Nederlands sprekende Groningse buschauffeur meldt door de installatie dat we het station bereiken. Ik pak mijn spullen bij elkaar en doe mijn winterjas aan. De busthermometer  toont ons een temperatuur van 11 graden. De deur gaat open en aangezien ik geen ruimbagage mee heb, kan ik meteen door naar mijn bestemming. Ik loop-op mijn gevoel- de richting uit waar we vandaan kwamen en sla vervolgens linksaf. Het stationsplein doemt op. Bremen heeft een station en een bijbehorend plein waar men in Amsterdam jaloers op mag zijn.  Ik zie geen enkele omheining of bouwkeet. Het station is vermoedelijk klaar. Natuurlijk zijn er de nodige zwervers, bedelaars en alcoholisten, maar ze spreken niemand aan. Iedereen kent hier zijn plaats. Ik neem tramlijn 1 richting Mahndorf. Een station nabij mijn tijdelijke verblijf, een gasthuis aan een provinciestraat.

Op de stoep voor de herberg tref ik een lange loensende blondine. Ze kijkt me argwanend aan. Een bejaarde Duitser graait in een berg – in een brievenbus gedeponeerde- sleutels. Triomfantelijk steekt hij er een in de lucht. “Dat is voor u!” Zegt hij tegen de blondine. Plots ziet hij mij staan. “U hoort bij hem?” Vraagt hij aan de vrouw naast me. “Nee” roepen we eenstemmig. De grijsaard lacht en loopt voor ons naar binnen en wijst ons onze kamers. Kamer 5 en 6. Bij het inspecteren van de kamers bemerkt hij dat op mijn kamer geen instructies aanwezig zijn. “Ik kom meteen weer terug.”, meldt hij en hij beent onwaarschijnlijk snel de trap af. De blondine schudt mijn hand en ze noemt haar naam. “Jazzahead?” vraag ik haar en ze spreekt nog even door in het Engels tot ze merkt dat ik voor een Nederlandstalig tijdschrift werk. “Ah, dan kunnen we gewoon in het Nederlands praten. Ik kom uit Polen, maar woon tegenwoordig in Leiden. Ik ben zangeres.” Ze toont de tekst die op haar t-shirt ter hoogte van haar borsten staat gedrukt. “Kijk, dit is de naam van mijn band!” voegt ze er aan toe. Ik kijk kort, maar voel me er ongemakkelijk onder. Een voyeur.

De eigenaar komt langs met de instructies en neemt snel afscheid. “Als ik je nog ergens mee van dienst kan zijn hoor ik het wel. We treffen elkaar vast wel in het congrescentrum” zeg ik tegen mijn buurvrouw, vervolgens vlug mijn kamerdeur sluitend.

Een uur later neem ik de juiste trein richting centrum. Ik wandel het station uit, een enorm plein over en arriveer negen minuten later bij de juiste congreszaal. Daar ontvang ik van een blond Duits meisje een polsbandje, een plastic houdertje met een kartonnen visitekaartje en een linnentas met festivalinformatie. Ik loop het congrescentrum in en tref mijn eerste afspraak. De vrouwelijk blondinde van de Belgische delegatie. Ze is net bij de Finse afvaardiging langs geweest en heeft er een glaasje alcoholica meegepikt. Ze plaatst het glas op tafel. We hebben een prettig gesprek en ze zoekt ondertussen in kasten en tassen naar de juiste cd’s. Ze wijst me naar het paviljoen waar de leuke concerten gepland staan. We nemen afscheid en als ik richting uitgang loop zie ik een Italiaan. Het is de man van de cd die ik vorig jaar gerecenseerd heb. Rosario, de contrabassist! Ik tik hem op zijn rug en hij omarmt me zodra ik hem mijn naam heb genoemd. Ik moet denken aan het verhaal van Rein de Graaff die, zodra hij voor de eerste keer New York betreedt, Kenny Dorham tegen het lijf loopt. “Robin, je bent een geweldige schrijver. Laten we morgen afspreken voor een interview. Mijn cd’s lopen nog niet al te best in Nederland.” Ik durf geen nee te zeggen. Hij pakt zijn smartphone  tevoorschijn en we wisselen nummers uit.

Even later  worstel ik me langs de rijen luisteraars. En na enkele optredens bands met namen als Gourmet en Virta ruim ik het veld. Ik wandel over het eindeloze parkeerterrein voor het congrescentrum terug naar het station. Een uur later arriveer ik vermoeid, maar voldaan, in mijn slaapkamer. Morgen een interview met Rosario!

 

Posted in jazz, music, Persoonlijk, persoonlijk | Tagged , , , , , , , , | Leave a comment

Onbegonnen Hekwerk

IMG_0460Als ik moegefietst en uitgeblust, met zwarte wallen en een aan wanhoop grenzende blik de ruimte van dranklokaal Onder De Linde binnentreed word ik door een goedlachse serveerster ontvangen. Terwijl ik mij ontferm over mijn dwangneuroses  ontkurkt het meisje ongevraagd een fles van mijn favoriete bier. Ze wenkt me en zet flesje en glas voor me neer en wijst me mijn plek. Ik neem plaats en neem mijn ipad en koptelefoon uit mijn rugzak. Even verderop zit een luidruchtig gezelschap, een vijftal jongeren en hun ouders. Met name de ouders hebben al behoorlijk wat drank achter de kiezen. Het rumoer verhindert me helder na te denken over mijn persbericht. Ik wens de verstoorders naar de maan en vijf minuten later zijn ze inderdaad vertrokken.

Het is zaterdagnamiddag en de kroeg zit vol. Ik zit aan mijn vaste tafel in mijn vaste stek in Amersfoort. Ik heb een koptelefoon op mijn hoofd. De kussentjes van het ding zijn vanmiddag in mijn rugzak losgeraakt. Zo eenvoudig als ze zich hebben onthecht, zo lastig zijn ze weer te bevestigen. Maar het is me uiteindelijk gelukt.  Aan mijn tafel zitten twee stellen. Twee dertigers, zichtbaar oningenomen mannen met een bril, spelen met elkaar Stratego en een getormenteerde jongen en zijn naïeve trouwe vriendin van ergens midden in de twintig spelen stelletje. Allevier kijken ze regelmatig in mijn richting, maar ik negeer alle blikken, want ik ben aan het werk.

Als ik klaar ben met het persbericht zijn al mijn tafelgenoten vertrokken en ontvang ik mijn derde glas bier. Ik waag me aan de beginregels van mijn interview met Han Bennink. Ik mocht hem gisteren interviewen in zijn kleedkamer in het Bimhuis, het podium waar hij van Goede Vrijdag tot en met Eerste Paasdag heer en meester is.  Als het interview driekwart klaar is, komen de technische jongens van BIM binnen.  Ze vragen aan Han waar wat moet worden opgesteld. De gehavende slagwerker overhandigt ze een drietal A4-tjes met namen en opstellingen en vraagt ze er kopieën van te maken. Slaafs lopen de jongens de gang op naar de kopieermachine.  Als een van hen terug komt is Han al weg. De technicus legt twee maal elf kopietjes neer. “Zeg maar dat dit het is.”  Ik kijk naar de stukken en hef mijn blik richting technicus, een bebrilde jongeman met heldere, vragende, blik, een wit t-shirt met opdruk. “Ik zal mijn best doen, maar de kans dat ik Han vandaag nog tref, acht ik erg klein,” De jongen is inmiddels vertrokken.

Het is zaterdagavond. Voor velen moet de avond nog beginnen, maar ik ben er klaar mee. Vermoeid fiets ik over de markten, langs de grachten van Amersfoort naar de plek net buiten de ring waar mijn Bed and Breakfast zich bevindt.

Posted in jazz, music, Persoonlijk, persoonlijk | Tagged , , , , | Leave a comment

Nooit te vroeg, maar altijd te laat

IMG_1456Amersfoort, pension. Ik zit in mijn eenpersoonskamer met het nummer 10. Dit is nu de derde keer. Twee weken eerder had ik een ander onderkomen. Een bezemkast met uitzicht op de schaars gevulde herenhuizen. Het verblijf van de gelukkige middenklasse. Om de week ben ik hier een weekend. Ik arriveer op de zaterdag, werk dan wat aan mijn interviews en mijn persberichten in het biercafe Onder de Linde, achter de kerk en de dag erna ga ik weer per fiets terug naar Haarlem. Zeventig kilometer.

Vandaag zat ik in het café aan de leestafel naast een andere schrijver. Een man van middelbare leeftijd zonder antennes. Hij bemerkte pas na een half uur dat hij en ik hetzelfde type bier dronken. Bovendien dronken we in hetzelfde tempo. Nadat de barvrouw ons beiden een nieuw flesje had gebracht keek hij mij en mijn flesje onderzoekend aan. Hij schonk vervolgens zijn glas vol en bracht een toost uit op het schrijverschap. Even later zonk hij weer weg in zijn eigen verhaal. Een schrijver op afstand dus.

De week is voorbij gevlogen. Ik ben nog bezig met het uitwerken van het twee uur durende interview met Eric Ineke die 1 april zijn zeventigste verjaardag zal vieren. Ondertussen ben ik ook bezig met het voorbereiden van het interview met zijn collega Han Bennink, die in april zijn 75e verjaardag zal vieren. Twee tegenpolen. Ik vind het heerlijk om het materiaal van beiden tegelijk onder handen te kunnen nemen. Ik vraag me af hoe de man zonder antennes dat zou doen.

 

Posted in jazz, music, Persoonlijk, persoonlijk | Tagged , , , , , , | Leave a comment

De stilte, de rust en alles wat daarop volgde

img_0351

Uden. Een plaats aan een snelweg, net als onze jeugdherberg. We, Sjaal en twee puberdochters, zitten in een gemoderniseerde schuur met een keuken, een eenvoudige badkamer en een door een wenteltrap ontsloten zolder met drie bedden. Het is vijf uur in de middag. Ik zit aan de keukentafel en kijk door het raam, over de heg naar de doorzichtige geluidswal die ons van de snelweg scheidt. Auto’s razen voorbij. Jomma vindt het prachtig. Ze wil het hele gebeuren straks als het donker is met haar polaroidcamera vastleggen. Ik bereid me voor op mijn jubileuminterview met de legendarische slagwerker Eric Ineke en beluister de Weill- opnames van het Dave Liebmantrio (inclusief Ineke) met gastgitarist Jesse van Ruller. De kinderen liggen op hun bed en vermaken zich met hun iPad. Ze storen zich nergens aan, zelfs niet aan de muziek die hun vader via de reisspeaker de ruimte in laat galmen. Er komen via messenger twee berichtjes binnen. Een perspakketje, een album onder embargo, van een van de meest spannende bands van Haarlem. En een berichtje van Joris over een bijdrage. Hij heeft me blijkbaar gebeld toen ik met de kinderen in de Albert Heijn stond. Ik herkende zijn nummer niet en stopte vervolgens mijn aanhoudend brommende iPhone terug in de binnenzak van mijn jas. Zodra Joris een half uur later bemerkt dat ik online ben, belt hij me wederom. Als ik hem vertel waar ik me bevind brengt zijn voorzichtig uitgesproken vraag, “In Uden?” me in verwarring over de juistheid van mijn keuze. Ik meen dat Joris Noord-Brabant wel redelijk kent.

Uden dus. De jeugdherberg waar we zijn neergestreken is enkele jaren terug door accomodatiekeurmerk Zoover verkozen tot beste hostel van Nederland, zo verkondigt het houten bord voor de ingang. Volkel bevindt zich nabij en dat hoor je, maar daar storen we ons niet aan. Van de snelweg hebben we ook geen last. De jeugdherbergier ontvangt ons bijzonder gastvrij. Het is alsof we de enige gasten zijn. Ik moet denken aan een kort verhaal van Roald Dahl over een mevrouw die jonge studenten een bed, een kop thee en (daarmee) een kaartje naar het hiernamaals biedt om ze vervolgens op te kunnen zetten. Bed and death. Enfin, zo’n vaart loopt het hier allemaal niet. De spraakzame herbergier vertelt me alles over de streek en de accommodatie. Hij heeft een week eerder voor een paar honderd euro een ouderwetse kassa op de kop getikt, eentje die de prijs aangeeft in Deutsch Mark en Pfennig. “De meeste mensen die hier komen weten niet eens meer wat dat betekent.” Hij lokt me uit tot een gesprek. Ik wijs naar Zajra. “Deze dame is in 2002 geboren. Het jaar dat we de gulden verwisselden voor de euro.” Het gesprek waar ik net aan begonnen ben wordt niet gewaardeerd door mijn reisgenoten. “Kom papa, we gaan naar het huisje!” roept een zacht stemmetje waar een dwingende hand aan vast kleeft. De hand trekt me de gang en de klapdeuren van de boerderette door naar buiten, het paadje over naar ons tijdelijk verblijf, de schuur. De eigenaar drukt me tijdens mijn vlucht nog enkele folders in mijn hand. Een brasserie, een dierentuin en klooster. Dat is wat er hier te beleven is.

Een dag later vertrekken we na een geweldig ontbijt, onder de snelweg door, naar Uden. We lopen langs over een fietspad richting de grote kerk. Ik ben op de kaart naarstig op zoek naar een oud centrum terwijl de kinderen verveeld om zich heen kijken naar de jaren ’70 en ’80-architectuur van een gemiddelde randstedelijke buitenwijk. Aan de rand van Uden bevindt zich een katholiek complex, een klooster, een abdij, het museum voor religieuze kunst. Ik besluit ons bezoek aan het dorp hier te beginnen. We lopen door een tot kniehoogte gesnoeid heggenstelstel, begrensd door inheemse gewassen. Als we eenmaal binnen zijn zien we aan onze linkerhand een leeg museumrestaurant  waar een bebrilde man met pluizig asgrijs gewas op zijn hoofd in gesprek is met een felgrijze vrouwelijke collega. Aan onze rechterzijde bevindt zich een witte gefineerde balie. Daarachter treffen we een mannetje met fijn, vettig zwart haar en een bril met donker montuur. “Jullie zijn de eersten van vandaag” horen we. Wellicht komen deze woorden uit de mond van de man achter de balie. Ik wend me tot hem en geef aan dat ik een museumkaart bij me draag. ” Dan is het volledig gratis voor u.” hoor ik nu duidelijk uit de mond van het mannetje. Mijn kaart wordt gescand en er wordt gewezen naar de toonzaal naast de kantine. “Als u daar geweest bent, wendt u zich tot gene zijde. Daar bevindt zich de rest van de tentoonstelling.” Nadat we onze tassen en jassen in de kluisjes hebben geplaatst lopen we door naar de expositieruimte. We worstelen ons door het leengoed, een levensgroot beeld van Ignatio de Loyola in marmer dat ooit door koningin Wilhelmina wegens de katholieke oorsprong, uit de huiscollectie van het koninklijk huis is verbannen, enkele Jezussen aan het kruis, moderne kunst, een tentoonstelling over religieuze gebruiken en een tentoonstelling over de abdij. Eenmaal terug bij de balie vertelt de bebrilde vrijwilliger ronduit. De kinderen dwalen wat rond terwijl vader zijn interesses deelt. Zodra het onderwerp Jazz In Haarlem wordt aangesneden rukken de kinderen hun vader aan zijn hand het museum uit, de heggentuin in.

Uden blijkt, behalve het klooster, weinig historische plekken te bevatten. Een kerk met twee torens en een koepel, nog een kerk, een molen. Een marktterrein waar ter ere van Sint Carnaval een tent wordt opgetrokken. Een bejaardenhuis, een pastorie, een rotonde en enkele winkelstraten die loodrecht op elkaar staan. Een V&D. Of beter: een net voor het faillissement opgetrokken complex waarvandaan het warenhuis de stad zou gaan regeren. Alle middenstanders vestigden zich rond dit Colosseum van het stadshart. En tegenwoordig prijkt alleen het logo van de V&D nog aan de gevel. Binnenin treffen we een miljoen boeken op lange tafels in een lege winkel. Ongelezen boeken, bestsellers, ramsj, vergeten juweeltjes en onterecht gedrukt werk. En dan opgesteld in een ruimte ter grootte van een gemiddeld warenhuis. Helaas zijn de prijzen net zo grillig als de opstelling. Ik neem slechts een beduimeld werkje van Seneca mee, genaamd De lengte van het leven. Ik reken 3 euro 95 af bij een van de twee medewerkers. Ik kijk haar meewarig aan. Ze kijkt uitgeblust terug. Ik kan me er alles bij voorstellen. Ze is opgesloten in een magazijn vol boeken. En om de zoveel tijd rekent er iemand af. Ongewild is ze een non geworden in een klooster dat wordt geteisterd door de onverschilligheid. De boeken, de wijsheid, de kennis, het stelt niet zo veel meer voor in deze tijd. “Kom papa, we gaan naar het huisje” hoor ik naast me. Een kinderhand trekt aan mijn nieuwe aankoop. Het is tijd om te gaan.

 

 

 

Posted in music, Persoonlijk, persoonlijk | Tagged , , , , , , | Leave a comment